Rubens lijkt nog maar net vertrokken

'Op de Groenplaats wacht een zwaarwichtige schilder // Een zwaarwichtig schilder op de Groenplaats.' Om maar eens extra te benadrukken dat Antwerpen en Rubens een onlosmakelijk geheel vormen, vatte de toen nog jonge Belgische staat in 1840 het plan op om de nationale held door middel van een zwaar wegend beeld (15 ton!) op een centraal gelegen plein in de stad te plaatsen. In die jaren kort na de afscheiding, was Rubens voor de Belgen de grote tegenhanger van Rembrandt, die zo heel erg behoort tot het culturele erfgoed van de Noordelijke Nederlanden.

Nog altijd ligt Antwerpen letterlijk aan de voeten van dit door de beeldhouwer Willem Geefs zo pompeus uitgevoerde standbeeld op de Groenplaats: op weg naar een van de grootste kathedralen uit de Vlaamse gotiek hoef je maar achter de brede rug van de schilder te zoeken en je bent middenin zijn oeuvre. Want Rubens leeft nog altijd in Antwerpen, ook al luidt de leus van dit Rubensjaar enigszins verwarrend Herontdek P.P. Rubens.

De kunstenaar, aan wie momenteel zowel in Antwerpen als in Lille ruime museale aandacht wordt besteed, is met zijn opdrachtenwerk bijzonder goed vertegenwoordigd in de Antwerpse kerken. Zo zijn er in de aan Onze Lieve Vrouwe gewijde kathedraal op en rond het hoogaltaar drie kruisafnemingen te zien. Ze wijken onderling nogal af, gevolg van het feit dat ze uit verschillende tijden komen. Voor Rubens was de Italiaanse barok hét grote voorbeeld waaraan hij zich wilde spiegelen. Maar omdat de barok zelf voortdurend in beweging was, vond de schilder veel ruimte om eigen oplossingen te bedenken. Zo zie je in de weids opgezette kathedraal dat hij eenmaal gepakt door de dynamiek die uit de barokke vormentaal spreekt, ook een periode van een veel rustigere compositie-opbouw nastreefde.

Om Rubens behalve als schilder ook als humanist even scherp te zetten, kan het geen kwaad om een blik te werpen in het Museum Plantin Moretus. In deze drukkerij en uitgeverij die zonder de drukpersen, de boeken, prenten en schilderijen al een monument op zich is, liggen heel wat voetstappen van de schilder. Hij moet er vaak geweest zijn, niet alleen om zijn vriendschap met Balthasar Moretus te bestendigen, maar ook als de bedreven illustrator van uitgaven die hier werden gedrukt én op de markt verschenen. Het museumgebouw is een mooi voorbeeld van Vlaamse renaissance met een gevel uit rode baksteen, waartussen witte lagen speksteen liggen.

In renaissancistische stijl is ook het Antwerpse stadhuis dat Rubens (die leefde van 1577 tot 1640) in enkele minuten lopend vanaf de drukkerij van Plantin en Moretus kon bereiken. Deze buurt was hem een tijdlang goed bekend: tussen Plantin Moretus en stadhuis staat in de Kloosterstraat het huis waar de ouders van zijn eerste vrouw Isabella Brant woonden en bij wie Rubens ook enige tijd was ingetrokken. Vlakbij de Kloosterstraat, in de Hoogstraat 11-13, woonde trouwens Jacob Jordaens (1593-1678. Jordaens was zijn belangrijkste leerling die zoveel moeite heeft gedaan om zijn meester in barokke exuberantie te overtreffen. Een plaquette op de gevel van het woonhuis trekt nogal wat kijkers aan, maar het huis is niet te bezoeken.

Dat geldt niet voor het stadhuis waar Rubens ten tijde van het burgemeesterschap van de roemruchte Nicolaas Rockox kind aan huis was en waar hij ook zijn schoonvader Jan Brant als griffier aan het werk kon zien. Het stadhuis is dé plek waar Rubens burgerlijke opdrachten kreeg, de Statenkamer is gesierd met zijn voorstelling van de Aanbidding der wijzen.

Hoewel nog altijd in gebruik voor de eredienst, is de nabijgelegen Sint-Pauluskerk op de Veemarkt een waar museum voor de religieus getinte barokkunst. Behalve van Rubens hangen er rijen breed ook werken van zijn tijdgenoten Anthonie van Dijck en Jacob Jordaens, nog altijd in de originele context. De Sint-Pauluskerk was de kloosterkerk van de kunstlievende Dominicanen die Rubens als eersten een opdracht verstrekten toen hij vol van de barokkunst in 1608 uit Italië terugkeerde. Met de uitvoering van die schilderijen voor de Pauluskerk bouwde Rubens zoveel roem op dat hij binnen een decennium de meest gezochte en beroemdste kunstenaar van het land werd. Dat leidde er ook toe dat hij als de voornaamste 'decorateur' van de Sint-Carolus Borromeuskerk werd aangetrokken, een kerk die op een boogscheut afstand van de Sint-Pauluskerk op het Hendrik Conscienceplein staat. Helaas zijn de 39 plafondschilderingen van zijn hand en die van Anthonie van Dijck hier niet meer te zien. Die zijn als gevolg van een blikseminslag in de middenbeuk in 1718 verdwenen.

Maar waar ging Rubens zelf in Antwerpen ter kerke, bedenk je als je deze jezuïetenkerk met zijn uitbundige pracht en praal bekijkt. Toen hij in 1615 zijn palazzo aan de Wapper betrok, tegenwoordig als Rubenshuis in bedenkelijke stijl gereconstrueerd (tachtig procent van het interieur is modern, al wordt dat niet met zoveel woorden gezegd), vond Rubens in de Sint-Jacob in de Lange Nieuwstraat zijn parochiekerk. Hij ging er elke dag naar de mis, trouwde er in 1630 met Helena Fourment, liet er zijn kinderen dopen en is er ten slotte ook begraven. Maar ligt hij er echt nog? Bij een opgraving in 1855 werden in de grafkapel de stoffelijke resten van meer dan vijftig mensen aangetroffen. Daar zou ook Rubens bij moeten zijn. Maar zekerheid daarover is nog altijd niet te bekomen. Wat geeft dat trouwens ook, Rubens is springlevend in Antwerpen. Zelfs in het Rubenshuis in een zijstraat van de Meir (een oud woord voor moeras) lijkt het er op alsof hij nog maar net het gebouw heeft verlaten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden