Rot- en kolganzen massaal onderweg naar Nederland

Kolganzen. Als het aan Bleker ligt, mogen ze van half augustus tot half februari worden bejaagd. Ganzenkenner Bart Ebbinge betreurt het gebrek aan internationale afstemming. FOTO © ANP

Bleker en de boeren kunnen hun borst nat maken. Een gigantisch aantal rot- en kolganzen is onderweg naar de Nederlandse grazige weiden. Vermoedelijke oorzaak: een piekjaar voor lemmingen.

Het is koud geweest, dit voorjaar in Siberië. Na jaren met vroege, maar tijdelijke, voorjaarsdooi bleef de winter tot in juni, toen de sneeuw definitief begon te smelten. "En daarmee kon het op het Russische schiereiland Taimyr eindelijk weer eens een ouderwets lemmingenjaar worden", vertelt Bart Ebbinge van onderzoeksinstituut Alterra. Exacte gegevens over de lemmingenstand dit jaar ontbreken nog, maar de conclusie dringt zich op, nu tellingen van rotganzen en kolganzen wijzen op grote aantallen.

Ebbinge doet sinds 1972 ganzenonderzoek, en organiseerde vanaf 1990 tot twaalf keer toe een expeditie naar Siberië. Vorst en lemmingen hebben alles met elkaar te maken - en met rotganzen, legt Ebbinge uit. Lemmingen - een soort woelmuizen - kunnen zich in de wintermaanden onder een beschermend sneeuwdek razendsnel voortplanten. Elke lemming kan vier keer werpen; jongen doen na een paar weken ook mee.

Poolvossen, sneeuwuilen en middelste jagers - een roofmeeuwensoort - zijn dol op lemmingen, maar versmaden een rotganzenei of -jong evenmin. In jaren met veel lemmingen jagen vossen en vogels minder op rotganzen, waardoor er veel ganzenkuikens kunnen opgroeien.

Ook een andere soort, de kolgans, die op het schiereiland Taimyr en in het Europese deel van Rusland broedt, profiteert van de hoge lemmingenstand. In Europees-Rusland gaat dat indirect; er komen daar geen lemmingen voor, maar wel poolvossen. "Vermoedelijk trekken de vossen tijdelijk noordelijker om van de lemmingenpiek in Taimyr te profiteren waardoor er minder op ganzen wordt gejaagd." Omdat de rotgans alleen op Taimyr broedt, is het lemmingeffect bij deze soort nog groter.

Lemmingen hebben normaliter een driejarige cyclus: eens in de drie jaar zijn er extreem veel jongen. Ebbinge: "1982, 1985, 1988 en 1991 waren piekjaren, maar daarna hield het op. In 2005 was er pas eindelijk een echt topaantal, maar in alle andere tussenliggende jaren waren recordaantallen lemmingen er niet bij."

Dankzij vrijwel jaarlijkse expedities - met temperaturen tot min tien, een buiten-wc en eens in de vier weken vers brood - ontdekte Ebbinge met zijn club dat klimaatverandering de lemmingenpiek frustreert. "In het vroege voorjaar komen nu vaker korte dooiperioden voor. Het sneeuwdek smelt gedeeltelijk, de holen en gangen van de lemmingen lopen vol en vriezen daarna weer dicht. Daardoor mislukt de laatste voortplantingsronde, en juist die zorgt voor de enorme aanwas. En zonder lemmingenpiek ook geen record aan rotganzen."

Tussen 1990 en 2010 daalde de wereldpopulatie rotganzen dan ook van 300.000 naar 200.000. In 1994 waren er wel redelijk veel lemmingen, maar gingen veel rotganzenjongen verloren door intensieve jacht door meeuwen in winderig, guur weer. Grote vraag is natuurlijk of er over drie jaar weer een lemmingenpiek is. De ganzenonderzoeker: "Het klimaat verandert, maar onduidelijk is hoe."

Voor de rotgans lijkt de lemmingencyclus doorslaggevend. Immers; er wordt niet meer op rotganzen gejaagd en toch is hun aantal de laatste jaren afgenomen. De jacht op de rotgans is in Nederland sinds 1950 al verboden, en sinds 1972 in Denemarken. In onder meer Rusland wordt nog wel gejaagd.

"En dit jaar lijkt de populatie rotganzen dus flink gegroeid", zegt Ebbinge, wijzend op een familie met zes grote, gezonde jongen in een Texelse wei. "We hebben de aanwas niet ter plekke kunnen controleren, want door het stopzetten van de rijkssubsidie konden we dit jaar niet naar Taimyr. Maar uit Sleeswijk-Holstein, een belangrijke tussenstop in de route van Rusland naar hier, worden heel veel rotganzen met jongen gemeld", zegt Ebbinge, terwijl hij door zijn kijker tuurt. Hier arriveren de rotganzen in november. Het gros trekt na een tussenstop van enkele dagen door naar Engeland en Frankrijk, waar de meeste overwinteren. Ze keren in maart/april terug en blijven dan enkele maanden.

Ook de aanwas bij de kolganzen kan Ebbinge inmiddels constateren. Ze druppelen langzaam binnen en blijven de hele winter: zo'n 800.000 stuks - maar liefst 80 procent van de West-Europese populatie. Een fors aantal, erkent Ebbinge. Maar té veel? Dat gaat de ganzenkenner te ver. "Ik vind evenmin dat er te veel mensen op de aarde zijn. Wat is te veel?"

"Dertig, veertig jaar geleden telde de West-Europese populatie kolganzen slechts 60.000 stuks. Vanaf 1970 tot een paar jaar geleden was de jacht bij ons - en ook in sommige omringende landen - beperkt en kon de West-Europese populatie kolganzen stijgen tot een miljoen dieren."

Maar Ebbinge houdt zijn hart vast. De provincies geven steeds meer afschotvergunningen af. En in het voorstel van staatssecretaris Bleker voor een nieuwe natuurwet mag de kolgans van half augustus tot half februari worden afgeschoten.

Hoewel groot ganzenliefhebber, heeft Ebbinge geen principiële bezwaren tegen de jacht voor de consumptie. "Maar met beleid." De manier waarop er nu al zonder goede tellingen en controle wordt gejaagd en de wijze waarop die jacht nog verder wordt verruimd, lijkt hem niet verstandig.

"Het is niet waarschijnlijk dat kolganzen veel schade aanrichten. En bovendien is er geen enkele onderbouwing, geen enkele wetenschappelijke grondslag voor de mate van jacht. En ook internationale afstemming ontbreekt. Er is geen enkele vorm van overleg tussen provincies, laat staan tussen landen. Als een kip zonder kop gaat men te werk, zonder enig besef van het effect op de wereldpopulaties." Ebbinge waarschuwt: "We moeten niet vergeten dat het na de jachtbeperking in 1970 enkele tientallen jaren heeft geduurd voordat de ganzenpopulaties zich hadden hersteld."

Opvanggebieden
Ganzen vreten gras en laten stront achter en kunnen de boeren daardoor geld kosten. De schade door kolganzen valt volgens Ebbinge nog wel mee: ze zijn weg voor het weideseizoen begint. Brandganzen kunnen wel een probleem zijn, omdat deze in het voorjaar lang blijven hangen. Een oplossing hiervoor ligt naar Ebbinge's idee in het initiatief van voormalig minister Veerman. Hij stelde voor grote gebieden tot jachtvrij ganzengebied te benoemen. De ganzen zouden zich daar vanzelf concentreren en en passant voor groot vogelaarsgenoegen zorgen. De proef mislukte omdat de grondeigenaren niet tot overeenstemming kwamen en er middenin de rustgebieden toch gejaagd kon worden.

Deltagans en boerengans
Zo'n 20 procent van de rotganzen is de hele winter bij ons; de helft daarvan in het Waddengebied, de andere helft in de Zeeuwse delta. De rotgans komt alleen in de buurt van zout water voor. Hij heeft een voorkeur voor zeegras en kweldervegetatie, maar graast ook in boerenweiden. De kolgans is helemaal een 'boerengans'.

Middelste jager
Alleen als er veel lemmingen zijn, broeden er ook sneeuwuilen en middelste jagers op de toendra van Taimyr. De vogels maken het voor de rotgans veiliger. Ze jagen namelijk fel achter de poolvos aan die het ook op hun eieren en jongen heeft voorzien. De poolvos heeft daardoor - naast minder honger door een overvloed aan lemmingen - ook veel minder kans om een ganzenei te roven. De gans broedt in de buurt van de 'wakers', ook al ontvreemden ook die af en toe een ganzenei of -kuiken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden