Rügen, een onbekend eiland aan de Oostzee

Op meer dan een plaats houdt de infrastructuur van het vroeger tot de DDR behorende eiland Rügen duidelijk nog geen rekening met de sinds tien jaar gewijzigde verhoudingen in Duitsland. De meeste doorgaande wegen - dikwijls omzoomd door prachtige oude bomen: hier begint niet voor niets de Deutsche Alleenstrasse - leiden dwars door de meeste dorps- en stadscentra, wat steevast langzaam rijdende lange rijen auto's oplevert. Daarbij komt op sommige weggedeelten nog de voor de voormalige DDR zo typische bestrating met 'kinderhoofdjes' en aan overdeeld rijgenot valt even niet te denken.

Wim Slagter

Maar voor de rest is een weekje Rügen-in-de-herfst aan te raden. Wie snel door 'eilandvrees' wordt bevangen, zal die ervaring hier nauwelijks kennen. De totale oppervlakte van het eiland beslaat een kleine duizend vierkante kilometer en met zijn bijna 600 km lange kustlijn is het niet bepaald klein te noemen. Hoe het geheel eigene van Rügen en het nabijgelegen Hiddensee, waar beroemdheden als schrijver Gerhart Hauptmann, bouwmeester Karl Friedrich Schinkel en schilder Caspar David Friedrich graag kwamen, evenwel in een paar honderd woorden te beschrijven?

Het zuidoosten van Rügen vormt een staalkaart van alle landschappen die er voorkomen. Vanaf de toren van het jachtslot Granitz (te bereiken via 154 smalle gietijzeren treden) geniet de bezoeker op 140 meter hoogte van een uitzicht tot aan Prora aan de oostkust, Göhren in het uiterste zuidoosten en Putbus in het zuiden. Prora is bekend om zijn enorme betonkolos van zo'n 4,5 km (!) lengte, die in de jaren dertig was ontworpen om, als verlengstuk van de nationaal-socialistische vakantieorganisatie 'Kraft durch Freude', aan zo'n 20.000 vakantiegasten plaats te bieden. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verhinderde Hitlers plannen met het 'grösste Strandbad der Welt' (10.000 kamers) en in plaats daarvan diende het complex achtereenvolgens als opvangcentrum voor vluchtende inwoners van Oost-Pruisen en na de Duitse deling als kazerne en opleidingsterrein voor de Nationale Volksarmee (NVA), het leger van de DDR. Tegenwoordig vindt men er een aantal musea - met onder meer origineel ingerichte NVA-ruimtes - maar ook een jeugdherberg en een paar bedrijfjes. De rest is letterlijk woest en ledig; de toekomst van Prora is onzeker, omdat de instandhouding van de verwaarloosde gebouwen vele miljoenen per jaar kost.

Verder zuidelijk liggen de prachtige gele zandstranden rond de badplaatsen Binz (met zijn witte villa's en pensions met veranda's van rond de eeuwwisseling), Sellin en Baabe. Opvallend is bovendien dat maar weinig Nederlanders het eiland hebben 'ontdekt'; überhaupt is het aantal buitenlandse bezoekers gering. Auto's met Berlijnse kentekenplaten hebben de overhand, terwijl potentiële gasten uit het Ruhrgebied blijkbaar nog steeds in meerderheid voor de Nederlandse kuststreek opteren. Bij Göhren ontwaren we de voor de Oostzee typerende krijtrotsen die soms vijftig, zestig meter hoog uit het water oprijzen. Indrukwekkender zijn deze overigens nog ten noorden van de oude havenstad Sassnitz. Door het prachtige Nationalpark Jasmund komt de wandelaar (op Rügen moet de auto dikwijls worden geparkeerd ver vóór landschappelijk mooie plaatsen) bij de Wissower Klinken en de Konigsstuhl.

Een aanrader is een rit met de stoomtrein Rasender Roland van Granitz naar de voormalige residentiestad Putbus. Het is beslist niet uitsluitend een toeristenboemeltje en de tocht door het zacht glooiende landschap verveelt geen moment. Het treintje stopt onderweg bij het station in Binz en verder alleen 'bei Bedarf'. Zo kan het gebeuren dat in het gehucht Serams (zonder naambordje, wachthokje of zelfs een perron!) slechts sterk wordt afgeremd, om een enkele passagier, al rijdend, te laten in- of uitstappen. De lijn is het gehele jaar door geopend.

Bij het eindpunt Putbus lijken we in de negentiende eeuw te zijn beland. In het centrum bevindt zich het Circus, een rond plein omringd door witte, in classicistische stijl opgetrokken gebouwen. Daartegenover ligt een 75 ha groot landschapspark, oorspronkelijke entourage van een veertig jaar geleden afgebroken slot. Aan het Circus, het park (waarin zich nog onder meer de Schlosskirche en de Orangerie bevinden) en het drie kilometer zuidelijker gelegen Badehaus, ook weer in classicistische stijl, is onlosmakelijk de naam van Fürst Wilhelm Malte I verbonden. Een standbeeld in het park toont deze Wilhelm, die Putbus de vorstelijke allure verleende en wiens culturele erfenis, na vele DDR-decennia van verwaarlozing, thans weer piëteitvol wordt gerestaureerd. Zijn praalgraf ligt een paar kilometer oostelijker, in Vilmnitz, in een van de vele fraaie dorpskerken die het eiland rijk is. De Bismarckstein in het park herinnert aan het verblijf van de 'IJzeren kanselier' in Putbus, die er in 1866 gedurende een paar maanden aan het ontwerp van de eerste Duitse grondwet werkte.

Veel van Rügen blijft hier onbesproken, zoals het mysterieuze eilandje Vilm voor de zuidkust, waar Erich Honecker een privé-verblijf had, of de stormachtige Kap Arkona, of de verstopte schatten van zeerover Klaus Stortebeker. Dat het eiland een reis waard is, is hopelijk wel duidelijk geworden. Wie de file bij de Rügendamm in Stralsund - de enige vaste oeververbinding - tenslotte wil vermijden, kan iets zuidelijker altijd nog de pont van Glewitz naar Stahlbrode nemen. De gemiddelde wachttijd is ook daar één uur, maar het uitzicht op de Greifswalder Bodden mag er zijn!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden