Rotterdamse straatvechter met dikke sigaar

In zijn ’Palazzo di Pietro’ zei Fortuyn twee maanden voor de gemeenteraadsverkiezingen: „Als ik hier scoor, ben ik geen luchtballon. Rotterdam is een realiteitstest.” De Maasstad was zijn bakermat. Het hoofdstuk Fortuyn is er nu echter gesloten.

Ludette el Barkany en Adri Vermaat

Zeventien zetels scoort Pim Fortuyn op verkiezingsdag met Leefbaar Rotterdam en zijn binnenkomst, ’s avonds in het stampvolle stadhuis, is er één van een winnaar. De triomf van een ware kampioen.

In deze ambiance gunt Fortuyn de verliezers van vooral de PvdA een herstelpauze en plaagt hij VVD-lijsttrekker Nico Janssens als deze een hem onwelgevallige vraag stelt. „Ik heb veel boeken geschreven, gaat u maar eens wat lezen vannacht”, adviseert Fortuyn welwillend.

Dan spoedt de winnaar zich naar Amersfoort, waar hij de landelijke lijsttrekkers, met PvdA’er Ad Melkert voorop, langdurig de oren wast. „Als lamgeslagen, tragische regenten zaten ze erbij”, analyseert daags erop André van der Louw, oud-burgemeester van Rotterdam die ook het voorzitterschap van de PvdA bekleedde, het historische beeld.

Dat Fortuyn in de periode voor de verkiezingen zijn onzekerheid openbaarde door over een ’test’ te reppen, vertelt iets over zijn karakter. Naar buiten toe open, onafhankelijk, kritisch behoudens op zichzelf, innemend én onderhoudend. Innerlijk een vaak knagend gevoel van eenzaamheid, kwetsbaar, twijfelend, aimabel, ijdel met arrogante trekjes. Een boeiende man, die ernstig kan zijn, onderwijl genietend van een Chivas Regal en een Hajenius, en die er prat op gaat dat hij zich in de meest uiteenlopende kringen beweegt: die van de rijken, die van de sociaal zwakkeren en die van de dark rooms.

Zijn sprong naar de politiek en erkenning komen voor hem niet onverwacht. Al jaren heeft hij zich, gedreven, vol energie en gezegend met de mentaliteit van een straatvechter, voorbereid op wat hij zijn ’missie’ noemt. Als geen ander weet Fortuyn dat Nederland nog van hem zal horen. „Hoe dan ook ben ik voorbestemd in een positie te komen waarin ik Nederland mag helpen moderniseren”, zegt hij augustus 1993.

Al vroeg in de jaren negentig etaleert hij, destijds hoogleraar arbeidsvoorwaarden, zijn kennis van Rotterdam en zijn visie om de stad te verbeteren. „Als een bejaarde vrouw in Rotterdam zegt: ’Ik herken mijn wijk niet meer als er nog meer buitenlanders komen’ is dat gewoon waar”, zegt hij op een bijeenkomst van vijftig welzijnswerkers in Apeldoorn. „We moeten samenleven, en dat lukt nog niet terwijl het voor Nederland van levensbelang is.”

Simpelweg omdat er in Rotterdam geen sámen bestaat. Op de Kerkwervesingel in Pendrecht, een wijk ’op’ Zuid, spreekt niemand behoorlijk Nederlands en laten steeds meer autochtone bewoners de wijk voor wat die is. Zij kennen hun buren niet (meer) en voelen zich onveilig. De onvrede onder de bevolking over wonen, werk en inkomen is groot, bij zowel autochtonen als allochtonen.

Er heerst totale onverschilligheid. Jegens de buren, de straat, de wijk, de stad, het land, de plek waar je je kinderen grootbrengt. Drugsproblemen, criminaliteit, verloedering en verpaupering. Het overheersende gevoel van de bewoners is dat zij in de steek zijn gelaten. Allochtonen die vaak de taal niet machtig zijn, autochtonen die zich geen raad weten met de eigen onmacht: de veranderingen rondom hen heen.

De frustraties groeien met de jaren, in Hoogvliet met Antillianen, in Spangen met Kaapverdianen en Franse drugstoeristen en in de Afrikaanderwijk met Marokkanen en Turken. Fortuyn voelt de wederzijdse miskenning, die hij zelf als omstreden persoon lang herkende, feilloos aan en koppelt die moeiteloos aan het gebrek aan lef bij zowel de Rotterdamse als de landelijke bestuurders en politici. „De middenklasse moet terugkeren naar Rotterdam, voor haar moeten goede appartementen worden gebouwd. Achterstandswijken moeten verplicht worden gemengd”, dicteert hij januari 2002 het verkiezingsprogramma van Leefbaar Rotterdam. En: „Rotterdam moet schoon worden. Elke agent wordt uitgerust met een gummiknuppel.”

Hoe anders dacht de hoogleraar medio jaren negentig over criminaliteit en uitzichtloosheid bij jongeren. In die tijd ziet hij vooral heil in sociaal-maatschappelijke oplossingen voor de oude stadswijken. „Je moet ervoor knokken, niet met politie en justitie als sluitstuk”, zei hij toen.

Zelf woont hij dan nog in een mooi huis aan de Randweg in de Rotterdamse achterstandswijk Hillesluis, deelgemeente Feijenoord. Zijn boodschappen doet hij letterlijk bij hem om de hoek, op de Beijerlandselaan en Groene Hilledijk, waar hij bij banketbakkerij Van der Stelt ’taartjes’ haalt.

De ietwat deftige bakker is gevestigd aan de toen al flink verpauperde winkelpromenade Boulevard Zuid. De ene na de andere gerenommeerde ondernemer sluit er zijn winkel, angstig als zij zijn na weer een gewelddadige overval, een intimiderende opmerking of ’gewoon’ een diefstal.

Fortuyn doet met deze kennis onmiskenbaar zijn voordeel. Hij hoort, zonder dat het hem enige moeite of inspanning kost, de zorgen in de arbeiderswijk over wonen, werk en inkomen. Hij observeert, inventariseert, rekent, en trekt zijn conclusies. Met die boodschap reist hij door gans Nederland, in een periode dat zijn politieke ambities niet verder reiken dan hooguit het burgemeesterschap van de deelgemeente Feijenoord.

Over die woonomgeving zegt hij in 1995: „Feijenoord lijkt soms Casablanca wel (...). Als ik m’n sportwagen uit de garage haal, drommen chocoladebruine kindertjes er omheen. Maar er is ook eenzaamheid, vooral onder weduwen, van wie de mannen zich een leven lang kapot werkten in de haven.”

Datzelfde jaar zegt hij: „Fundamentalisme, dat is een biologische tijdbom. Nu nog zetten de islamitisch opgevoede jongeren zich af tegen hun ouders. Maar als ze 25 jaar zijn en in de bijstand zitten, zeggen ze: ’Is dit het nou?’ Dan ontbreekt ieder perspectief. De imam heeft dat wèl: terug naar de islamitische wortels. Zodra de situatie uitzichtloos is, gaat het de fundamentalistische kant op. Discussie hierover moet, ze vergt alleen durf.”

Deze en soortgelijke uitspraken doen sommigen besluiten om Fortuyn een ’racist’ te noemen, een ’volksmenner’ en naderhand worden vergelijkingen getrokken met het naziregime. Ook in allochtone kring woedt een stevige discussie over het fenomeen Fortuyn. Hij is er gehaat en geliefd, net zoals onder autochtonen het geval is. Zelf heeft hij, inhoudelijk, al lang afstand genomen van de vooroordelen over hem. Want: „De vraag of Nederland vol is, dient niet in de eerste plaats te worden gesteld aan de bewoners van middenstandswijken, doorzonwijken en villaparken, maar dient gesteld te worden aan de bewoners van de achterstandswijken.”

Leefbaar krijgt op 6 maart 2002 86027 Rotterdammers achter zich. Fortuyn is populair in de stad, veel meer dan elders waar hij het etiket van racist moeilijk kwijtraakt. De chaos op weg naar de landelijke verkiezingen overheerst dan zijn leven. Voor hem wildvreemde Rotterdammers stoppen geld voor zijn partij in de brievenbus van Palazzo di Pietro, staande ovaties vallen hem ten deel, zoals bij een spontaan diner in het Scheveningse Kurhaus.

De kogels die hem op 6 mei 2002 doodden, zijn geen onderwerp meer van gesprek. De dader is veroordeeld en over Pim Fortuyn wordt in Rotterdam niet veel en vaak meer iets gezegd. Hij is dood, weten voor- en tegenstanders en met de doden kun je niet leven. De PvdA is sinds een jaar weer de grootste partij van Rotterdam, met Leefbaar als tweede. Het huidige college van PvdA, CDA, VVD en GroenLinks heeft speerpunten op gebied van onder meer wonen en veiligheid, eerder in gang gezet door Leefbaar, overgenomen en geïnitieerd. Leefbaar is zijn hoofdrol kwijt. Rond de ex-wethouders Marianne van den Anker, Wim van Sluis en Marco Pastors is het stil.

Geraadpleegde bron: Pim Fortuyn en Rotterdam, Albert Oosthoek, in opdracht van burgemeester Opstelten, Uitg. Ad. Donker

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden