Rotterdammers steken met Mahler Amsterdammers naar de kroon

(FOTO MARCO BORGGREVE)

Rotterdams Philharmonisch Orkest, Nederlands Concertkoor, Roder Jongenskoor, Martini Jongenskoor, Karen Cargill olv Yannick Nézet-Séguin op 2/10 in de Doelen Rotterdam.

In de Doelen kon je zaterdag in het winkeltje van de Vrienden van het Rotterdams Philharmonisch Orkest de cd’s kopen van Mahlers Zesde en Achtste symfonie. Niet zomaar opnamen, maar historische onder leiding van toenmalig chef-dirigent Eduard Flipse (1896-1973). Machtig pionierswerk uit 1954 en 1955, dat vanwege de Mahler-jaren weer terecht opnieuw is uitgebracht.

Het geeft aan dat er in Rotterdam ook een soort van Mahler-traditie is geweest, niet zo verankerd als in Amsterdam, maar toch. Opvolgers van Flipse – Rattle en Conlon met name – hielden Mahlers vlag in Rotterdam wapperend en Haitink kwam er Mahlers Tweede dirigeren; zijn eerste Nederlandse optreden na het rumoerige vertrek uit Amsterdam.

Met Gergjev trad een Rotterdamse chef-dirigent aan die in Mahler zeer wisselvallig bleek. Nu Gergjev heeft plaatsgemaakt voor de de kleine Canadees Yannick Nézet-Séguin heeft het Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO) weer een heuse Mahlerkampioen in huis.

Onlangs nog dirigeerde Nézet-Séguin Mahlers Tweede in het Gergjev Festival. Deze dagen heeft hij de Derde symfonie op de lessenaars staan. Zaterdag was de derde uitvoering in een serie van vier, een uitvoering waarin op een paar minieme ontsporinkjes na alles onder elkaar stond. Een briljante uitvoering bovendien waarmee de Rotterdammers de Amsterdammers van het Concertgebouworkest naar de kroon staken.

Nézet-Séguin liet de symfonie met een groot uitroepteken beginnen; zoals de galm van acht schalmende hoorns door de zaal trok, was van een ongehoorde schoonheid. Iedereen zat meteen rechtop. Hoe de dirigent in dit complexe deel van ruim een half uur de verschillende onderdelen met elkaar verbond was geniaal. Ongegeneerd geschmier (ook dat is Mahler) naast massieve brokken scherp afgehakt marmer. Het was ongelofelijk precies en meeslepend, een Mahler à la Chailly met een gedurfde versnelling naar het slot, een slot dat klonk als een uit elkaar springende fragmentatiebom.

In de volgende delen blonk het RPhO uit in al die kleine maar o zo belangrijke details. Tamboer en trompetter op de gang waren perfect in balans en vooral die verre trompet was uitermate ontroerend. Mezzosopraan Karen Cargill bleek een meer dan voortreffelijke keus voor het ’O Mensch’ en de jongens- en dameskoren voegden zich met pure schoonheid in het muzikale weefsel.

In het laatste deel wist Nézet-Séguin de extase naar een nog hoger plan te tillen. Indrukwekkend de stilte die volgde op het slotakkoord. Fijn dat er microfoons hingen en fijn dat de zaal op verzoek muisstil was, zodat de geplande cd’s waardige opvolgers zullen zijn van die van Flipse.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden