Rozdjestvenski lijkt wel nonchalant maar schijn bedriegt

Herhaling morgenmiddag in Rotterdam.

Breed glimlachend en met een fraaie buiging richting publiek komt Rozdjestvenski op. Je verwacht eigenlijk dat hij een paar geslaagde moppen zal gaan vertellen. Zodra hij zich tot het orkest richt komt de geest uit de fles: tsak, meteen valt hij met de deur in huis. De muziek klinkt even grondig voorbereid als overrompelend spontaan.

Dat er op repetities zeer hard gewerkt moet zijn, is duidelijk. Alles komt tot in de puntjes verzorgd over, maar echt dirigeren doet Rozdjestvenski bladzijden lang nauwelijks. Hij staat daar maar schijnbaar nonchalant, maar priemende oogjes en oren op steeltjes volgen alles uiterst nauwgezet en leveren de gelukzalige glimlach op als dingen echt heel fantastisch gaan. Waar nodig schieten zijn armen ineens fel uit om groepen bij de les te halen of extra accenten te geven. Geen gebaar is overbodig, wel uiterst efficient.

Uitbundig

Hoe efficient bleek uit het resultaat. Het RPhO speelde met een ongelooflijke precisie, zowel in ritmisch opzicht als in klankevenwicht. Vooral dat laatste was spectaculair, omdat Rozdjestvenski zonder veel omhaal de meest uitbundige klankexplosies kon laten losbarsten, om even later een even precies geformuleerd pianissimo te serveren. Van grofheid was geen sprake, al die scherpe contrasten kwamen heel legitiem over.

Een meer op scherp gestelde uitvoering van Sjostakovitsj' vierde symfonie heb ik nooit gehoord, maar ook geen die de sterke kanten van dit werk zo helder in het daglicht stelt. De brutaliteit, het sarcasme van deze muziek, vooral ook de originaliteit in thematiek en orkestratie wist hij schitterend bloot te leggen, in een heftige dramatische context met een duidelijk functie voor elk van de onderdelen. Huiveringwekkend mooi zoals hij aan het eind - de handen gevouwen, slechts een miniem gebaar om de eindstreep aan te geven - de strijkersklank met die prachtige celesta guirlanden liet uitsterven.

Daartegenover had Prokofjevs Ouverture op joodse thema's ter opening een bijna schaamteloos joviale uitvoering gekregen. In diens eerste pianoconcert maakte Oxana Yablonskaja een overweldigend debuut.

Zij is een krachtig, zeer vitaal en klankschoon pianiste, die met enorm elan en ijzeren beheersing Prokofjevs schitterende capriolen liet rondbuitelen, nauw terzijde gestaan door een flegmatieke dirigentenwolf in schaapskleren en een orkest dat zichtbaar genoot en hoorbaar in allerbeste doen was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden