Rotterdam voert de verkeerde lijstjes aan

Ivo Opstelten moest zijn eerste jaar als burgemeester van Rotterdam dienen in de schaduw van het onderzoek naar het declaratiegedrag van zijn voorganger Bram Peper, dat 'zeer slecht is voor het aanzien van de stad'. Toch maakt hij zich vooral zorgen over andere zaken, vooral de lange optelsom van sociale vraagstukken.

Op het Rotterdamse stadhuis is het onderzoek van de commissie onderzoek van de rekening (COR) naar de declaraties van oud-bestuurders al maanden het gesprek van de dag. ,,Natuurlijk gaat het leven normaal door, maar het onderzoek drukt er wel een stempel op'', zegt burgemeester Ivo Opstelten. Maar ook buiten het stadhuis en buiten Rotterdam wordt de burgemeester regelmatig herinnerd aan deze affaire. ,,Je merkt dat mensen zich afvragen wat er aan de hand is in Rotterdam. Vooral in Den Haag beheerst het de gesprekken. Dat is heel vervelend. Daar hebben we last van.''

Alleen daarom al is het zaak dat de commissie het onderzoek zo snel mogelijk kan afronden. Opstelten benadrukt dat hij op dat punt geen enkele invloed heeft. ,,Ik heb ook geen idee wat er bij de commissie op de plank ligt. Er zijn Chinese walls opgetrokken tussen mij en de commissie.''

De burgemeester wil niet vooruitlopen op de uitkomsten van het onderzoek. ,,Ik moet ook geduldig afwachten. Maar uiteraard zullen uit het werk van de commissie aanbevelingen voortvloeien. En daarmee gaan we gegaranderd aan de slag'', zegt hij op vriendelijke toon, maar wel met die neutrale blik in de ogen die hij reserveert voor kwesties waarop hij eigenlijk helemaal niet wenst in te gaan.

Maar leuk is anders, daarover geen misverstand. Zo'n affaire was wel het laatste wat hij had verwacht bij zijn entree in zijn geboortestad. Maar bij alle negatieve verhalen die nu rondzingen over de Rotterdamse bestuurscultuur, mag niet onvermeld blijven dat er ook een positieve kant zit aan deze kwestie, benadrukt Opstelten. ,,De gemeenteraad heeft geen moment geaarzeld om deze zaak tot op de bodem uit te zoeken. Dat doet niet elke gemeente. Als er vragen rijzen over de integriteit, kun je ook maar één ding doen: het uitzoeken. Dat Rotterdam dat nu zo grondig aanpakt, zo serieus onderzoekt hoe er met gemeenschapsmiddelen is omgegaan, zegt óók iets over de cultuur op het stadhuis. Net zoals het feit dat Rotterdam de eerste stad is met een Rekenkamer. Het is ook de eerste keer dat een stad zichzelf op zo'n grondige wijze laat onderzoeken. Ik wil niet zeggen dat je daar trots op moet zijn, maar het zegt wel iets over de Rotterdamse bestuurscultuur: niet te lang stil staan bij het verleden, maar dingen uitzoeken, maatregelen nemen en daarmee aan de slag.''

Vergeleken bij Utrecht, waar hij ruim zes jaar burgemeester was, gaat het er op het Rotterdamse stadhuis wel royaler aan toe. ,,Als je de grootste haven van de wereld hebt, vraagt dat een zekere gastvrijheid. Maar daar zit verder niks overdrevens bij.'' Frappant in dit verband is dat een van de eerste beslissingen die Opstelten moest nemen, een onderzoek betrof naar de diefstal van sigaretten en drank en het schrijven van te veel overuren door medewerkers van de stadhuiskeuken. Volgens Opstelten is het zuiver toeval dat de kwestie net rond zijn komst aan het licht kwam. ,,De gemeentesecretaris kwam er een week na mijn installatie mee aan, omdat hij me er niet op die feestelijke dag mee lastig wilde vallen.'' Opstelten wil daarmee de kwade tongen weerspreken die beweren dat de diefstallen jarenlang ongehinderd konden doorgaan, omdat de bestuurlijke top zelf ook boter op het hoofd had. ,,Het was gewoon niet eerder bekend.''

Geen kwaad woord over zijn voorganger, die er maar liefst zestien jaar zat. Volgens critici zou dat ook in de hand hebben gewerkt dat Peper zich het gedrag kon aanmeten van een 'zonnekoning' die het stadhuis als zijn privé-domein beschouwde waar hij zich alles kon permitteren en geen tegenspraak duldde. ,,Ik ben zeer gesteld op Bram Peper en heb zeer veel respect voor zijn beleidsdaden in Rotterdam. En daar wil ik het bij laten. We moeten gewoon het onderzoek afwachten.'' Weer die neutrale blik.

Opstelten en zijn echtgenote wonen sinds anderhalve maand in Rotterdam. Ze hebben een huis gekocht in Kralingen. Vanwege een verbouwing 'kamperen' ze voorlopig nog 'romantisch' op de zolder. Opstelten heeft meteen na zijn benoeming een makelaar aan het werk gezet. ,,Ik wilde zo snel mogelijk naar Rotterdam verhuizen. Het reizen naar Utrecht is best te doen, al vond ik het voor de chauffeurs wel vervelend dat ze steeds op en neer moesten rijden. Maar vooral mentaal gezien is het belangrijk om 's avonds niet weg te gaan uit je stad.'' Opstelten is al een paar keer in de metro gesignaleerd, op weg naar een film- of theatervoorstelling. ,,Ik woon dichtbij het metrostation Voorschoterlaan, met de metro ben je zo in de binnenstad.'' Reizigers die hem herkenden, bezorgde het een aangename schok om hun burgemeester zomaar in de metro te treffen. Peper was haast vergroeid met zijn dienstauto en woonde bovendien al jaren niet meer in Rotterdam.

Niet alleen vanwege zijn 'doe-maar-gewoon'-uitstraling is Opstelten in korte tijd een populaire 'burgervader' geworden voor veel Rotterdammers. Geprezen worden ook zijn toegankelijkheid, zijn vermogen om met iedereen een onderhoudend praatje te maken, zijn fabelachtige geheugen voor namen en gezichten en zijn talent om ook de meest rooie Rotterdammer te doen vergeten dat hij een VVD'er is. Zelfs de meest kritische raadsleden lopen met hem weg.

Het enige minpunt dat ze kunnen bedenken is dat ze Opstelten nog niet echt op een brede visie hebben kunnen betrappen. Maar na een jaar is het daarvoor misschien ook nog te vroeg, voegen ze vergoeilijkend aan toe. Alleen de media morren wat over zijn saaiheid en z'n bekwaamheid om veel te praten en toch niets te zeggen. De beminnelijke Opstelten houdt in tegenstelling tot zijn veelbesproken voorganger niet van conflicten, gaat ze bij voorkeur uit de weg en zal ze zelf nooit in het leven roepen.

Opstelten mag dan in alle opzichten 'meegevallen' zijn. Zelf is hem de hernieuwde kennismaking met Rotterdam - hij werd er geboren en bracht er zijn jeugd door - op twee punten vies tegengevallen. ,,Ik dacht Rotterdam redelijk goed te kennen, maar waar ik me echt op heb verkeken is de grote ruimtelijke problematiek. In Nederland en zelfs bij veel kamerleden leeft het beeld dat haven, industrie en stad nog alle ruimte hebben om zich te ontwikkelen. Maar het is hier echt woekeren met de ruimte, wil je de economie laten groeien en tegelijkertijd de stad leefbaar houden.''

,,Wat me verder is tegengevallen is dat Rotterdam het op een aantal punten veel slechter doet dan van een afstand lijkt. Rotterdam voert de verkeerde lijstjes aan: de stad heeft de goedkoopste woningvoorraad, de hoogste werkloosheid, de slechtst opgeleide beroepsbevolking en het laagste gemiddelde inkomen van de grote steden. Al die lijstjes hebben met elkaar te maken en houden elkaar in stand, wat het effect geeft van een vicieuze cirkel. Ik wist wel dat wijken als Feijenoord, Delfshaven, Crooswijk, Noord en Hoogvliet en Charlois met z'n Millinxbuurt er slecht voor staan. Maar al die lijstjes bij elkaar... Onze eerste zorg is nu om een goede organisatie op poten te zetten om die buurten uit het slop te halen, vergelijkbaar als die Rotterdam had voor de aanpak van de stadsvernieuwing. Jammer genoeg is die helemaal afgebouwd.''

Dat het met het verbeteren van de door verloedering en drugsoverlast geplaagde wijken ook veiliger zal worden op straat, durft Opstelten de bewoners wel te beloven. ,,Maar ik doe geen toezeggingen die we niet kunnen nakomen. Het bestrijden van overlast van drugsdealers is een zaak van lange adem. Als je het in de ene buurt aanpakt, duikt het ergens anders weer op. De politie zit er bovenop, maar het is een illusie om te denken dat je dit probleem ooit definitief oplost.''

De angst van bewoners van probleembuurten dat zij de rekening moeten betalen voor de extra mensen en middelen die het EK voetbal deze zomer vraagt van de politie, vindt Opstelten begrijpelijk, maar niet terecht. ,,Het EK vergt een zeer grote politie-inzet, maar het mag niet ten koste gaan van de basispolitiezorg. Ik heb bijstand gevraagd bij het ministerie van binnenlandse zaken en het ziet er naar uit dat we die krijgen. We maken ons anders ook volstrekt ongeloofwaardig voor de burgers. Mijn hart ligt bij de wijken die ik net al noemde. Die hebben mijn prioriteit. Daar mogen ze me aan houden.''

Opstelten wil tien jaar burgemeester (tot zijn pensioen, red.) van Rotterdam blijven. ,,En daarna ga ik hier ook nooit meer weg.'' Op het stadhuis doet het verhaal de ronde dat zijn benoeming al ruim voor het vertrek van Peper was 'voorgekookt'. Peper zat zelf ook in dat complot. Want waarom had hij anders het schilderij 'The scrumb' van de Utrechtse kunstenaar Pyke Koch op zijn kamer opgehangen? Het schilderij stelt een worsteling voor van rugbyspelers. Opstelten speelde ooit rugby en komt uit Utrecht.

Opstelten kent het verhaal en kan er slechts om grinniken. ,,Ik zat in Toscane toen ik hoorde dat Bram minister werd. Ik heb een telegram gestuurd: Bram, dit is goed voor jou, voor de stad en de steden. In de krant las ik tot mijn verbazing dat mijn naam ook werd genoemd voor Rotterdam. Pas toen Dijkstal me vroeg om eens te komen praten, werd het voor mij serieus. Maar toen heb ik me er ook in vastgebeten. Burgemeester van Rotterdam, daar ga je voor. Dat is de hoofdprijs in het binnenlands bestuur.''

Maar een carrièrejager is hij nooit geweest. ,,Ik ben altijd bescheiden geweest in de verwachtingen voor mijn loopbaan.'' Hij vertelt over z'n sollicitatiegesprek voor het burgemeesterschap van Dalen (z'n eerste gemeente, daarna volgden Doorn, Delfzijl en Utrecht) met de toenmalige commissaris van de koningin in Drenthe, Gaarlandt. ,,Welke stap wilt u hierna doen, vroeg Gaarlandt. Ik zei: ik wil nog één stap doen. Gaarlandt: Wilt u niet in de raad van bestuur van Philips? Ik: Nee, na Dalen zou ik nog wel een stadje willen, Zutphen bijvoorbeeld, dat zou ik fantastisch vinden. Gaarland schreef toen in zijn advies: Wil niet in de top van Philips, wil nog wel een stadje.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden