'Rothko doet fysiek iets met je'

interview | Kunstenaars vertellen in de serie De Schepping hoe hun werk tot stand komt. Vandaag Gemeentemuseum-directeur Benno Tempel over zijn Rothko-expositie. De immense schilderijen zijn na 40 jaar voor het eerst weer te zien in Nederland.

Museumdirecteur Benno Tempel staat tussen de kisten met schilderijen van Mark Rothko. Ze zijn net aangekomen vanuit Amerika in het Haags Gemeentemuseum. Een emotioneel moment. Dat het toch gelukt is. Meer dan veertig jaar na de laatste tentoonstelling van de Amerikaan Mark Rothko (1903-1970) in Nederland, zijn z'n immense schilderijen met zinderende kleurvlakken hier nu eindelijk weer te zien. "Jaren hebben ze hiervan gedroomd in dit museum", zegt Tempel.

Dromen zijn er om te realiseren, toch?

"Toen ik hier zes jaar geleden directeur werd, was dat ook mijn idee. Maar er werd me meteen gezegd: Niet aan Rothko beginnen, want dat gaat toch niet lukken. Alleen al vanwege de hoge kosten. En daar heb ik me toen bij neergelegd. Maar drie jaar geleden ging het toch weer kriebelen. Toen vertelde onze conservator Hans Janssen me over de grote Mondriaan-tentoonstelling die hij in 1994 had georganiseerd en die is doorgereisd naar The National Gallery of Art in Washington. Hij was erg te spreken over de samenwerking met dat museum. We hebben ook wel iets gemeen. Washington heeft de grootste verzameling Rothko's, wij hebben de meeste Mondriaans van de wereld. Dan ga je toch weer fantaseren. Als zij onze Mondriaans mochten tonen, waarom zouden wij dan niet hun Rothko's mogen lenen?

"Ik heb toen een concept geschreven voor een tentoonstelling. Daarin heb ik aangegeven dat ik heel graag in Nederland de ontwikkeling wil laten zien die Rothko heeft doorgemaakt en de invloed die Mondriaan op hem heeft gehad. Beiden zijn pioniers van de abstracte kunst. Mondriaan behoort met Malevitsj en Kandinsky tot de eerste generatie. De Amerikanen Rothko, Pollock en Newman zijn de tweede generatie. Ik heb toen ook meteen al vijftig tot zestig werken geselecteerd die we wilden laten zien. Mijn opzetje heb ik naar de collega's in Washington gestuurd en de eerste reactie was positief."

Dat was dan toch snel geregeld.

"Ho ho, toen begonnen de onderhandelingen pas. Ik ben naar Washington gereisd en heb daar gesproken met hoofdconservator Harry Cooper en directeur Earl Powell. In The National Gallery hangen een stuk of zes Rothko's permanent op zaal. De rest is veel minder vaak te zien en ze worden ook niet veel uitgeleend. Het museum laat ze liever niet reizen, omdat ze zo kostbaar en kwetsbaar zijn. Maar voor ons wilden ze een uitzondering maken."

Dat kostte zeker wel wat?

"De transportkosten en verzekeringspremies zijn erg hoog. Normaal moet je ook nog een heffing betalen op de schilderijen. Alleen die loopt al in de tonnen. Gelukkig zagen de Amerikanen daarvan af. Als ze er wel aan hadden vastgehouden, was de tentoonstelling drie tot vijf ton duurder geworden en hadden we alles moeten afblazen. Dat hadden we echt niet kunnen betalen. Door de bezuinigingen bij de gemeente Den Haag hebben we acht ton moeten inleveren."

Wat gaf de doorslag voor de Amerikanen om af te zien van die heffing?

"We hadden een goed plan voor deze tentoonstelling. Maar wat natuurlijk ook meehelpt, is ons gebouw van architect Berlage met zijn mooie zalen, waarin de Rothko's optimaal tot hun recht zullen komen. Het gebouw werkt echt in ons voordeel, ook financieel. Met zes grote zalen en zes kabinetten zijn we zo flexibel, dat we nooit iets hoeven te vertimmeren, extra wanden neer te zetten of een dure designer in te huren voor het inrichten van een tentoonstelling."

Wat zijn de kosten van de Rothko-tentoonstelling en hoe financiert u die?

"Zo'n acht tot negen ton kost het bij elkaar en dat is een flinke hap uit ons tentoonstellingsbudget van 1,3 miljoen euro. Het is helaas niet gelukt een hoofdsponsor te vinden. Ik dacht dat Akzo wel belangstelling zou hebben. Wat is er mooier voor een verffabrikant dan een expositie van de kleurrijke doeken van Rothko te sponsoren? Maar Akzo zag geen mogelijkheden door de nasleep van de crisis. Andere potentië-le sponsors uit het bedrijfsleven hadden hun geld al vergeven. Financieel hebben we het toch rond kunnen krijgen dankzij de Nederlandse staat die garant staat voor 40 procent van de verzekeringswaarde van de schilderijen. Dat drukt de verzekeringspremie enorm. Dat scheelt ons enkele tonnen. Ook heeft de Turing Foundation ons gesteund en hebben we een gift gekregen van een particulier. Verder is er een toeslag van euro 2,50 op het toegangskaartje."

Waarom laat u de tentoonstelling niet doorreizen naar andere musea? Dat zou de kosten toch flink drukken?

"Dat wilden wij ook, maar dat mag niet van de Amerikanen. Ze willen de schilderijen na afloop van de tentoonstelling meteen terug."

Naast alle financiële rompslomp was er de uitdaging om voor het publiek een onvergetelijke tentoonstelling te maken.

"We zijn hier niet aan begonnen met het idee: het is weer eens tijd voor een kaskraker. Er moet echt een link zijn met onze collectie. En er moet een verhaal te vertellen zijn. De mensen komen toch wel naar Rothko, maar ik wil ze wel voorbij het cliché laten kijken dat er bestaat over zijn werk. Ik vind dat ook de taak van een museum voor moderne kunst."

U gaat nu met uw medewerkers de schilderijen uitpakken. Hoe gaat het verhaal dat u wilt vertellen, eruitzien?

"Je bent in feite de regisseur van een film over het leven en werk van Rothko. In die film zoomen we in op de periodes die bepalend zijn geweest in zijn ontwikkeling. Hij begon met het schilderen van naïeve stilleventjes, die laten we ook zien, en voorstellingen van New York, waar hij vanaf 1925 woonde en werkte. Daar werd onder invloed van Matisse zijn werk steeds abstracter en kleurrijker. Hij werkte toen met heel veel kleurvlakken en ontwikkelde een eigen vorm van surrealisme. Dat was nog een kleine stap naar de grote kleurvelden waarmee hij wereldberoemd is geworden."

Moet je als tentoonstellingsmaker zelf iets hebben met het werk van de kunstenaar om een goede tentoonstelling te maken?

"Als professional moet je elke tentoonstelling kunnen maken, maar het scheelt wel als je ook persoonlijk wordt geraakt door het werk. Toen ik als tiener voor het eerst zo'n abstract en kleurrijk schilderij van Rothko zag in een Duits museum, was ik compleet van de kaart. Een kippevelmoment. Daar moet je natuurlijk wel vatbaar voor zijn. De één zal dat hebben als hij naar een zonsondergang kijkt of in een groot bos loopt. De ander zal geraakt worden in een kerk. Ik ben opgegroeid in een christelijk gezin op de Veluwe. Het deed me altijd iets als daar met Kerst in een bomvolle kerk het orgel begon te spelen en de liederen werden gezongen. Ook de schilderijen van Rothko doen fysiek iets met je, al zullen er ook mensen zijn die dat niet zo ervaren. We gaan de meer dan menshoge schilderijen zo laag mogelijk ophangen, zodat je nog sterker het gevoel krijgt dat je in die zinderende kleurvelden wordt gezogen."

Rothko wilde geen kunst maken die alleen maar decoratief is. Zijn schilderijen moesten uiting geven aan diepmenselijke emoties als angst, extase en verdriet. Hoe kreeg hij dat voor elkaar?

"Daar is een technische verklaring voor. Hij schilderde heel veel lagen over elkaar heen met sterk verdunde olieverf. Daardoor zijn het geen ondoordringbare muren van verf waar je naar kijkt, maar kun je de diepte induiken. Je wordt als het ware omarmd door de kleuren en krijgt het gevoel dat de verflagen een doorgang zijn naar een andere werkelijkheid. Sommigen ervaren het zelfs als een bijnadoodervaring. Maar naast die techniek is er ook de magie van de kunstenaar, die ons via zijn schilderijen heel direct aanspreekt, nieuwe inzichten oproept en troost biedt. Dat vloeit natuurlijk ook voort uit zijn eigen tragische en moeilijke leven. Hij werd geboren als Marcus Rothkowitz in Letland en emigreerde op z'n tiende met zijn Joodse familie naar Amerika. Hij was moeilijk in de omgang met andere mensen en leed bijna zijn hele leven aan depressies. Ook in de liefde was hij niet gelukkig. Na de scheiding van zijn tweede vrouw ging hij alleen in zijn atelier wonen. Daar is hij in 1970 dood aangetroffen. Zelfmoord. In de laatste moeilijke periode van zijn leven werden zijn schilderijen steeds somberder. Voor Mondriaan was het spirituele aspect ook belangrijk in zijn werk. Maar Rothko was de eerste die de emotie centraal stelde binnen de tot dan nog afstandelijke abstracte kunst. Rothko zei ooit: 'Mensen staan voor mijn schilderijen te huilen, omdat ze dezelfde spirituele ervaring hebben als ik had toen ik ze maakte.'"

Verwacht u veel huilende bezoekers in het museum? En ook een ander publiek?

"Ik denk dat veel mensen tot tranen toe geroerd zullen worden. Ook verwacht ik een breder publiek dan gebruikelijk: mensen die op zoek zijn naar zingeving. Heel graag had ik daarom ook de Rothko Kapel uit Houston hier naartoe gehaald, maar dat kon niet. Maar we laten wel een videopresentatie zien van dit spirituele centrum waarvoor Rothko veertien schilderijen heeft gemaakt. Daarnaast richten we vier kabinetten zo in dat bezoekers zich er in een soort kapel wanen, waar ze in alle rust kunnen kijken naar zijn schilderijen."

Een kunstcriticus typeerde de schilderijen van Rothko ooit als 'blurry Mondrians', vervaagde Mondriaans, vanwege de verdoezelde, wolkige kleuren. Zelf noemde Rothko Mondriaan 'de meest sensuele schilder die hij kende'. Hoe gaat u die twee samenbrengen op deze tentoonstelling?

"Ze krijgen samen een zaal, de laatste zaal, en dat wordt het hoogtepunt van de tentoonstelling. In die zaal komen ook hun laatste schilderijen te hangen. De 'Victory Boogie Woogie' van Mondriaan en het doek dat Rothko net had voltooid voor zijn zelfdoding. Hij was zwaar depressief aan het eind van zijn leven, maar het bijzondere is dat in zijn laatste werk de donkere en sombere kleuren hebben plaatsgemaakt voor vlammende rode kleurvelden. Zo intens rood dat het doek zichzelf lijkt op te branden."

Het hellevuur?

"Daar kun je het mee associëren, maar voor mij symboliseert het de fenix die uit de as herrijst. Er gaat een grote troost van uit."

Haagse expositie

De tentoonstelling met vijftig schilderijen en tien werken op papier van Mark Rothko (1903-1970) opent zaterdag in het Gemeentemuseum Den Haag en is te zien t/m 1 maart. De catalogus bevat artikelen van Joost Zwagerman, Franz-W. Kaiser en Harry Cooper en een interview met kunsthistoricus Henk van Os, die Rothko geregeld bezocht in zijn atelier in de laatste maanden van zijn leven.

Speciaal voor kinderen is het boek 'Puzemuze, of op weg naar Rothko' van Wim Hofman te koop voor euro 14,99.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden