Rouwrituelen / Stille tocht als teken van onmacht

Mensen die meedoen aan publiek rouwbetoon zijn meer met zichzelf bezig dan met de betreurde. Zo luidde dinsdag een bericht in Trouw over het oordeel van een Brits onderzoeksinstituut. Nederlandse deskundigen denken dat het genuanceerder ligt.

Het secularisatieproces leidde in de jaren zestig en zeventig tot een wanhopig zoeken naar nieuwe, niet aan kerk en christendom ontleende rituelen. Die heeft men nu gevonden. In overvloed. Dat valt met name te zien bij publiek rouwbetoon voor slachtoffers van 'zinloos geweld' of rampen. Moeten we daar blij mee zijn? Veel van die nieuwe vormen blijken slechts een kort, soms bizar leven beschoren. Wat overblijft zijn rituelen waar niemand zich een buil aan kan vallen: stille tochten, kaarsjes op de plek van het geweld of de ramp, bloemen, briefjes en teddyberen bij een portret van de omgekomene, condoleances op internet.

In een recent onderzoek (zie Trouw van 24 februari) veegt de Britse denktank Civitas de vloer aan met deze vormen van publiek rouwvertoon; 'verdacht meeleven', 'recreatieve rouw', 'geprefabriceerde emotie'. Nederlandse experts gaan niet zo ver. Zij erkennen dat het weinig verplichtend en globale karakter ervan ten koste gaat van de diepgang en de duurzaamheid van de rituelen, maar wijzen er tevens op dat diezelfde algemeenheid er toe leidt dat iedereen ze in een oogopslag herkent. Ze zijn onder alle omstandigheden toepasbaar en versterken de gevoelens van gemeenschap en solidariteit. Dat is belangrijk in een tijd van toenemend individualisme (al ligt het gevaar van goedkoop sentiment en narcisme altijd op de loer).

Deze constateringen staan te lezen in de studie van dr. Tineke Nugteren (vergelijkende godsdienstwetenschappen), prof.dr. Paul Post (rituele en liturgische studies en etnologie) en dr. Hessel Zondag (godsdienstpsychologie). Alle drie zijn ze verbonden aan het interuniversitair Liturgisch Instituut in Tilburg. Het trio onderzocht het publieke rouwvertoon bij vier rampen; het neerstorten van een El Al-vrachtvliegtuig op de Amsterdamse Bijlmer (1992) en van een militair transporttoestel op de luchtmachtbasis bij Eindhoven (1996), de vuurwerk ramp in Enschede (2000) en de brand in het Volendamse café De Hemel (2001). Daarnaast hielden twee buitenlandse wetenschappers de rituele reacties op het vergaan van de veerboot Estonia (1994) en de terroristische aanslagen van 11 september 2001 in New York en Washington tegen het licht.

Wat Nederland betreft heeft de opkomst van nieuwe rituelen bij collectieve of semi-collectieve rouwverwerking niet geleid tot het elimineren van de rol van de traditionele religies. Bij vrijwel elke ramp schakelt men dominees, imams, rabbijnen en/of priesters in als experts op het gebied van rituelen. Wel is hun invloed minder geworden en blijkt de scheidslijn tussen kerkelijk en niet-kerkelijk, religieus en profaan herdenken verdwenen te zijn. Bij massale uitingen van rouwbeklag is het niet langer de geestelijke voorganger die het laatste woord krijgt, maar de burgemeester, de minister of de premier als vertegenwoordiger van de wereldlijke overheid en het volk.

Meer dan vroeger worden rituelen op hun nut en gevoelswaarde beoordeeld. In dit verband is de vaak gehoorde opmerking 'het deed me niks' (of omgekeerd) veelzeggend. Dat botst met de essentie van het ritueel. Rituelen zijn namelijk niet op nut maar op betekenis gericht. Ze horen daarom per definitie niet thuis in dezelfde categorie als profijt, functie en doel.

De hedendaagse gewoonte van het religieus 'shoppen' zie je ook terug in de vormgeving van moderne rouwrituelen. Men mengt profane vormen vrijelijk met kerkelijke rituelen. Mensen zoeken symbolen uit die voldoen aan hun behoefte aan zekerheid en troost. Elke ramp is immers een gevoelige slag in het gezicht. Ineens blijkt het bestaan minder maakbaar dan politici, wetenschappers en reclamemakers ons voorspiegelen. Daarom interesseert het velen niet of rouwrituelen een religieuze of seculiere oorsprong hebben, als ze maar inspelen op gemeenschappelijke gevoelens van verwarring en machteloosheid.

De Tilburgse onderzoekers wijzen erop dat men de betekenis van rituelen ook weer niet moet overdrijven. Ze zijn geen panacee tegen alle psychische kwalen. Sommige mensen hebben er bij het verwerken van hun onzekerheid, woede of rouw baat bij, anderen doet het weinig tot niets of worden er juist door afgestoten.

Tot het moderne publieke rouwvertoon behoort ook het plaatsen van een blijvend gedenkteken op de plek waar het zinloos geweld of de ramp heeft plaatsgevonden. Een mooi voorbeeld is het monument Moeder Aarde in het Amsterdamse Vondelpark, ter herinnering aan de racistische moord in 1983 op de Antiliaan Kerwin Duinmeijer. Elk jaar komt men daar samen voor bezinning. Een verschil met bijvoorbeeld monumenten voor slachtoffers van de Watersnood in 1953.

De Nederlandse onderzoekers stellen dat de behoefte aan rituele markering wellicht ook samenhangt met het bewuste of onbewuste geloof dat 'hier iets ronddwaalt'. Het vage idee dat dit een gewijde plek is waar de zielen van de slachtoffers, ineens uit het leven weggerukt, nog steeds op de een of andere manier aanwezig zijn. Dit lijkt kenmerkend voor een tijd en cultuur met een sterke hang naar het occulte.

En dan is er nog de stille tocht. Of het nu de Bijlmerramp was of de gewelddadige dood van Meindert Tjoelker (1997), de vuurwerkexplosie in Enschede of de moord op Pim Fortuyn (2002), bij de publieke rouwrituelen die hier elke keer op volgden, stond één gebeurtenis centraal: de stille tocht. Sinds de jaren negentig heeft deze naoorlogse vorm van dodenherdenking -zie 4 mei- zich in ons land ontwikkeld tot hét collectieve symbool van herdenken en protest. Reden waarom de Tilburgse studie er veel aandacht aan besteedt.

In tegenstelling tot koningin Beatrix die in haar kerstboodschap van 2000 de stille tocht een nieuw en doeltreffend ritueel voor 'compassie in solidariteit' noemde, hebben de eerdergenoemde Britse deskundigen er geen goed woord voor over. Ze constateren dat tijdens elke tocht veel krokodillentranen worden vergoten.

De Tilburgers kennen en erkennen de kritiek. Die kan men trouwens in ons land ook horen. Natuurlijk is niet elke deelnemer aan een stille tocht even bewogen met het lot van de doden ('maar ja, het geeft je toch een goed gevoel'), speelt verdrongen opluchting dat je zelf niet tot de slachtoffers behoort mee in de geuite emoties, verwordt het rouwritueel soms tot een mediahype, tref je nepverdriet en melodrama aan, en kan men er de ergste clichés horen. Maar hiermee is volgens de Nederlandse visie niet alles gezegd.

Sommige dramatische gebeurtenissen, rampen incluis, worden kennelijk door velen als dermate ingrijpend ervaren dat massaal de oprechte behoefte ontstaat om sympathie met het slachtoffer en diens familie te betuigen. Daarom hebben dit soort tochten, waarvan de wortels te vinden zijn in de katholieke rite van de Stille Omgang, zich in ons land ontwikkeld tot de populairste collectieve vorm van herdenken en protest. Hier zou men wel eens de civil religion in zijn puurste vorm kunnen aantreffen.

Stille tochten zijn echter ook een demonstratie van onmacht. Ze laten in hun 'platte' massaliteit zien dat onze moderne samenleving nog steeds niet in staat is eigentijdse riten te ontwikkelen die recht doen aan de sterke behoefte aan transcendentie, spirituele diepgang en diversiteit op de beslissende momenten van leven en dood.

P. Post, R. L. Grimes, A. Nugteren, P. Petterson en H. Zondag; Disaster Ritual, explorations of an emerging ritual repertoire. Uitg. Peters Leuven, ISBN 90-429-1291-X, €45.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden