Rotterdams Orkest luidt jubileumseizoen in met glansvolle Berlioz

ROTTERDAM - Een glansvollere start van de viering van zijn 75-jarig bestaan had het Rotterdams Philharmonisch Orkest zich niet kunnen wensen. De uitvoering, dinsdagavond in De Doelen, van Berlioz' dramatische symfonie 'Romeo et Juliette' werd een superieure bevestiging van de kwaliteit die het ensemble heeft opgebouwd.

In zijn Memoires stelde de componist dat dit werk nooit in Londen uitgevoerd zou kunnen worden, omdat Engelse musici de discipline en kwaliteit misten om aan de zware eisen te voldoen en geen tijd hadden om echt muziek te maken. Juist in Engeland kreeg hij echter zijn grootste erkenning en het was ook nu een Engelsman, Simon Rattle, die in eerste instantie verantwoordelijk was voor deze schitterende uitvoering.

Rattle 'beklaagde' zich erover dat integrale uitvoeringen van het stuk zo schaars zijn dat hij nog niet eerder de kans had gekregen het te dirigeren. Zo vreemd is dat echter niet, want het stuk stelt inderdaad behoorlijke eisen en is zeker geen sterke compositie: onsamenhangend, met nogal wat lapwerk tussen een aantal heel fraaie delen, die dan ook afzonderlijk regelmatig worden uitgevoerd.

aar het zich ontegenzeglijk uitstekend voor leent, is om een orkest de kans te geven te laten horen waartoe het in staat is. Zwakke plekken wist Berlioz nog aantrekkelijk te maken door zijn briljante orkestratiekunst. De wederzijdse liefde-op-heteerste-gezicht-relatie die Rattle sinds 1978 aan het RPhO bindt, wierp voor de tweede keer in een maand tijd (het magistrale 'Pelleas' loopt nog in het Muziektheater) opmerkelijke vruchten af.

In uiterste discipline en vakmanschap namen dirigent en orkest, na een hoorbaar zeer grondige voorbereiding, uitbundig de tijd om muziek te maken. Rattle weet zo'n prachtig klankgemiddelde uit dit orkest te halen, met een grote rijkdom aan nuances, een constante intensiteit in een perfecte beheersing van pianissimo tot fortissimo, dat alle ruimte overblijft om ook nog op een schijnbaar ontspannen wijze zinderend te musiceren. Niets wordt aan het toeval overgelaten, geen detail blijft onderbelicht, maar het totaalbeeld is er een van gloedvolle spontaniteit.

Voor het Koor van de Nederlandse Opera en leden van het Nederlands Kamerkoor was nog een dankbare taak weggelegd, die met zeer fraaie, heldere zang werd ingevuld. De drie solisten komen er bekaaider af. Mezzo-sopraan en tenor hebben in het eerste deel een kleine inbreng, door Elise Ross zeer matig (slechte uitspraak van het Frans!) en door John Aler redelijk uitgevoerd. De bariton heeft in de finale een wat uitbundigere partij, door JeanPhilippe Courtis waardig en innemend vertolkt. Niet helemaal volmaakt dus, deze produktie, maar het orkestrale aandeel kan ik mij nauwelijks briljanter voorstellen.

Herhaling morgenavond in Concertgebouw Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden