Rousseau leidt Wereldbank

De onrust in de Arabische landen moet leiden tot een nieuwe - deels politieke - opdracht voor de Wereldbank, meent topman Robert Zoellick. "De Arabische burger wil scholing, kansen en respect. Kortom: een nieuw sociaal contract."

Egypte? Staatssecretaris Ben Knapen (ontwikkelingssamenwerking) wil het land van de lijst met hulpontvangers schrappen. Een flink deel van de Tweede Kamer vindt dat geen goed idee. Je laat dan de Egyptische bevolking in de steek. Het land moet weer op de lijst nu het zich heeft ontworsteld aan de, vroeger ook door Nederland gesteunde, president Moebarak.

Wat is wijsheid? De eerste ingeving volgen en het Egyptische volk royaal steunen met ontwikkelingshulp? Of even denken welke steun in welke hoeveelheid gewenst is?

Vrijwel dagelijks komen er bij Knapen voorstellen binnen om Egypte te steunen. Afzonderlijke landen verzoeken Nederland mee te doen aan nieuwe projecten. De staatssecretaris wacht nog op Europees beleid. Hij wil beslist voorkomen dat er weer kluitjesvoetbal ontstaat waarbij landen zich massaal op een hulpontvangend land storten. Wel heeft hij een fonds opgericht voor democratische en economische processen in de regio. Een fonds staat niet gelijk aan terugplaatsing op de landenlijst voor bilaterale hulp (steun van land tot land). Het is vooral een symbolisch teken dat de staatssecretaris iets doet.

Nederland is niet de enige die worstelt met de nieuwe werkelijkheid in de Arabische wereld. De snelheid waarmee tot voorheen stabiele autocratische regimes zijn omgevallen - Egypte en Tunesië - of dreigen te verdwijnen - Libië en Jemen - heeft vrijwel iedereen verrast. Er mag dan op de burelen van de Wereldbank en het IMF een plan klaar liggen voor Zimbabwe na het vertrek van Mugabe, voor Noord-Afrika en het Midden-Oosten ligt het antwoord op de vraag 'En nu?' blijkbaar aanzienlijk gecompliceerder. Nederland, Europa, de VS en multilaterale instellingen als Wereldbank en IMF zoeken naar een nieuw antwoord.

Eerst maar eens een greep uit de ruwe gedachten. Amerikaanse ambtenaren hebben vooral gepleit om de handelsrelaties met de herboren naties op te krikken. Het IMF gooit er een blik staffunctionarissen tegenaan die in Caïro moeten zien of er een lening nodig is om de economie aan de praat te houden. Vrijdag, tijdens het voorjaarsoverleg van Wereldbank en IMF, vindt een rondetafelconferentie plaats over de domino-revolutie in Mena, zoals de regio Midden-Oosten en Noord-Afrika in Wereldbank-jargon wordt genoemd.

Die conferentie gaat, zeker als Egypte ter sprake komt, niet over klassieke ontwikkelingshulp. In 1993 ontving Egypte al 370 dollar hulp per hoofd van de bevolking. Een bedrag waar aanzienlijk armere landen destijds, maar ook nu nog, alleen van konden en kunnen dromen. Het bedrag kon niet verklaard worden uit economische motieven maar louter uit politieke: de strategische positie die Egypte jarenlang had voor het rijke Westen in de Koude Oorlog.

Dat Egypte geen klassiek ontwikkelingsland is, blijkt ook uit een plan dat Eveline Herfkens, de toenmalige minister voor ontwikkelingssamenwerking, voor Egypte, Zuid-Afrika en Chili had. De drie landen hadden in 1999 in haar ogen al voldoende hulp ontvangen. Hoog tijd om maar eens iets terug te doen. Door die landen opgebouwde kennis zou in andere ontwikkelingslanden worden uitgevent. Zuid-Afrika diende Oeganda te steunen, Chili de arme buur Bolivia en voor Egypte moest Herfkens nog een hulpbehoevende partner vinden.

Twaalf jaar geleden al diende Egypte van de lijst met hulpontvangers te worden geschrapt. Zo nieuw is het idee van Knapen dus ook weer niet. Het is wel cynisch te moeten vaststellen dat door de jaren heen de aanwezigheid van Moebarak als stabiele factor goed was voor ontwikkelingshulp en dat nu zijn vertrek eveneens hulpgeld waard blijkt. Achteraf dient vastgesteld te worden dat destijds betaald werd voor de macht en dat de Tweede Kamer nu vooral wil betalen op basis van die andere M, die van moraal.

Wellicht dat het handig is de landen in verandering zelf te vragen wat hun belangrijkste wensen zijn. De Wereldbank hield twee weken geleden een conferentie waarop geluisterd diende te worden naar de Arabische stem des volks, politici, vrouwengroepen, zakenmensen... een doorsnede van de bevolking.

Volgens Robert Zoellick, de Amerikaanse topman van de Wereldbank, wordt het zaak ontwikkelingseconomie dienstbaar te maken aan ministers, politici, leiders uit de gemeenschappen én fruitverkopers. De laatste categorie is een directe verwijzing naar Mohammed Bouazizi, de Tunesische fruitverkoper die - nadat de politie zijn weegschalen in beslag had genomen en hem had geslagen en geschopt - zichzelf uit frustratie in brand stak en zo een om zich heen grijpend hervormingsvuur in de regio ontstak. Volgens Zoellick, tijdens een deze week gehouden toespraak voor het Peterson Institute for International Economics in Washington, is overal wel een Bouazizi te vinden. Mannen, vrouwen en kinderen die geen kansen hebben, die uitgesloten zijn en leven zonder rechtsbescherming.

Wat leerde Zoellick van de Arabische stemmen? "Ze willen kansen, een baan, een eerlijke behandeling, rechtszekerheid, openheid, maar ook voedsel en scholing voor hun kinderen en buurten die veilig zijn. Ze willen dat de politie er is om ze te beschermen in plaats van zich te gedragen als roofdieren. Ze willen dat hun stem gehoord wordt, zeggenschap. En ze willen dat ze met waardigheid en respect worden behandeld." Kortom: de Arabische burger wil een nieuw sociaal contract, zo concludeert Zoellick.

Een nieuw sociaal contract? Dat is niet direct het terrein van de Wereldbank. Het denken in termen van sociale contracten gaat terug naar de Franse denker Rousseau (1712-1778). In een dergelijk sociaal contract leveren individuen een deel van hun vrijheid in bij de gemeenschap (en niet bij een vorst). Die gemeenschap zorgt voor veiligheid en de macht van een regering wordt gelegitimeerd door de geregeerden.

Zoellick realiseert zich dat hij met deze invalshoek als het gaat om de Wereldbank een geheel nieuw terrein betreedt. Een terrein dat vooral als politiek wordt gezien. Zoellick vindt desondanks dat de ontwikkelingen in Mena, begonnen met de fruitverkoper die zichzelf in brand stak, moeten leiden tot een nieuwe opdracht voor zijn instelling.

Twintig jaar geleden spraken medewerkers van de bank over het c-woord. Corruptie en corruptiebestrijding werden door de aandeelhouders van de bank als te politieke onderwerpen beschouwd. De Wereldbank mocht zich niet bemoeien met binnenlandse aangelegenheden. Nu is de strijd tegen de corruptie een onderdeel van de Wereldbankprogramma's.

Een vergelijkbaar verhaal gaat volgens hem op voor de discussie over gender-gelijkheid. De rechten van vrouwen werden aanvankelijk ook als te politiek gezien. Nu is iedereen het er over eens dat gender-gelijkheid leidt tot minder armoede.

De laatste taak die de bank naar zich toe trok, is die van het vergroten van transparantie. In Egypte werden onder het oude regime veel economische gegevens niet openbaar gemaakt. De bank ijvert nu met de Egyptische hervormers voor een wet die het openbaar maken van informatie regelt.

Het zijn alle drie voorbeelden waarbij de Wereldbank op het oog politiek onderwerpen binnen het mandaat van de Wereldbank heeft gehaald. Critici verwijten Zoellick nu via de gedachte van het sociaal contract nog verder op te schuiven. Zoellick verweert zich daar tegen door te stellen dat ingrepen en investeringen in de economie vooral renderen bij goede politiek. En als dat zo is dan is het zaak om ook te investeren in maatschappelijke organisaties. Zoellick roept de aandeelhouders van de Wereldbank op deze modernisering van de instelling te onderzoeken. En waar moet de Wereldbank voor het eerst haar moderne gezicht laten zien? In het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Afrika bezuiden de Sahara, vindt Zoellick.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden