Rotterdammers nog altijd dol op hun Witte Huis

ROTTERDAM - Geen goed woord had het toonaangevende Nederlandse architectenblad 'Architectura' een eeuw geleden over voor de eerste wolkenkrabber van Europa, Het Witte Huis in Rotterdam. “Die grote kolossen, al het andere overschreeuwend, zijn niet geschikt om een straat te versieren”, foeterde het blad van onder meer de vermaarde Jos. Cuijpers pal voor de opening op 1 september 1898.

Dat het gloednieuwe kantorencomplex aan de Wijnhaven de hoogte zocht, vond Architectura maar een zwaktebod. “Een ieder die het wel meent met de architectuur zal moeten toestemmen dat dit niet de weg kan zijn, die de bouwkunst op moet, al moge het uit een constructief standpunt nog zo belangrijk zijn. 't Is te hopen dat wij in ons land van dergelijke Amerikaansche produkten verschoond mogen blijven; ze mogen ze in Amerika mooi vinden, wij doen dit allerminst.”

Een eeuw later heeft Het Witte Huis nog steeds geen plekje veroverd op de architectonische landkaart. Terwijl de Rotterdammer wegzwijmelt bij het zien van het opvallende witte gebouw met pannendak, torentjes en kantelen tegenover het Haringvliet, kijkt een beetje architect misprijzend naar dit misbaksel vol nostalgie naar de middeleeuwse bouwkunst. Daarentegen raken de architecten over de bijna even oude Beurs van Berlage in Amsterdam maar niet uitgepraat. Terwijl ook Berlage zich voor zijn ontwerp liet inspireren door de Middeleeuwen. Dat komt, zegt de Delftse emeritus-hoogleraar Niels Prak in het jubileumboek over het Rotterdamse monument, doordat “Het Witte Huis die Romaanse ordeningen met nadruk laat zien, terwijl Berlage geprobeerd heeft ze te verdoezelen”. Het naüpen van historische bouwkunst was onder architecten net in die jaren not done geworden.

De gebroeders Van der Schuyt, samen eigenaar van een Rotterdamse handelsfirma, gaven de opdracht tot de bouw van Het Witte Huis. Een van de twee broers was architectuurfreak en bij een bezoek aan New York diep onder de indruk geraakt van het fenomeen wolkenkrabber. Mogelijk heeft het Netherland Hotel in de Big Apple als voorbeeld gediend voor architect Willem Molenbroek, die het gebouw ontwierp. Maar zeker weet de auteur van het jubileumboek, Joris Bodar, dat nog steeds niet.

Anders dan de architecten reageerden de Rotterdammers wél enthousiast op 'hun' wolkenkrabber. Maar met de verhuur van de kantoorruimte wilde het niet vlotten. Het Witte Huis was een beetje de Rembrandttoren (in Amsterdam en moeilijk verhuurbaar) van zijn dagen. Hoewel dat niet de nekslag was voor de gebroeders Van der Schuyt gingen ze vijf jaar na de opening failliet. Het Witte Huis ging over in andere handen. Pas toen begon de exploitatie van het gebouw te lopen, en in de weekeinden stonden de Rotterdamse gezinnen in de rij voor een uitstapje met de lift naar het dakterras. Dol waren en zijn ze op Het Witte Huis. Er bestaan meer dan duizend verschillende briefkaarten met afbeeldingen van het gebouw, een absoluut Nederlands record. En het jubileumboek wemelt van anekdotische jeugdherinneringen aan het geboeuw, van Rotterdammers en oud-Rotterdammers.

Rotterdam-gevoel

Het illustreert het 'Rotterdam-gevoel', waarmee een echte Rotterdammer over zijn stad pleegt te spreken. Bij de jubileumfestiviteiten volgend weekeinde rond het Witte Huis komt die sentimentaliteit ook weer bovendrijven. Bodar schrijft dat haast onnederlandse chauvinisme mede toe aan de Duitse bombardement in 1940: “Omdat het centrum hier totaal is weggebombardeerd, leeft zo'n jubileum van een pand als Het Witte Huis hier meer dan in andere steden”.

Het had maar weinig gescheeld of Het Witte Huis had niet eens de Duitse bommenregen overleefd. Door de ramen van de zevende verdieping is precies te zien hoe ver de Duitse bommenwerpers zijn gekomen: in het zicht van de Rotterdamse wolkenkrabber. Door puur toeval bleef Het Witte Huis behouden: de Duitse bommen waren op. Op diezelfde zevende verdieping namen Nederlandse mariniers in de meidagen van 1940 de oprukkende Duitsers op het Noordereiland onder vuur.

De geest van wederopbouw was na de oorlog een grotere bedreiging voor het gebouw. In 1946 al werd een plan gelanceerd om op de plek van Het Witte Huis een driedubbele hangbrug over de Nieuwe Maas aan te leggen voor het autoverkeer. En eind jaren zestig dreigde een nieuwe Willemstunnel onder de rivier door Het Witte Huis te ondergraven. De gemeenteraad hield op het laatste moment echter de aanleg van de tunnel tegen.

In die jaren verloederde het gebied rond de Oude Haven meer en meer, ook Het Witte Huis. De toenmalige eigenaar van het pand deed niets aan het achterstallig onderhoud. In de gemeenteraad werd in 1976 zelfs even gespeeld met de gedachte de hele bebouwing aan de Wijnhaven maar af te breken en er een prostitutiecentrum te openen.

De Rotterdamse zakenman Tom Westermeijer behoedde Het Witte Huis voor sloop. In 1979 werd hij verkozen tot allereerste 'Rotterdammer van het jaar' omdat hij het pand had aangekocht en opgeknapt. De huidige eigenaar, Bom Oil, toont al even veel zorg. Anders dan de gebroeders Van der Schuyt hoeft de Belgische exploitant zich over de bezetting geen zorgen te maken. Alle verdiepingen zijn bezet en wekelijks krijgt de beheerder nieuwe aanvragen binnen.

Met een kunstroute langs allerlei culturele instellingen, een Rotterdamdag, mariniers die van het Witte Huis abseilen, een gala-avond met onder meer Lee Towers, een Vut-show en een kinderontbijt staat Het Witte Huis vanaf volgende week vrijdag in het zonnetje. En naast het historisch boek van Joris Bodar brengt de stichting zelf een kunstboek uit, met veel foto's van een eeuw geleden. Een speciaal daarvoor opgerichte Stichting 100 jaar Het Witte Huis heeft het allemaal georganiseerd, gesponsord door Rotterdamse bedrijven. “Het ging ons niet allereerst om het feestje bouwen”, zegt Matty van den Berg, zelf Witte Huis-bewoonster. “We wilden het Rotterdamse bedrijfsleven uit alle hoeken en gaten samenbrengen. Rotterdamse bedrijven hebben vaak het idee dat het gras altijd groener is bij de buurman. Bij het bouwen van een brug wordt een bouwbedrijf uit Leidschendam of Den Haag aangetrokken, terwijl de stad alles zelf in huis heeft. En ook wilden we eens de verschillende sterke aspecten van Rotterdam tegelijkertijd onder de aandacht brengen: de architectuur, de haven, de musea.”

Het feest zal plaatsvinden op het lege stuk grond tussen metrostation Blaak en de Anton Pieck-achtige huizenrij langs de Wijnhaven. De winderige vlakte vol stuifzand ligt niet lang meer braak. Volgend jaar verrijst hier een hoge kantoortoren. De eerste wolkenkrabber van Europa zal er als een kabouterhuis bij afsteken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden