Rudolf Nureyev 1938 - 1993

Volgens zijn biograaf zijn er twee soorten dansers: afgerichte rashonden en ongenaakbare roofkatten. Rudolf Nureyev behoorde fysiek tot de eerste soort, maar geestelijk tot de tweede. De getalenteerde Kirov-danser deserteerde in 1961 naar het westen. Hij schitterde onder meer bij de Parijse Opera, het Royal Ballet en het Nationale Ballet en tilde beroemde ballerina's zoals Margot Fonteyn, Noelle Pontois en Alexandra Radius de lucht in. Met zijn hartstocht, souplesse en sex-appeal was Rudolf Nureyev onmiskenbaar de beste balletdanser van de laatste vijftig jaar.

Al een paar maanden geleden werd duidelijk hoe verzwakt de legendarische danser en choreograaf was. Kort na een hartoperatie was Nureyev de laatste krachtmeting met zijn muze aangegaan: de montage van 'La Bayadere' in de Opera van Parijs.

Dat hij als zijn testament juist dit ballet uitzocht is niet verwonderlijk. Had hij niet op 21 mei 1961 in de rol van Solor, de ontroostbare minnaar van bayadere (tempeldanseres) Nikya, voor het eerst zijn Parijse publiek in vervoering gebracht? Ruim drie weken later zou de Kirov-danser deserteren naar het Westen. Hij werd daarmee voorpagina-nieuws.

Jaren wist hij dat te blijven. 'La Bayadere' was ook het eerste spektakel dat hij in 1963 voor het Royal Ballet zette, volgens de richtlijnen van zijn leermeesters van het Kirov Ballet. Minstens even beroemd werden zijn montages van 'Raymonda' bij het Australian Ballet en American Ballet Theatre, zijn 'Zwanenmeer' en 'Don Quixote' in de Weense en later ook Parijse Opera, zijn 'Sleeping Beauty' in Milaan en Montreal (National Ballet of Canada), zijn 'Notekraker' in Stockholm, Londen en Parijs.

Toch zal hij niet vanwege zijn produkties, maar als de bekendste danser van de tweede helft van de twintigste eeuw de geschiedenis ingaan: de opvolger van de Pool Vaslav Nyinsky, die de eerste helft van deze eeuw toekomt.

In oktober 1992 nam Nureyev de hoogste Franse onderscheiding die minister Jack Lang een kunstenaar kan opspelden in ontvangst, met een angstaanjagende, verwilderde blik. Gehuld in vlammend rode shawls loerde hij de zaal in: beslist niet als een vredesduif maar als een havik, wachtend op de ontknoping van dit sprookje.

Conform de finale van zijn 'Bayadere' had de Parijse Opera, de bakermat van het ballet, op datzelfde moment met donderend geraas moeten instorten om deze Solor voorgoed met zijn reeds gestorven Nikya te verenigen. In plaats daarvan werd de danser-choreograaf bedolven onder bloemen en kreeg hij een gouden troon aangeboden om de staande ovaties te ontvangen. Hij en zijn publiek moeten geweten hebben dat dit de laatste keer was.

Laten de foto's van dit huldeblijk de gespeelde werkelijkheid of de werkelijkheid van een spel zien waarvan hij als geen ander de spelregels kende? Als 'an artist of dazzling virtuosity, controlled expressiveness, electrifying charisma' staat Nureyev in de balletencyclopedieen: dienaar van de dans, maar ook model van de sensatiepers.

Hoezeer hij deze uitvinding van de westerse wereld ook verfoeide, hij wist die optimaal uit te buiten. Toen Giselle - Margot Fonteyn - haar Albrecht Nureyev - in 1962 na twintig minuten applaus naar goed Engels gebruik een rode roos uit haar boeket schonk, viel hij aan haar voeten neer om deze te kussen: goed voor 23 extra 'curtain calls'.

Wat anders was Nureyev dan de belichaming van hartstochtelijke bevrijdingsdrang. Hij werd bezeten door een tomeloze ambitie en energie, maar ook door nieuwsgierigheid en onverzadigbare genotzucht. Zo hartstochtelijk als hij danste, zo fanatiek verzamelde hij kunst, waaronder ook bijzondere borduursels en exotische weefsels. Zijn grootste betekenis ligt ongetwijfeld in zijn emancipatie van de balletdanser. In zijn topjaren was hij populairder dan de toptennissers van nu.

Na een jeugd vol ontberingen in Ufa (zo'n duizend kilometer ten oosten van Moskou) en ondanks de hardhandige tegenwerking van zijn vader zette hij alles op alles om zich te bevrijden. Dat er een andere wereld dan die van honger, geweld en kou bestond, begreep hij toen hij als jongetje in de Tweede Wereldoorlog op de radio treurmuziek voor de gevallen Sowjet-helden van Tsjaikowski en Beethoven hoorde.

Ernstig ondervoed kwam hij terecht op het Waganowa-balletinternaat in Leningrad. Van meet af aan leefde hij op gespannen voet met zijn omgeving. Zijn talent was echter zo onmiskenbaar dat hij door zijn docenten en medeleerlingen wel geaccepteerd moest worden.

Dubbel gediscrimineerd als de homoseksuele balletdanser werd door de Russische cultuurpolitiek in de jaren vijftig, wenste hij zich ook in het 'vrije westen' te bevrijden: hij wilde meer zijn dan een gevierd balletdanser. Daarin was hij vele beroepsdansers een voorbeeld. Nureyev danste alsof hij de dans wilde ontspringen. Ook met de dood op zijn hielen beschikte hij over dat uitzonderlijke vermogen op het toneel de dienst uit te maken. In combinatie met zijn veerkracht en souplesse, gevoel voor theater en niet in het minst zijn lichaamsbouw en sex-appeal maakte dat heerszuchtige hem ook zo fascinerend. Nureyev kon ermee spotten als een behaagzuchtige Narcissus, een eigenzinnige dansgod, een roofdier dat zijn prooi besluipt.

Het is algemeen bekend hoe hij in 1961 als een deus ex machina aan de Engelse ballerina Margot Fonteyn verscheen en haar carriere bij het Royal Ballet met twintig jaar verlengde. De toen 24-jarige danser en 42-jarige ballerina leken voor elkaar voorbestemd. In 1938, het jaar dat Nureyev in een trein nabij Irkoetsk geboren werd, danste Fonteyn haar eerste Giselle. De ballerina prima assoluta beschreef hun magische samenwerking als 'een schaap dat met een lammetje danst'. Zij wist Nureyevs temperament te temmen; hij wist haar door perioden van stress te trekken door schunnige taal in haar oor te fluisteren. Choreografen als Sir Frederick Ashton en Kenneth MacMillan maakten daar dankbaar gebruik van.

Volgens Nureyevs eerste biograaf, Alexander Bland, zijn dansers in twee categorieen onder te brengen; in afgerichte rashonden of ongenaakbare roofkatten. Nureyev behoorde fysiek tot de eerste soort, maar geestelijke tot de tweede. Jarenlang trad hij op als gast bij het Royal Ballet, totdat de artistieke leiding in 1973 besloot meer aandacht aan eigen solisten te schenken. Nureyev vatte het op als een uitdaging: hij organiseerde de 'Nureyev and Friends-series' in New York en begon een drievoudige wereldtournee langs de gerenommeerde balletbastions. Wie achteraf zijn werkagenda's bekijkt, kan nauwelijks geloven wat hij allemaal deed.

De roofbouw die hij op zichzelf pleegde in zijn presentatie van het klassieke repertoire is evident. Symbolische getuigenis hiervan zijn de opnames in een recente BBC-documentaire van zijn geheel gemutileerde voeten, waarmee hij nog dagelijks in zijn huis op het Caribische eilandje St. Barthelemy zijn bar-oefeningen deed.

Ook voor Het Nationale Ballet in Amsterdam was hij van grote betekenis. Nureyev gaf in 1968 te kennen dat hij Rudi van Dantzigs 'Monument voor een gestorven jongen' (1965) wilde dansen. Extremes se touchent, want een grotere tegenstelling dan tussen deze twee Rudi's leek ondenkbaar.

De Rus spotte met taboes en weigerde zich met politiek in te laten, hij leefde uitsluitend voor het grote gebaar in de dans; de Nederlander nam sociaal engagement juist bloedserieus en wenste de reikwijdte van dans in subtiele poses te etaleren. De Rus die zo ostentatief met zijn verleden afrekende had duidelijk moeite met de bedoelingen van de Nederlander.

Nureyev had het chique New Yorkse balletpubliek al horen scanderen: "We want Rudi, especially the nudi." Hij was zeker geen voorbeeld van kinderlijke onschuld. Eerder het tegenovergestelde. Niettemin zou hij het Nationale Ballet, dat in 1970 onder Van Dantzigs leiding kwam, internationaal aanzien geven.

Later zou Van Dantzig nog 'Ropes of time', Blown in a gentle wind', 'Over een donker huis' voor hem maken. Alleen al die titels spreken boekdelen. In 1978 werd Nureyev door Toer van Schayk in zijn Faun als een flirtende fabrieksarbeider gepresenteerd. Als Het Nationale Ballet voor Nureyev zelf van betekenis is geweest, dan is het wel de poging van de twee choreografen om hem een 'gewone' jongen te laten zijn. Zij moesten hem er op wijzen dat het kostuum van de Petroesjka-figuur (de ziel van Rusland) niet smetteloos en stralend, maar besmeurd en versleten hoorde te zijn.

Nureyev zou een Einzelganger blijven. De eenzaamheid waarin hij zich opsloot, werd opgeluisterd door roddels en schandalen over zijn nachtleven, zijn grillige omgang met danspartners, zijn driftbuien. Maar ook zijn hartelijkheid, verlegenheid en onvermoeibaarheid waren alom bekend. Kortom, een mens van extremen. Tot zijn voorbeeld rekende hij vooral de danseur noble Erik Bruhn. Pendelend tussen zijn huizen in Londen, Parijs en Monte Carlo werd hij Oostenrijks staatsburger. Van 1983 tot 1991 was hij direkteur van het Parijse Opera Ballet.

Welke beroemde ballerina op het westelijk halfrond heeft hij niet gepartnerd? Noelle Pontois, Lucette Aldous, Zizi Jeanmaire, Yvette Chauvire, Carla Fracci, Merle Park, Eva Evdokimova, Nadia Nerina en ga zo maar door. Onder hen was ook Alexandra Radius.

Maar Nureyev wilde meer dan bejubeld worden. Zijn sprong naar het westen was ook een uiting van zijn behoefte zich de eigentijdse westerse dans eigen te maken. Daarom vroeg hij onder andere Roland Petit, Maurice Bejart, Paul Taylor, Glen Tetley, Rudi van Dantzig, Louis Murray en Martha Graham voor hem werken te creeren. Abstracte balletten pasten hem echter niet. Groot was zijn deceptie toen Georges Balanchine hem de deur wees, met het advies eerst zijn prinselijke habitus af te leren. Dat bleek een onmogelijke opdracht.

De eerste van de vijf maal dat ik hem zag dansen was in 1968 in de Amsterdamse Stadsschouwburg, in de rol van Albrecht in 'Giselle'. Hij was toen dertig en als achttienjarige aanbidster dacht ik: hoe die man met een zwarte cape over het toneel kan lopen zal niemand evenaren. En tot op heden is dat ook zo. Een paar jaar geleden zag ik hem opnieuw als Albrecht met de cape. Hoewel hij kauwgom kauwend de fluwelen lap als een luier om zijn middel knoopte, werd ik opnieuw gebiologeerd door zijn lef, hoe mallotig ook. Zijn vermogen het toneel onder hoogspanning te brengen was onverminderd aanwezig.

Hoe zorgvuldig gekozen waren de laatste beelden in de recente BBC- documentaire, die de NOS nog deze zomer uitzond. Ditmaal moest de Faun, liggend op de rotsen van St. Barthelemy, de sluier ontberen, waarmee Nyinsky in 1912 een rel veroorzaakte. Grijpend naar de einder achter het azuurblauwe water dook de Adonis met het lichaam van Apollo en de geest van Dionysus onder water om buiten beeld boven te komen.

Dans is een kunst die altijd wordt, nooit is. Het Nureyev-tijdperk is voorbij. Wat achterblijft is de mythe en de zekerheid dat hij miljoenen mensen heeft ontroerd en behaagd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden