Rotterdam is voor Monumentenzorg 'voorbeeldstad'

ZEIST, ROTTERDAM - “Aan de keukentafel hadden we zoiets van: 'Nou zeg, wat ze nu weer hebben gedaan...” D'Laine Camp lacht er achteraf om, maar laat toch nog duidelijk haar verontwaardiging doorschemeren over wat 'ze' hadden gedaan: het Shell-gebouw in Rotterdam ingepakt in blauw glas.

JAN SLOOTHAAK

Eind 1992 zat ze wéér met haar vriendinnen aan de keukentafel. “Ze gaan de ING-bank afbreken aan de Blaak”, luidde dit keer de onheilstijding. D'Laine: “De ING-bank is er één van een ensemble van drie banken, van na de oorlog. Het hart van Rotterdam bestaat uit wederopbouw-architectuur. Die kun je niet zo maar vervangen.”

De vriendinnen begonnen een actie die zou leiden tot behoud van het gebouw en zo werd aan die keukentafel de basis gelegd voor het behoud van de Rotterdamse 'wederopbouwarchitectuur'. En ziet het er naar uit dat dit particuliere initiatief mede aan de wieg staat van een nationaal plan voor behoud van na-oorlogse monumenten.

“Rotterdam is voor ons een voorbeeldstad”, zegt directeur A. Asselbergs van de Rijksdienst voor de monumentenzorg. De dienst zit nog in een project dat moet leiden tot het selecteren van 14 000 monumenten (van in totaal 165 000 projecten) uit de periode van 1850 tot 1940. Volgens de wet moet een monument minstens 50 jaar oud zijn. Veel mensen zullen trouwens moeite hebben met ideeën over na-oorlogse monumenten. Wat er na de oorlog tot stand kwam, staat niet in een al te beste reuk. Saaie rijtjeshuizen in uniforme slaapwijken, verpauperende hoogbouw.

Dat beeld is echter eenzijdig, vindt Asselbergs: “Hoewel we nog de handen vol hebben aan de vooroorlogse monumenten, staan we toch al in de startblokken om te voorkomen dat na-oorlogse gebouwen worden afgebroken, zonder dat iemand er ooit over heeft nagedacht of die wellicht toch een stijl vertegenwoordigen van onze tijd.”

Die teloorgang is volop aan de gang. Marieke Kuipers, projectleider inventarisatie wederopbouwarchitectuur bij de dienst, heeft de voorbeelden voor het grijpen. In Rotterdam, dè wederopbouwstad bij uitstek, maar ook elders. Bijvoorbeeld de Asvo-school aan het Amsterdamse Frederiksplein van de architect H. Knijtijzer, het pompstation Noord (architect D. Heiloo) van de gemeente waterleiding in Haarlem. Allebei uit de jaren '50. Een probleem is vaak het vinden van een nieuwe bestemming, zoals voor het Amsterdamse Burgerweeshuis van Aldo van Eyck (nu het Berlage instituut) nog wel is gelukt.

Dr. Kuipers: “Er zijn kerken gebouwd en sommige geruisloos al weer gesloopt.” Ze is bang dat met het kaf ook het koren wordt weggeworpen. Als karakteristieke voorbeelden van een na-oorlogse eigen stijl noemt ze de Lijnbaan in Rotterdam en, als tegenpool, de woonwijk De Heuvel en de r.k. kerk OLV van Altijddurende Bijstand te Breda van Granpré Molière.

Alleen al de inventarisatie van de gigantische na-oorlogse produktie lijkt onbegonnen werk. Zelfs als men in aanmerking neemt dat de 'wederopbouw-tijd' wordt beperkt tot midden jaren '60. Er zijn bijna een miljoen huizen gebouwd, talloze winkels, kantoren, fabrieken, bruggen, scholen en kerken. Maak daar maar een selectie uit. Kuipers: “Het is belangrijk nu al voorbereidingen te treffen. Steeds meer archieven met waardevolle informatie dreigen versnipperd te raken.” Ze denkt er over daarvoor een archief- en onderzoeksdocumentatieplan te ontwikkelen. De archieven zitten bij tal van woningbouwverenigingen, bouwbedrijven, opdrachtgevers en instanties voor bouw- en woningtoezicht.

De dienst is vorig jaar begonnen met 'warm draaien', vertelt Asselbergs. Dit jaar worden zoveel mogelijk mensen en instanties op alle mogelijk niveau's erbij betrokken. Daarna zal dit een vervolg krijgen in een onderzoeksplan, de werving van fondsen en uiteindelijk de uitvoering van een Wederopbouw Onderzoeksproject. Aan nieuwe wetgeving is nog geen behoefte, vindt de directeur Monumentenzorg. “Niet eerst regels maken, dat kan achteraf nog wel. Bovendien geldt de wettelijke 50-jaren grens voor monumenten alleen op rijks- en niet op gemeentelijk niveau.”

De vingeroefeningen in Rotterdam zijn de rijksdienst dan ook zeer welkom. Die stad heeft inmiddels drie na-oorlogse monumenten op de gemeentelijke lijst staan, waarvan het Groothandelsgebouw het opvallendste is. Dit door H. A. Maaskant ontworpen gebouw is een schoolvoorbeeld van wederopbouw-architectuur, tot stand gekomen door bundeling van ondernemers. Een 220 meter lang gebouw met 125 bedrijven en 2600 werknemers met naar buiten toe een stedelijke uitstraling en binnen laden en lossen. Het gebouw zal worden gerestaureerd door de Rotterdamse architect Victor Veldhuijzen van Zanten. De beide andere na-oorlogse monumenten zijn de Bijenkorf (Bremer) en de Spaarbank op de Botersloot (Oud).

M. Bulthuis, directeur Rotterdams Bureau Monumenten: “Rotterdam heeft een inhaalslag te doen. Voor 1990 werd er slechts incidenteel aan monumentenzorg gedaan en het gemeentebestuur heeft gezegd niet alsmaar door het leven te willen gaan als een stel cultuurbarbaren.” De discussie in Rotterdam ging overigens eerst over kort vóór de oorlog verrezen gebouwen. De fabriek van Van Nelle (Brinkman en Van der Vlugt) die in miserabele staat verkeerde, de Kiefhoek van Oud, de Bergpolderflat (sociale bouw met nieuwe staaltechniek) en de Parklaanflat (luxe huizen met experimentele ontwerpen) van W. van Tijen.

Het bureau werkt samen met de particuliere stichting Comité Wederopbouw Rotterdam, de voortzetting van de 'keukentafel' van de architectuur-historica D'Laine Camp en haar vriendinnen Gerda ten Cate en Gé Andela. D'Laine, geboren in de VS, opgeleid in Groningen en sinds acht jaar Rotterdamse, straalt één en al enthousiasme uit. Of Rotterdam mooier is dan bijvoorbeeld Amsterdam? “Anders”, luidt het antwoord. “Hoogtepunten worden altijd herkend, pas na verloop van tijd komt de waardering. Mijn pleidooi zou 15 jaar geleden met schouderophalen zijn afgedaan. Nu groeit er zelfs iets van nostalgie. Als er wordt gesloopt blijven de mensen staan en hoor je ze zeggen: toch zonde hè. Vooral bij de oudere inwoners is er iets van herkenning gekomen.” Inmiddels is veel na-oorlogse bouw al weer gesloopt in Rotterdam. C & A van architect Van der Laan bijvoorbeeld. Voormalig warenhuis Termeulen was een voorbeeld van wederopbouw-architectuur, maar werd vervangen door 'iets moderns'. Zowel de bouw als de nieuwbouw zijn overigens van architectenbureau Van den Broek en Bakema. V & D verging het al niet anders. Kraaijvanger verving zelf de oorspronkelijke bakstenen gevel door een gevel van 'modern' materiaal. Zo zijn er talloze voorbeelden.

Dat er nu herkenning èn waardering komt, heeft volgens D'Laine ook te maken met het feit dat de tijd nu ver genoeg is gevorderd voor een 'historische gelaagdheid'. Na het bombardement van 1940 zijn met de bouw van de Weena-torens nu zo'n beetje de laatste gaten gevuld. Eigenlijk vertegenwoordigen die al weer een tweede generatie van wederopbouw. Alles wat eerder gebouwd is, krijgt zijn plaats in de geschiedenis.

Inmiddels is het druk geworden rond de keukentafel van D'Laine. “Zelfs al beperken we ons letterlijk tot de wederopbouw.” Binnen de 'brandgrens' van de bombardementen worden 750 gebouwen in kaart gebracht. Letterlijk alles wordt geïnventariseerd door 55 vrijwilligers, die gegevens verzamelen over de betrokken architecten, de plattegronden van de gebouwen, de functies daarvan, bouwgegevens en nog veel meer. De Hogeschool Rotterdam e.o., afdeling bouwkunde en civieltechniek, doet bouwkundig onderzoek.

Uiteindelijk moet alle onderzoek- en denkwerk uitmonden in een beleidsplan, verklaart Bulthuis. Daaraan voorafgaand komt dit jaar 'Het Wederopbouwboek' van Rotterdam uit en een CD-rom met alle tot nu toe verzamelde gegevens. In een enorme loods van 120 meter lang, in het oude havengebied bij het stadscentrum, wordt in mei een tentoonstelling gehouden. Bulthuis verwacht 50 000 tot 100 000 bezoekers.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden