Ruggelings naar de waarheid

In de filosofie is er deze maand niets belangrijker dan de waarheid. Maar bestaat er niet iets groters dan waarheid? Fictie misschien? Wat is de relatie tussen waarheid, feit en fictie?

door Frans Vosman

De leefbaren hebben onlangs bij de gemeenteraadsverkiezingen een mep gekregen van de kiezer. Vluchtig is de stem en ontrouw de kiezer. Commentatoren wezen er snel op dat de ontevredenheid die aan de keuze voor de leefbaren ten grondslag ligt niet is weggeëbd en dat er ook weer zo een nieuwe slagorde gevormd kan worden.

Wellicht is ressentiment een betere aanduiding om de toestand aan te duiden waarin een groep kiezers zich bevindt. Ressentiment is een mengeling van woede en verdriet. Woede om het onrecht waarvan je meent dat anderen het je hebben aangedaan: je was op de weg omhoog in de maatschappij en nu is je de pas afgesneden door 'die regenten'. En verdriet om iets wat je dierbaar was maar verloren is gegaan, bijvoorbeeld de vertrouwdheid, die er bij alle sores en kapsones in je wijk toch was. Maar ressentiment is ook een kluwen gevoel dat mensen zelf graag gaande houden omdat het hun genoegen verschaft, zoals de Canadese filosoof Marc Angenot heeft beschreven. Het is genoeglijk 'zullie', de zakkenvullers, de politiek (et cetera) omlaag te halen. Slachtoffer kunnen blijven is heerlijk en profijtelijk. Ressentiment is de moeite waard om in stand te houden en vormt een aangename ruimte om in te wonen.

Ressentiment is tevens een strategie om de waarheidsvraag af te houden. Schrijver-dichter Hendrik Marsman lijkt hierop te zinspelen in zijn typering van de stad Utrecht, samen met Rotterdam stad van de leefbaren: “Geen stijl, maar des te meer karakter heeft de stad, een harde en benepen eigenzinnigheid, die zich de maat van alle dingen waant.“ Het ressentiment heeft een hekel aan de werkelijkheid, aan een waarheid buiten ons, en maakt zich liever een eigen voorstelling hiervan. Te midden van pluralisme van opvattingen over wat goed en kwaad is en wat waar en niet waar is, is het een aantrekkelijke positie om in plaats van op onderzoek uit te gaan zelf uit te maken wat 'ethisch aanvaardbaar' is, welke normen en waarden jij zélf belangrijk vindt. De burger heeft zo een heuveltje om te vinden wat hij te vinden heeft en de maat der dingen te zijn. Samen met zijn kompanen kan de burger euforisch zijn; wanneer hij daarentegen in de lotsgemeenschap met allen verkeert is hij chagrijn: zuur als pis. De lotsgemeenschap omvat mensen die de burger van het ressentiment het liefst verwijdert; hij ziet de harde realiteit van samenleven met degenen die er feitelijk zijn, variërend van qatkauwers uit de Hoorn van Afrika tot Bulgaren in de vrouwenhandel, liever niet onder ogen. Er zou zich een waarheid kunnen tonen waarin 'wij' tegenover 'zij' niet bestaat en er alleen maar 'wij' bestaat.

De traditie waar ik mij bij aansluit, de rooms-katholieke, pleit voor betrokkenheid bij deze lotsgemeenschap. Volgens de rooms-katholieke traditie ontvouwt zich enkel door de deelname aan het leven zoals het is, namelijk leven in een voorgegeven gemeenschap, iets van de waarheid. Telkens bestaat de mogelijkheid dat men zich aantreft bij het leven dat zoet als honing, maar ook bitter als gal kan zijn. Telkens kan men de poort door gaan, die Christus is, en kan men ontdekken hoe de waarheid ontvouwd kan raken.

Een illustratie hiervan zie je in de film van Michael Haneke, 'Le temps du loup' (De tijd van de wolf, 2003). Vanaf het begin is duidelijk dat hier geen sprake meer is van een geordende gemeenschap, maar wel van een lotsgemeenschap van mensen die na een of andere apocalyptische gebeurtenis rondzwerven en op zichzelf en elkaar zijn aangewezen. We zien een verzameling wildvreemden, wachtend op een trein die niet komt, op een station, 'ergens ver weg'. De vluchtelingen herkennen elkaar als mensen, als soortgenoten; allemaal, zonder uitzondering, blijken ze tot goed en kwaad in staat, variërend van het wegnemen van wat te vreten tot doodslag. De aanvankelijke lieverds zijn tot genadeloosheid in staat en de rotzakken blijken in staat tot goeds. In de laatste minuut van de film redt een man, niet bepaald een onverdeeld sympathiek personage, een kind dat op een groot vuur afloopt.

Heeft deze redding te maken met goed en kwaad en misschien zelfs met het goede dat overwint? Nee. De man neemt eenvoudigweg deel aan de werkelijkheid dat hij het is die daar is en het kind is er ook.

Annelies van Heijst, universitair docent moraaltheologie aan de Theologische Faculteit Tilburg, verwoordt het even mooi als Haneke het toont: “Ik had liever niet dat die gewonde daar voor mijn neus ligt, maar nou ligt die er en nou ligt hij er voor mij.“

Dwars door voorstellingen van goed en kwaad heen ziet de kijker van Haneke's film iemand met realiteitszin. Zonder triomf van de rede stuit de kijker, zichzelf maar half begrijpend, ruggelings op de werkelijkheid: leven in gemeenschap die er al is, leven dat zich toont zoals het is. Dat sluit aan bij de rooms-katholieke traditie met betrekking tot waarheid. Die traditie is optimistisch maar niet bepaald rozig: waarheid bestaat en kan worden gekend, zij het nooit helemaal. Bovendien kan voor zover de waarheid al kan worden bereikt - en dat kan alleen op beperkte en onvolmaakte wijze - zij nooit worden opgelegd. Haneke laat prachtig zien hoe de gang naar de waarheid in zijn werk gaat: we nemen slechts deel aan leven dat voorgegeven is, met als meest verrassende component dat er vóór we waarden kunnen kiezen, en er mensen uit willen gooien, er al een gemeenschap blijkt te zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden