Review

Rudy Kousbroek zag een spook in de Rue de Duras

Toen Jan Cremer op veertienjarige leeftijd voor het eerst in Parijs kwam, wilde hij de ober op het terras niet laten merken dat hij geen woord Frans sprak. Op het penibele moment van bestellen kwam de redding van het tafeltje naast hem, waar iemand de ober om un cendrier vroeg. Doet u mij ook maar een cendrier, zei Cremer direct. Gelach. Cendrier betekent asbak.

Nederlanders van alle eeuwen trokken graag naar Parijs. Uit onvrede met het vaderland (Conrad Busken Huet), om te studeren (Ed van Thijn), omdat ze niet wisten waar ze anders heen moesten (W.F. Hermans), of gewoon omdat het er zo lekker rook (Ed van der Elsken). Over al die Nederlanders schreef Paul Arnoldussen 'Rue d'Amsterdam. Kleine atlas van Nederlanders in Parijs'.

Rudy Kousbroek heeft eens een spook gezien in de keuken van het huis dat hij met Ethel Portnoy bewoonde in de Rue de Duras. Op een zolder in de Rue Vanneau kwam André Gide telkens tevoorschijn als Jef Last net tegen ongewenst bezoek had gezegd dat hij er niet was. Zulke anecdotes, benadrukt Arnoldussen, zijn te mooi om 'kapot te checken'.

Dat de auteur een journalist is, kenmerkt het boekje op verschillende manieren. Arnoldussen heeft zich goed gedocumenteerd, hij kent iedereen, (van degenen die dood zijn, kent hij iedereen die hen gekend heeft) en hij heeft een vlotte pen. Een minder journalistieke eigenschap is zijn nostalgie, maar voor dit onderwerp is die onontbeerlijk. Zonder zou niemand aan zo'n gekke inventarisatie beginnen.

Soms komt de nostalgie te vroeg: de intrigerende Theo Oegema van der Wal, een journalist die tijdens de oorlog bestuurslid was van het collaborerende 'Syndicaat van de buitenlandse pers' in Parijs, bleek nog in leven, terwijl Arnoldussen al op zoek was naar mensen die hem gekend zouden kunnen hebben. De man krijgt uitgebreid de gelegenheid om te vertellen dat het met dat collaboreren wel meeviel.

De nieuwste generatie Nederlanders in Parijs, van filosoof Luuk van Middelaar tot de groep hemelbestormende ontwerpers achter de schermen van de grote modehuizen, ontbreekt.

Een enkele straatnaam is verkeerd gespeld. Maar dat doet aan de goedgekozen invalshoek niks af. De 'kleine atlas van Nederlanders in Parijs' leest als de monoloog van een door de wol geverfde gids, uitgesproken met een arm leunend op de tapkast, de andere breed gebarend in de lucht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden