Nieuws Bedrijvencrisis

Rotterdam verleidt weinig internationale bedrijven

Burgemeester Ahmed Aboutaleb reist stad en land af om bedrijven naar de Maasstad te halen, tevergeefs, zo blijkt. Hier is hij in Mumbai, India. Beeld Getty Images

Internationale bedrijven blijven weg uit Rotterdam. De acquisitiebureaus van de stad concurreren om de beschikbare multinationals.

Het lukt Rotterdam maar niet de instroom van internationale bedrijven op te schroeven. Het aantal nieuwe vestigingen van buitenlandse bedrijven in de stad schommelt sinds 2013 tussen de zestig en zeventig per jaar. Destijds bevond de economie zich aan de rand van de afgrond, inmiddels is er sprake van een hoogconjunctuur. Ter vergelijking: metropoolregio Amsterdam haalde in 2017 143 nieuwe bedrijven binnen. Dat blijkt uit een rapport van de Rotterdamse Rekenkamer. 

Het belang van het binnenhalen van buitenlandse bedrijven schuilt in het aantal werknemers dat multinationals aannemen. In 2016 had iets meer dan 3 procent van de Rotterdamse bedrijven een buitenlandse achtergrond. Samen waren zij goed voor 17 procent van alle werkgelegenheid in de stad.

Valt het aantal nieuw binnengehaalde bedrijven tegen, met het aantal banen bij internationale firma’s in Rotterdam gaat het wel goed. In 2014 voorzagen door Rotterdam verleide bedrijven 442 Rotterdammers van inkomen. Vorig jaar was dat toegenomen tot 1439.

Dubbel werk

De Rekenkamer laakt in het rapport het versnipperde acquisitiebeleid van de stad, waardoor instanties met elkaar concurreren om de beschikbare bedrijven. Rotterdam Partners, het Havenbedrijf Rotterdam, ‘Innovation Quarter’ en teams binnen de gemeente houden zich allen bezig met het werven en begeleiden van internationale ondernemingen. 

Ook leidt het Rotterdamse beleid tot dubbel werk. Rotterdam Partners en ‘Innovation Quarter’ worden bijvoorbeeld beide afgerekend op het aantal banen dat ze binnenhengelen. Als gevolg zijn de twee organisaties binnen projecten altijd allebei vertegenwoordigd. Op die manier kunnen ze de verworven banen alle twee meetellen in hun eindscore.

In het bijzonder wijst de Rekenkamer op achterblijvende resultaten uit China. Rotterdam heeft sterk ingezet op banden met dat land. Vijf bezoekjes bracht burgemeester Aboutaleb in zijn tien jaar als burgemeester aan zusterstad Shanghai. “Hedendaagse handel gebeurt niet alleen op rationale gronden. Het moet je ook gegund worden. Waarom gaan de containers niet naar Antwerpen? Voor de Chinezen telt vriendschap als een belangrijke graadmeter”, zei Aboutaleb daarover in NRC.

Het resultaat: 3,5 procent van de nieuwe buitenlandse bedrijven was in 2016 afkomstig uit China, terwijl bijvoorbeeld de Verenigde Staten goed zijn voor bijna 18 procent. “Rotterdam houdt wat betreft Chinese bedrijven gelijke tred met het landelijk gemiddelde. Dat is te weinig”, zegt Paul Hofstra van de Rekenkamer.

Halfvol glas

Opvallend genoeg klopte Rotterdam Partners zich eerder dit jaar op de borst vanwege dezelfde resultaten die de Rekenkamer nu bekritiseert. Ook een woordvoerder van de gemeente ziet een halfvol glas. “Ons budget is een stuk lager dan in andere grote steden. Gezien dat lage bedrag doen we het juist knap.” Een van de aanbevelingen uit het rapport van de Rekenkamer die het Rotterdamse college overneemt is een verhoging van het gemeentelijk budget.

De woordvoerder van de gemeente benadrukt dat nieuw beleid al in gang is gezet, onder meer door een overkoepelende coördinator aan te stellen boven de onderling concurrerende organisaties.  Hofstra blijft kritisch. “Papier is geduldig. Het is niet de eerste keer dat de gemeente hierop gewezen wordt. Wij meten resultaten, geen voornemens.”

Rotterdamse industrie presenteert aanzet van de waterstofeconomie

16 procent minder industriële CO2-uitstoot ten opzichte van 2018. Dat is de belofte van waterstof volgens zestien organisaties en bedrijven als Gasunie, Uniper en Vopak. Dinsdag publiceerden zij een rapport over de manier waarop de Rotterdamse industrie voor 2030 kan overstappen op het duurzame wondermiddel.

Waterstof is een vaak bejubelde remedie tegen de hoge CO2-uitstoot van de Rotterdamse industriële reuzen. Groene stroom is niet geschikt voor het bereiken van de hoge temperaturen die zij nodig hebben. Met waterstof is het wel mogelijk bijvoorbeeld staal, glas en cement te maken. In het ideale geval is die waterstof opgewekt met zonne- en windenergie, en dus CO2-vrij. 

Windmolens en zonnepanelen leveren de komende jaren alleen lang niet voldoende energie om de energiehonger in het Rotterdamse havengebied te stillen. De industriële coalitie zet daarom in op een tussenvariant: waterstof opgewekt met gas. Bij ‘blauwe waterstof’ komt wel CO2 vrij, die men volgens het plan opslaat onder de Noordzee. Milieuorganisaties twijfelen aan de haalbaarheid en kosten van CO2-opslag onder de grond.

De industriële bedrijven zien nog een voordeel: als windmolens in de toekomst wel voldoende energie genereren, ligt de infrastructuur er al.

Blijft over het prijskaartje. De bouw en ombouw van installaties kost volgens de industriële bedrijven zo'n 2 miljard euro. Wie dat gaat betalen? Over risicoafdekking en financiële ondersteuning willen de bedrijven en organisaties in gesprek met de overheid.

Lees ook:

Waarom Unilever toch niet gaat verhuizen

Het hoofdkantoor van Unilever komt toch niet naar Nederland. De multinational houdt twee hoofdkantoren, blijft Nederlands én Brits. Acht vragen en antwoorden over het debacle

Een brexiteffectje: Rotterdam hengelt meer buitenlandse bedrijven binnen

Het innovatieklimaat en de uitstekende infrastructuur van Rotterdam werken als een magneet op buitenlandse bedrijven en expats.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden