Ruhrgebied is schoon en mooi

Waar ooit kolen werden gedolven, verrijzen nu theaters en musea. Essen, een van de culturele hoofdsteden van 2010, schudt het verleden van zich af.

Het oogt wat kleinsteeds, Essen, bij aankomst met de trein. Niet de metropool die deze stad in het Duitse Ruhrgebied beoogt te zijn. Bij houten stalletjes zijn worsten en warme wijn te koop. Veel mensen zijn in het winkelcentrum op zoek naar koopjes. Een grote vaandel hangt vanaf een gebouw tegenover het station: Kulturhauptstadt 2010 Essen.

Ja, inderdaad, het is waar: Essen is dit jaar, vanaf dit weekeinde, culturele hoofdstad van Europa – samen overigens met Istanbul en het Hongaarse Pécs.

Met een grootste campagne wordt dit Duitse cultuurmekka op de kaart gezet: de culturele hoofdstad heeft meer te bieden dan Londen of Parijs, wordt verkondigd.

En wellicht is dat in sommige opzichten ook wel zo. Het gaat om het hele Ruhrgebied dat zich rondom Essen presenteert als culturele metropool. Een groot stedelijk gebied, vlakbij de Nederlandse grens met 200 musea, 100 culturele centra, 100 concertgebouwen, 120 theaters, 3500 industriële monumenten, 250 festivals en 3 grote musicaltheaters, dat zich in het jaar 2010 aanbiedt als culturele hoofdstad van Europa.

Met de steden Essen, Dortmund, Duisburg, Bochum en Oberhausen als middelpunt werken in totaal 53 gemeentes mee.

Uniek in de geschiedenis van het Ruhrgebied, waar stedelijke twisten – over voetbal of bier bijvoorbeeld – even opzij worden gezet en waar voor het eerst op het gebied van cultuur en toerisme het komend jaar op grote schaal zal worden samengewerkt. En als het aan de organisatoren ligt, zal de Ruhrmetropool zich ook in de toekomst blijven aanbieden als een aantrekkelijk reisdoel, dat kan opboksen tegen internationale grote steden. Het klinkt allemaal heel aantrekkelijk, en dat op een steenworp afstand van Nederland, passend in een dagtochtje.

Ja, het Ruhrgebied kennen we als Nederlanders wel, maar heeft nooit zo’n aantrekkingskracht gehad. Het heeft een hardnekkig imago van smerigheid, van stank en stof, van donkere wolken, van drukte, van overbevolking, van noeste arbeiders, van gigantische industriecomplexen. We rijden er altijd zo snel mogelijk doorheen op weg naar aanlokkelijke oorden in het zuiden of oosten.

Maar de organisatoren van de culturele hoofdstad willen er komend jaar een ander imago doorheen drukken: het Ruhrgebied is groen, je kan er heerlijk wandelen en fietsen. De grote fabrieken, de kolenmijncomplexen zijn culturele plekken geworden, waar voorstellingen en concerten worden gegeven. De schoorsteenpijpen die er zeker nog zijn, walmen geen vuile lucht meer uit, de steenkoolbergen zijn er om te beklimmen. ’Komt het zien’.

Het klinkt allemaal te mooi om waar te zijn. Maar toch. Het Ruhrgebied heeft inderdaad het een en ander in de aanbieding. We nemen bij het Hauptbahnhof, het centraal station van Essen, het culturele trammetje 107 (hier U-bahn geheten omdat die een stuk onder de grond gaat) op weg naar het hoofdkwartier in de Zeche Zollverein, waar 23 jaar geleden de laatste kolen werden gedolven. Nu is het het ultieme culturele centrum, waar van alles te beleven is en waar de Nederlandse architect Rem Koolhaas het nieuwe Ruhrmuseum, dat dit weekeinde opengaat, ontwierp.

Het complex staat sinds 1989 op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Vandaag en morgen zal hier het festijn van de culturele hoofdstad 2010 worden geopend onder het motto ’Verandering door cultuur – Cultuur door verandering’. Zo’n honderdduizend mensen worden verwacht bij de concerten, voorstellingen en het vuurwerkspektakel.

Met hetzelfde trammetje komen we ook in de buurt van het vernieuwde Museum Folkwang (zie elders op deze pagina), dat een fabelachtige schilderijencollectie zal herbergen. Het belooft een van de mooiste musea ter wereld te worden. Een wandeling om het nog lege gebouw kan dat nog niet bevestigen, maar het ziet er van de buitenkant veelbelovend uit.

Een bezichtiging van de collectie eerder afgelopen jaar aan het in weelderige parken gelegen paleisje van de familie Krupp bij Essen, de Villa Hügel, leerde dat de collectie (die daar tijdelijk hing) zeer de moeite waard is.

De Ruhrpott of Kohlenpott, zoals het in de volksmond heet, gaat zich definitief anders op de kaart zetten. De metamorfose zal dit jaar zijn voorlopige voltooiing krijgen. En de streek bij de rivier de Ruhr met zijn meer dan vijf miljoen inwoners, raakt wellicht zijn bijklank kwijt: van vuil naar schoon, van lelijk naar mooi, en wellicht van Duitse regio naar Duitse metropool.

Het vernieuwde Folkwangmuseum opent officieel zijn deuren op 20 maart met de tentoonstelling ’Das schönste Museum der Welt’. De Engelse architect David Chipperfield heeft van het oude Folkwang een totaal nieuw groot en licht museum gemaakt met ’werelduitstraling’, zoals het zelf in de folders zegt. In de vaste opstelling van het museum zijn prachtige werken te zien van Kandinsky, Van Gogh, Matisse, Gauguin, Picasso, Kirchner, Beckmann en vele anderen. De eerste tentoonstelling is een reconstructie van de spectaculaire verzameling waar het museum over beschikte in 1933, voordat de nazi’s zich meester maakten van meer dan 1400 werken uit de verzameling.

In Duisburg, de stad aan de Rijn, is een bezoek aan het Landschaftspark Duisburg-Nord (200 hectare) zeer de moeite waard. Men kan er uren doorbrengen, klimmen, wandelen, fietsen, duiken (in een gashouder) in de overblijfselen van deze voormalige hoogovens. Regelmatig zijn er concerten en voorstellingen. Ook de Innenhafen van havenstad Duisburg moet niet worden overgeslagen met zijn musea (bijvoorbeeld Museum Küppersmühle für Moderne Kunst) en vele trendy café’s en terrassen.

Op 18 juli zal op een van de drukste autosnelwegen van het Ruhrgebied, tussen Duisburg en Dortmund, een grandioos eetfestijn plaatshebben. Aan meer dan 30.000 tafels, in een lange rij aan elkaar geschakeld over een afstand van 60 kilometer kan men met elkaar de maaltijd nuttigen. De tafels voor ’Still-Life A40’ kunnen via internet worden geboekt. Aan een boeking voor een tafel (25 euro) zit wel een tegenprestatie vast. Dat kan zijn een optreden, een verjaardagsfeestje of iets anders zijn. Naar verwachting zullen er veel trouwerijen gevierd worden op de snelweg, deze achttiende juli.

Het industriemuseum Henrichtshütte in Hattingen is een van de ruwe diamanten van het Ruhrgebied. Er is nog te weinig geld om het goed op te knappen. Maar juist daardoor herleeft het rauwe en duistere verleden er nog zo sterk. Het verleden van de industrie, maar ook van de vele dwangarbeiders die er hebben gewerkt. Op Henrichshütte waren tijdens de Tweede Wereldoorlog duizenden buitenlandse arbeiders tewerkgesteld, onder wie veel Nederlandse krijgsgevangenen. In meer dan 80 Lager waren 10.000 dwangarbeiders ondergebracht. De Henrichshütte, waar tot 1987 nog werd gewerkt en waar staal, ijzer en cokes werden geproduceerd, is nu een industriemuseum, waar vele culturele activiteiten plaatshebben, zowel binnen als buiten in het park. Tot 31 oktober is er de tentoonstelling Helden

Het grootste schijfgasreservoir van Europa, maar liefst 117 meter hoog en een diameter van 68 meter, is een gigantische tentoonstellingshal geworden. Het herbergt de vorig jaar al zo succesvolle tentoonstelling ’Sternstunden’ over het wonder van het zonnestelsel.

Prachtig wordt hier van alles wat met de ruimte te maken heeft getoond. Echte maanstof is hier te zien, evenals een gigantische maan die indrukwekkend in het midden van de hal hangt.

De expositie is een aanrader voor jong en oud. Vanaf het dak (met een lift te bereiken) heeft men een mooi uitzicht over het hele Ruhrgebied en kan men bij helder weer in de verte Arnhem zien liggen.

In de Jahrhunderthalle wordt jaarlijks de Ruhrtriennale gehouden, een festival van muziek, dans, theater. Het gebouw telt verscheidene grote zalen. Ooit stonden in deze kunstkathedraal de machines voor de hoogovens

In het Deutsches Bergbau-Museum van Bochum kan men de mijnwereld onder de grond bekijken.

Met een lift kun je het nagemaakte gangenstelsel in. Het museum geeft een goed inzicht in de mijnbouw van destijds.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden