Rouw op de lange termijn

Beeld Trouw

Condoleren, hand vasthouden: bij vers groot verdriet weten we heus hoe het hoort. Maar wat doen we na verloop van tijd? Beatrijs Ritsema over laveren tussen 'melaatsenkamp' en dagelijks leven.

De eerste reactie op iemand die door verlies is getroffen is niet moeilijk. Je gaat erheen, je betuigt medeleven, je zegt hoe erg je het vindt, je houdt een hand vast en je luistert. De condoleancebrief en het condoleancebezoek hebben als gemeenschappelijk element dat er maar één onderwerp aan de orde komt: het verlies. Er worden geen andere onderwerpen aangeroerd. Dus niet: 'Nu ik je toch schrijf, ik heb nog twee boeken van je. Die zal ik binnenkort terugbezorgen.' En ook niet: 'Wat een mooi tafelkleed. Nieuw?'

Dat het bij een eerste ontmoeting maar over één ding mag gaan, betekent ook dat het ongeluk of het verlies niet als detail mag worden behandeld. Ik herinner mij dat ik in de weken na de dood van mijn zus (dit speelt zich ruim veertig jaar geleden af - ik studeerde nog) een keer in het voorbijgaan vrolijk werd begroet door een medestudent die alsof het hem plotseling te binnen schoot (wat waarschijnlijk ook zo was) zei: "O ja, gecondoleerd met je zus."

Dit riep een buitensporige woede in mij op. Zo goed kenden we elkaar nou ook weer niet en ik had het niet erg gevonden als hij er niet aan gerefereerd had. Maar om de zaak op die manier tussen neus en lippen af te doen vond ik echt beneden peil. Later ben ik daar iets milder over gaan denken. Het condoleren was tenslotte goedbedoeld, al kwam het er onhandig geformuleerd uit. Mijn gepikeerdheid laat wel zien hoe gevoelig je bent in tijden van rouw en hoe snel anderen een misstap kunnen maken.

Latere valkuilen
De oneffenheden die zich kunnen voordoen bij de eerste reactie op, de eerste ontmoeting met iemand die een zware slag heeft geleden, vallen in het niet vergeleken bij de latere valkuilen waar je in terecht kunt komen.

Mensen die een naaste hebben verloren komt het al te bekend voor. Een grote opkomst bij de begrafenis, een stapel lieve condoleancebrieven en vervolgens gaat iedereen over tot de orde van de dag en is het afgelopen met de belangstelling. Erger nog, soms lijkt het alsof getroffenen en rouwenden door hun bredere sociale omgeving in een soort melaatsenkamp worden geplaatst.

Dit verschijnsel doet zich niet zozeer voor bij intimi (hoewel ook intieme relaties zwaar onder druk kunnen komen te staan door verlies), maar vooral onder de niet heel dichtbije vrienden en bekenden die toch ook belangrijk zijn omdat ze deel uitmaken van iemands sociale weefsel.

Beeld Trouw

Je hebt je kind verloren, een paar weken later loop je door de supermarkt en je ziet een eindje verderop een bekende schichtig een ander gangpad induiken. Hij of zij doet alsof hij je niet gezien heeft, maar je weet wel beter.

Wat trouwens ook voorkomt: iemand die met verlies te kampen heeft, ziet een bekende op de groenteafdeling en schiet snel zelf achter hem langs om een ontmoeting te vermijden. Of gaat voortaan naar een andere supermarkt in een andere buurt om niet voortdurend bekenden tegen te hoeven komen.

Een groot verlies lijden, zoals de dood van een kind of partner, maar ook gediagnosticeerd worden met een ongeneeslijke ziekte of een verwoestende echtscheiding doormaken, drijft onmiskenbaar een wig tussen mensen. De vanzelfsprekendheid van de vriendschappelijke omgang wordt erdoor aangetast. De een zit in het kamp der geslagenen, de ander in het gewone dagelijkse leven, waar er zorgeloos op los wordt geleefd. Ontmoetingen leiden tot schaamte - bij de een over zijn misère, bij de ander over zijn onverdiende geluk. Op zo'n moment is het veel makkelijker om die hele ontmoeting en alle gêne die erbij te pas komt maar even uit de weg te gaan.

Protocollen
Ook als je je voorneemt om iemand niet te ontwijken, valt het niet mee om de juiste toon aan te slaan. Onduidelijkheid over wat er precies van je wordt verwacht en onzekerheid over wat je moet zeggen maken het vervolgcontact met getroffen personen ingewikkeld en pijnlijk. Je kunt niet de gezellige draad van voorheen opvatten, want daarvoor is de wond te vers. Je wil niet bij degenen horen die op de vlucht slaan voor andermans lijden, je wilt dat lijden onder ogen zien en de persoon in kwestie steun geven. Maar hoe?

Misschien was de omgang met getroffenen vroeger simpeler, toen rouw geregeerd werd door strakke protocollen. Eerst binnen zitten met alleen familie. Daarna een geleidelijke terugkeer in het sociale leven met als uiterlijk teken gedurende een paar maanden een zwarte band om de bovenarm. Iemand met een rouwband kon automatisch rekenen op consideratie en ingetogenheid vanwege het geleden verlies, en er werd niet achteloos gevraagd naar zijn geestelijk welbevinden. Het feit dat de persoon zich in het sociale leven begaf liet zien dat hij/zij zich krachtig genoeg voelde om zich weer in het sociale leven te begeven, dus men zei hooguit: 'Het is goed u weer te zien.'

Beeld Trouw

Uiterlijke rouwsymbolen om stilzwijgend te erkennen zijn er niet meer. Als er in deze tijd een ontmoeting plaatsvindt met iemand die een verlies heeft geleden, moeten er woorden worden uitgewisseld. Het meest voor de hand ligt 'Hoe gaat het?' Met deze vraag wordt een mijnenveld betreden.

Soms voelt iemand zich aangevallen omdat in zijn perceptie naar de bekende weg wordt gevraagd ('Slecht, natuurlijk, wat dacht je?'). Ook bestaat er een kans dat iemand zich gedwongen voelt om conventioneel te liegen ('Goed, hoor'), omdat hij weet dat vraagstellers liever niet horen dat het slecht gaat.

De vraag kan als indringend, bemoeizuchtig of vermoeiend worden beschouwd. Zij kan worden gesteld uit plichtsbesef of oprechte belangstelling. Het ongeluk, de dood, de ziekte vormen elke keer weer een draak die onschadelijk gemaakt moet worden, voordat een ontmoeting zijn loop kan krijgen. Soms vermijden mensen deze vraag, omdat ze de ander die net toevallig een opgewekte indruk maakt niet aan zijn verlies willen herinneren - alsof iemand überhaupt in staat zou zijn het verlies van een dierbare te vergeten.

'Naar omstandigheden redelijk'
Toch moet de vraag gesteld worden. Om lafheid te vermijden en omdat de conventie altijd beter werkt dan je in bochten wringen voor iets origineels. Het beste antwoord is al even conventioneel van karakter en luidt 'Naar omstandigheden redelijk'. Daarna kan het gesprek alle kanten op. Precies hetzelfde als bij een gewone ontmoeting tussen twee bekenden die niet in verschillende kampen zitten en die na het wisselen van uitbundige hallootjes de conversatie ook een zwieper in de een of andere richting moeten geven.

Inzoomen op het verdriet van de een is maar een van de vele mogelijkheden en niet altijd de meest aangewezene. Mensen uit het kamp der geslagenen verschillen in hun behoefte aan aandacht. Er zijn extraverten die graag over zichzelf praten.

Soms delen zij hun binnenwereld via Facebook en blogs met de hele wereld. De likes die dit oplevert worden ervaren als een vorm van troost. De introverten hechten aan privacy en laten niet iedereen zomaar binnen. De een omdat hij zich verveelt als hij te vaak en te veel over zichzelf moet praten. De ander ziet er de zin niet van, omdat hij niet gelooft dat troost bestaat.

Wie je voor je hebt is een kwestie van goed kijken en een beetje aanvoelen. Iets wat ook makkelijk de mist in kan gaan, maar dat geeft niet, want in een gesprek mogen fouten worden gemaakt. Met het voeren van een gesprek over doet-er-niet-toe-wat wordt even het verschil tussen het melaatsenkamp en het gewone leven opgeheven. Altijd beter dan de productinformatie op een pak rijst bestuderen, terwijl je doet alsof je de ander niet ziet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden