Rugbyers tegen Engeland: Maak er het beste van

Zijn werk is het beste te omschrijven als dat van een ontwikkelingswerker. Geoff Old, ooit uitkomend voor het meest befaamde rugbyteam ter wereld, de New Zealand All Blacks, is sinds twee jaar bondscoach van het Nederlands XV-tal en brengt de goedwillende vaderlandse amateurs de fijne kneepjes van het professionele rugby bij. Vandaag staat hij voor de belangrijkste krachtproef sinds zijn aanstelling als Nederland het in Huddersfield opneemt tegen de full-profs uit Engeland.

“Nee hoor, u hoeft niet persoonlijk een afspraak te maken met de bondscoach. Wij zorgen wel dat hij van uw komst afweet”. Mooie woorden op het secretariaat van de Nederlandse Rugbybond, die in de praktijk echter geen waarde blijken te hebben. Geoff Old weet helemaal niets van een interview-afspraak. Hij zucht, kijkt eens naar zijn vrouw die even verderop op hem staat te wachten en besluit dat de journalist toch een gesprek krijgt. ”Natuurlijk”, zegt hij, want elke vorm van aandacht voor het Nederlandse rugby is immers welkom.

Old (42) doet het incident af als een vorm van miscommunication. Als geen ander weet hij dat zoiets in een, op rugby-gebied althans, ontwikkelingsland als Nederland kan voorkomen. Zelf komt hij uit een heel andere wereld. In zijn geboorteland is rugby volkssport nummer een, en dagelijks goed voor een fors aantal pagina's krantenkopij.

Geldt Old in Nederland als een volslagen onbekende, in Nieuw-Zeeland wordt zijn naam als ex-international met respect uitgesproken. “Spelen voor de All Blacks heeft in mijn land dezelfde status als een uitnodiging voor het Nederlands voetbalelftal”, trekt hij een vergelijking. “Eén cap is al genoeg voor een eervolle vermelding in de nationale sportannalen.” De in het noordelijk deel van het eiland (Eltham) geboren Old kwam tussen 1980 en 1984 tot een aantal van zeventien interlands, waarna hij een jaar later op 29-jarige leeftijd zijn loopbaan als speler beëindigde.

Een periode van tien jaar als club-coach volgde, waarna Old twee jaar geleden besloot ook als trainer zijn geluk op het internationale platform te beproeven. Het behalen van het hoogste trainersdiploma maakte dat zijn naam op een lijst terecht kwam van 'internationaal gekwalificeerde coaches'. In oktober 1996 legde de Nederlandse rugbybond hem vervolgens vast.

Old beschouwt de overgang naar Nederland zeker niet als een stap terug. “Ik had het mezelf waarschijnlijk makkelijker kunnen maken door in een land met een rijke rugbytraditie aan het werk te gaan. Maar hier is de uitdaging om de rugbysport op een hoger peil te brengen natuurlijk veel groter.”

Cultuur

Wat hem wel duidelijk moeite kostte was de aanpassing aan de typisch Nederlandse rugby-cultuur. “Zaken als discipline, teamgeest, zelfbewustzijn en de wil om te winnen zijn in Nieuw-Zeeland de basisprincipes van de rugbysport”, merkt Old op. “Hier ligt dat anders heb ik gemerkt. In Nederland heeft rugby meer het karakter van een social event. Daar heb ik me in het begin wel over verbaasd.”

Old beseft echter dat hij weinig anders mag verwachten in een tak van sport die in Nederland slechts 5000 actieve beoefenaars kent. Toch meent hij langzamerhand tekenen van enige professionalisering te ontwaren.

Het NOC-NSF kende onlangs de Olympische B-status aan de spelers van het Nederlands team, waardoor zij in aanmerking komen voor bepaalde faciliteiten die het hen makkelijker maken hun sport te combineren met werk of studie. Daarop reageerde de International Rugby Board door Nederland officieel de status van 'rugby-ontwikkelingsland' toe te kennen. Met de bijbehorende financiële steun vanuit de nationale en internationale instanties zijn inmiddels een aantal projecten opgestart. Of zelfs reeds afgerond, zoals in het geval van het vorig jaar geopende nationale rugbystadion in Amsterdam.

Voor progressie op sportief gebied zorgt Old zelf. Van de laatste acht (oefen)interlands onder zijn bewind werden er zeven gewonnen, waaronder ook de WK-kwalificatieduels met Polen, de Oekraïne en België. Bemoedigende resultaten tegen landen die echter in niets te vergelijken zijn met de oppent die Oranje vandaag treft. In het Engelse Huddersfield, onder de rook van Leeds, neemt het Nederlands XV-tal het op tegen Engeland, een mondiale grootheid op rugbygebied. In de laatste fase van de voorronden voor het WK van volgend jaar in Wales is Nederland in een groep ingedeeld met Engeland en Italië. De eerste twee landen plaatsen zich direct, de nummer drie krijgt begin volgend jaar een herkansing.

Old noemt het treffen met Engeland de belangrijkste wedstrijd in de geschiedenis van het Nederlandse rugby. Hij spreekt van een learning experience voor zijn spelers. De Engelsen hebben daar een iets andere mening over, zo bleek deze week. Zij zien de wedstrijd vooral zorgelijk tegemoet. Niet wat betreft de eigen kansen op een overwinning - de algemene opinie is dat Engeland minimaal honderd punten scoort tegen Nederland - nee, hun ongerustheid betreft het welzijn van de Nederlandse spelers.

In een voorbeschouwing op het duel in de Sunday Times liet een aantal internationals weten te vrezen voor zware blessures bij de onervaren tegenstander. “Nederland zal in de gehaktmolen verzeild raken onder de fysieke kracht die wij ontwikkelen”, zo voorspelde routinier Paul Rendall.

Frustrerende ervaring

Rendall, net als de overige Engelse spelers al jaren full-prof, sprak zelfs al van een frusterende situatie. “Nederland heeft een fors gebrek aan gewicht, lengte, kracht en ervaring. Geloof me, de gezondheid van die jongens kan echt in gevaar komen en daarom zal de scheidsrechter proberen te verhinderen dat wij op onze normale wijze voluit spelen. Het wordt tijd dat de internationale federatie eens onderzoekt of dit soort ontmoetingen nog wel plaats moet vinden.”

Om een en ander visueel te ondersteunen publiceerde de Sunday Times bovendien een infographic, die aantoonde dat vooral in de scrum het veel sterkere Engeland de tegenstander letterlijk de grond in kan boren door het verschil in gewicht tussen de spelers van beide ploegen.

Persoonlijk ligt Old niet wakker van dergelijke gezwollen teksten. Hij weet immers hoe het eraan toe gaat in de internationale rugby-scene. Maar hoe zit dat met zijn spelers, op twee na allemaal goedwillende amateurs, voor wie in het stadion van voetbalclub Huddersfield Town ongetijfeld een nieuwe wereld zal opengaan?

Wat zegt een coach eigenlijk tegen zijn spelers, als hij vooraf al weet dat het voorkomen van een gigantische afstraffing het voornaamste streven is? “Weinig opzienbarends”, zegt Old. “Hooguit iets in de trant van maak er het beste van, enjoy the game. Verliezen doen we sowieso, wat dat betreft hoef ik geen overdreven pep-talk te houden. Wel probeer ik mijn spelers te wijzen op het belang van een optimale concentratie. Elke speler moet streven naar een zo perfect mogelijke uitvoering van zijn taak op het veld. Voor mij is het interessant te zien of mijn spelers in de entourage van een vol stadion hun zelfde spel kunnen spelen als voor vijftig toeschouwers bij hun eigen club.

Zelf heeft hij als actief speler die omschakeling altijd perfect kunnen maken. “Voor mij was elke wedstrijd, zowel op clubniveau als met het nationale team, hetzelfde. Tegen wie en in wat voor omgeving we ook speelden. Dat heb ik geleerd van mijn coach bij de All Blacks. Die man bezat de gave spelers zo te motiveren voor een duel, dat in hun belevingswereld alleen de bal en het vooraf gestelde doel centraal stonden. De rest raakte je tijdens een wedstrijd gewoon niet.”

Ter illustratie: vraag Old bijvoorbeeld niet wanneer en tegen wie hij zijn eerste interland speelde. Hij moet het antwoord schuldig blijven. Slechts een ontmoeting met Zuid-Afrika uit 1981 is hem speciaal bijgebleven. “Die wedstrijd werd ontsiert door een anti-apartheidsdemonstratie. Vanuit een vliegtuig dat boven het stadion circelde strooiden demonstranten zakken bloem uit over de Zuid-Afrikaanse spelers. Zoiets grofs vergeet je niet.”

Sportbeleving

Begrijp hem overigens niet verkeerd. Het is geen gebrek aan passie of interesse die hem dergelijke zaken doen vergeten, het is gewoon zijn manier van sportbeleving. Elke wedstrijd het uiterste geven, maar immer ingetogen, wars van uiterlijke expressie. “Wellicht zijn Nieuw-Zeelanders erg nuchter”, denkt Old. “Jij vroeg daarnet of ik mijn spelers zal vertellen hoe het voelt om in een uitverkochte rugby-arena te spelen. Dat doe ik dus niet. Ik vraag me af wat het nut is.”

Het zou ze waarschijnlijk alleen nog maar nerveuzer maken dan ze nu al zijn, vermoedt hij. “Rugbyers die het dun door de broek loopt. Dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden