Rozen verwelken...

recensie | De Nationale Opera begint het seizoen van het vijftigjarig jubileum sterk met een magistrale enscenering van Richard Strauss' 'Der Rosenkavalier'. In de schitterende decors stelen vooral de drie topsopranen de show.

Drie akten, drie totaal verschillende werelden. In de nieuwe enscenering van Richard Strauss' 'Der Rosenkavalier' bij De Nationale Opera is niet op een decortje meer of minder gekeken. Drie enorme toneelbeelden worden ons voorgeschoteld waarin het Weense oude geld (de echte adel met smaak) schitterend wordt afgezet tegen het nieuwe geld (protserige wansmaak) en het lege en lage allooi van een heus peeskamertjeshotel. Een interessante en mooi uitgevoerde neerwaartse gang op de sociale ladder, en het was duidelijk: Ben Baur heeft zich mogen uitleven en kreeg voor zijn geweldige decorontwerpen zichtbaar een ruim budget.

Ook de casting-afdeling heeft hoorbaar flink wat duiten mogen uitgeven. Het trio sopranen dat voor de rollen van Marschallin, Octavian en Sophie is ingehuurd toonde een hier zelden gehoord niveau. Dat kwam het befaamde ensemble van deze drie personages aan het slot natuurlijk zeer ten goede. Zelden zo'n uitmuntend uitgebalanceerd en emotionerend terzet gehoord. En dat was mede op het conto te schrijven van dirigent Marc Albrecht en het Nederlands Philharmonisch Orkest, de andere hoofdrolspelers van deze zeer geslaagde avond.

Het was zaterdagavond dus zowel in beeld als geluid overduidelijk dat De Nationale Opera wat te vieren had. Deze 'Rosenkavalier' markeerde het vijftigjarig bestaan van het gezelschap, dat in november 1965 in de Amsterdamse Rai van start was gegaan met dezelfde door en door Weense opera van Strauss. In de foyers van De Nationale Opera & Ballet zijn dit seizoen panelen opgehangen die in foto's en teksten de hoogtepunten en de belangrijkste personages uit die best wel roemruchte halve eeuw belichten. Wie de panelen bestudeerde kon er bijvoorbeeld uit opmaken dat deze 'Rosenkavalier' de vierde nieuwe enscenering van het werk in vijftig jaar tijd is. Er zijn opera's die het met minder moeten doen.

Voor zijn nieuwe, naar onze tijd gehaalde enscenering had regisseur Jan Philipp Gloger het Wenen zoals we dat meestal in 'Der Rosenkavalier' zien rigoureus uitgebannen, maar hij bedacht iets geniaals om er toch mee uit te kunnen pakken. Zijn tweede akte oogt als een uit de hand gelopen feestje van de Toppers. Patser Von Faninal heeft kennelijk geld te veel en heeft het huwelijksfeest voor zijn dochter Sophie (in Sissi-jurk) het thema 'Wenen' meegegeven. Alle Weense clichés komen in deze protserige partytent in het kwadraat langs met als smakeloos hoogtepunt (of dieptepunt) een immens kermispaard waarop de glimmend uitgedoste Octavian met zijn zilveren roos zit. Gloger moet in zijn vuistje hebben gelachen dat het premièrepubliek zaterdagavond juist voor dit wansmakelijke decor een open doekje over had. Het gaf een extra laag aan de verhulde sociale kritiek (bewakers met honden zijn door de ramen bij de Marschallin te zien) in zijn enscenering.

Een prachtig doordachte enscenering. Als we het orgasme in het orkestrale voorspel (Albrecht en de zijnen waren hier al geweldig op dreef) hebben gehad, gaat het doek op en zien we een stijlvol vertrek in het huis van de Marschallin. Een omgevallen canapé en verdwaalde kledingstukken wijzen op een woeste nacht met de jongeling Octavian. De klok op de schoorsteenmantel staat stil. Later, als de Marschallin mijmert over de voortschrijdende jaren, deelt ze ons mee dat ze 's nachts door haar huis dwaalt om alle klokken stil te zetten.

Glogers enscenering zit vol met dit soort schitterende details. Zijn personenregie is bovendien om door een ringetje te halen met als resultaat een paar levensechte mensen op de bühne. Voorop Camilla Nylund als waardige oudere vrouw, die op grootse wijze haar jonge geliefde afstaat aan het jonge ding Sophie. In stem en verschijning is Nylund de gedroomde Marschallin die met de lastige lijnen van Strauss geen enkele moeite heeft, en die de schitterende teksten een fraaie diepere laag geeft. Werkelijk schitterend hoe zij en Hanna-Elisabeth Müller (Sophie) elkaar de hoogliggende passages in het slotterzet doorgeven. Daartussenin houdt Paula Murrihy (Octavian) zich meer dan staande met een lenig, slank én volumineus geluid.

Albrecht stuwde de muziek hier naar een ongelofelijk hoogtepunt. Elders klopte hij de walsritmes die de ordinaire baron Ochs begeleiden heerlijk luchtig op. Peter Rose zong en speelde deze rol voortreffelijk met een machtig demasqué aan het slot. Daar, in dat louche peeskamerhotel bloeit dan de echte liefde tussen Sophie en Octavian op.

De uit het hedendaagse uitgaansleven bekende rozenverkoper uit de tweede akte keert helemaal aan het slot van de opera terug. Octavian wil van hem een rode roos kopen voor zijn nieuwe liefje, maar heeft geen cent op zak. En dan ziet hij ineens de zilveren roos. Met die onechte pronkroos koopt hij een echte, een geurende. De verkoper is in zijn nopjes, aarzelt even, maar smijt dan met overtuiging de hele bos rode rozen (die verwelken toch maar) in de coulissen en loopt met de zilveren roos van het toneel af. Geniaal einde.

Nog te zien t/m 30/9. www.dno.nl

*****

OPERA

De Nationale Opera

Der Rosenkavalier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden