Rudolf Steiner: vrij en gesluierd

Rond Rudolf Steiner, grondlegger van de antroposofie, hangt al jaren een waas, die gekleurd is door mystificatie of door rascisme. De tentoonstelling in de Kunsthal over zijn artistieke invloed, neemt die niet weg.

Er is dus géén boek over de antroposofie dat niet door een antroposoof zelf is geschreven?', vroeg Michael Schaap alias 'De Hokjesman' vorig jaar vertwijfeld in zijn gelijknamige tv-programma. Schaap zoekt in die aflevering naar antroposofen in Nederland, en komt tot de ontdekking dat de antroposofie voor de één wetenschap is, voor de ander religie, maar dat zelfs de meest fanatieke biologisch-dynamisch etende, euritmie-dansende, naar homeopatische dokters en Vrije School gaande mensen zichzelf niet snel 'antroposoof' noemen. En oprichter Rudolf Steiner (1861-1925) is al helemaal geen heilige.

Op de Vrije School, de school die gebaseerd is op de antroposofische ideeën van Steiner, komen leerlingen dan ook nauwelijks iets over de oprichter te weten. 'Een portret of schilderij aan de muur, dat is het dan', stelde Schaap vast.

En dat is ook precies wat Steiner wilde, blijkt uit de tentoonstelling (met lijvige catalogus) die nu in de Rotterdamse Kunsthal is te zien, en grotendeels is gewijd aan het leven en de (artistieke) ideeën van Steiner: de laatste kun je gebruiken, naar eigen inzicht, maar een absolute antroposofische 'waarheid' is er niet.

Esthetische ideeën

Het is de eerste 'onafhankelijke' tentoonstelling over Steiner. Het Duitse Vitra Design Museum, het museum van meubelfabrikant Vitra in Weil am Rhein, maakte de tentoonstelling samen met kunstmusea uit Wolfsburg en Stuttgart. Daardoor ligt de nadruk op de 'esthetische' ideeën van Steiner, en de invloed ervan op hedendaagse architecten en ontwerpers. En vandaar ook dat de teksten op de muren in het Rem Koolhaasgebouw (anti-antroposofischer kán haast niet) niet in het typische 'antroposofen'-lettertype zijn, met vitrines met réchte hoeken, en zonder al te zweverige teksten. Voor uw recensent, die zelf negen jaar Vrije School heeft genoten en daaraan naast veel goede herinneringen ook een allergie voor het zweverige lettertype heeft overgehouden, een hele opluchting.

Volgelingen

Centraal staan de veelhoekige, houten meubels en kristalvormige veelvlakken die Steiner en zijn 'volgelingen' ontwierpen voor de verschillende gebouwen van de antroposofische vereniging, en enkele beroemde voorbeelden van vormgevers en kunstenaars die zich daarop hebben laten inspireren, zoals Olafur Eliasson en Joseph Beuys. Een kunsttentoonstelling dus; controversiële aspecten of uitwassen van de antroposofie - de omstreden 'Volkenkunde' en de afkeer voor inentingen tegen kinderziektes - komen helaas niet aan bod.

De tentoonstelling opent met een serie documenten en foto's uit het persoonlijke archief van Steiner. Briljante leerling met brede interesses (hij studeerde in Wenen zowel wis- en scheikunde als (literatuur-)geschiedenis), die al snel betrokken raakte bij het onderzoek naar en de uitgave van de wetenschappelijke teksten van Goethe, in Weimar. Die Duitse dichter en schrijver was namelijk ook filosoof en (natuur-)wetenschapper geweest; Steiner zou veel van diens ideeën, bijvoorbeeld over de kleurenleer, verwerken in de antroposofie.

Eerst zou hij zich nog aansluiten bij de theosofie, hij werd zelfs voorzitter van de Duitse tak van die in 1875 opgerichte theosofische vereniging. De theosofen zagen in alle religies pogingen van een goddelijke macht om de mens te sturen en te verbeteren, en probeerden door het 'onsluieren' van oude waarheden de oorsprong van de mensheid, godheden en het heelal te achterhalen.

De antroposofie, die Steiner vanaf 1909 in lezingen begint voor te stellen, neemt niet de godsdienst, maar de ontwikkeling van de mens als uitgangspunt en centraal element in de kosmos. Het individu moet zich volledig 'vrij' kunnen ontwikkelen - vrij dus van politieke en religieuze beperkingen - om de intuïtie en creativiteit tot ontplooiing te laten brengen.

Over zijn persoonlijke leven was Steiner waarschijnlijk zwijgzaam. Zijn eerste levensgezellin ontmoette hij in Weimar, op z'n 31ste, een weduwe met kinderen. Na haar overlijden hertrouwt hij in 1914 met een van de stafleden van de antroposofische vereniging.

Een pagina uit een vriendschapsboekje, ingevuld door Steiner in 1892, ligt een tipje op: 'Wie zou je willen zijn, als je niet jezelf was?' antwoord: 'Friedrich Nietzsche voor zijn gekte'. Steiners lievelingscomponist is Beethoven, zijn slechtste eigenschap 'pedanterie en ordeningsdrift' en zijn lievelingseten- en drinken Frankfurter worst, cognac en zwarte koffie. Hij moet een charismatisch persoon zijn geweest: zijn hele leven trok hij door Europa met zijn lezingen, en hij had veel bewonderaars en vrienden, waaronder schrijvers (onder wie Stefan Zweig, Käthe Kollwitz, Franz Kafka en Hermann Hesse) en kunstenaars.

Steiner gaf in de antroposofie veel ruimte en aandacht aan de kunsten: juist daarin kan de mens namelijk zijn hele intuïtie en fantasie kwijt, terwijl de wetenschap (kennis) zich teveel om het hoofd concentreert. Zelf was hij geen bijzonder vaardig kunstenaar: al is het aardig om de schoolbordaantekeningen te zien die uit de jaren twintig bewaard zijn gebleven, dat zijn toch vooral teksten met diagrammen.

Fantastische vormen

Een ander verhaal is het ontwerp voor het 'Goetheanum', de 'tempel' die hij het liefst in München had geplaatst, maar die uiteindelijk in Dornach, vlak onder Bazel, kwam te staan. Een eerste versie ervan was gebouwd in 1913. Nadat een brand het pand op nieuwjaarsdag 1922 in de as legde, begon men in 1924 met de aanleg van de tweede versie, die er nog steeds staat. Steiner was zelf niet opgeleid als architect, hij werd gesteund door een team van architecten.

Het Goetheanum is een plaats van studie, stilte en samenkomst, met een grote ruimte waarin theater en dans, maar ook conferenties konden plaatsvinden. Het ontwerp was volgens Steiner een direct gevolg van de metamorfoses van de natuurwetenschappen volgens Goethe. 'Niets uit de organische vormen is permanent, niets is in rust, alles beweegt', schreef hij. Vooral de vele bijgebouwtjes, die er in de loop der tijd bij kwamen, hebben de meest fantastische vormen.

De tentoonstelling eindigt met een muur van al zijn gepubliceerde werken: 308 banden, met de meest uiteenlopende titels. Een nalatenschap met net zoveel hoeken en kanten als zijn ideeën, die waarschijnlijk nooit helemaal ontsluierd zal worden.

'Rudolf Steiner, alchemie van het alledaagse', t/m 11 januari 2015, Kunsthal Rotterdam.

HHHHH

Rudolf Steiner opende op 7 september 1919 in Stuttgart de eerste school die gebaseerd was op zijn ideeën, en noemde het de 'Freie Waldorfschule'. De school kwam er namelijk op verzoek van de directeur van sigarettenfabriek Waldorf-Astoria, voor de kinderen van zijn werknemers. Een onderneming die weer genoemd was naar Johann Jakob Astor (1763-1848), een uit Walldorf (bij Heidelberg) afkomstige Duitse immigrant die dankzij bont- en vastgoedhandel de eerste multimiljonair van de VS was geworden. De luxe hotelketen Waldorf Astoria (van de fameuze Waldorfsalade) was in 1893 opgericht door een nakomeling van Astor, maar had verder geen link met de sigaretten. In zijn gemengde school zag Steiner persoonlijk toe op het onderwijs en de selectie van docenten.

Het 'Freie' uit de naam had niets te maken met een 'vrije' manier van onderwijzen, maar verwijst naar de 'vrijheid' die de drie 'levenssferen' van de maatschappij volgens Steiner ten opzichte van elkaar moeten hebben. Cultuur (opvoeding, religie, kunst en wetenschap) moeten daarom losstaan van politiek (wetten en regels) en economie (productie, distributie en consumptie). Een jaar na oprichting werd de school zelfstandig, met financiële steun van de sigarettenfabriek.

In Nederland kwam de eerste Steinerschool in 1923, in Den Haag, en daar werd 'Waldorf' weggelaten, vandaar 'vrije school'. Er zijn wereldwijd ruim duizend vrije scholen: 232 daarvan staan in Duitsland, 119 in de VS. Nederland staat op de derde plaats met 85 vestigingen.

Chair One van Konstantin Grcic, 2001.

Armleunstoel vermoedelijk van Oswald Dubach, circa 1935

Vrije Scholen: oorsprong in bont en sigaretten

Bone Chair van Joris Laarman, 2006.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden