Rossana Kluivert: ik heb geluk gehad

Rossana Kluivert: 'Ik ben niet jaloers op mensen met een goede gezondheid, maar ik vond het wel erg oneerlijk dat ik - nooit gerookt of gedronken - kanker kreeg.' Beeld Mark Kohn

Rossana Kluivert-Lima (Drachten, 1972) is styliste. In 2013 bleek dat ze leed aan lymfklierkanker. Samen met haar man Patrick Kluivert zet ze zich in voor Lymph & Co, een stichting die geld inzamelt voor onderzoek naar deze ziekte.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben
"Mijn vader is katholiek, Patrick ook. Ik niet. Ik ben hypocriet, want toen ik ernstig ziek werd, ben ik ineens gaan bidden: o God, help me alsjeblieft... Wachtend op de uitslag van een beenmergpunctie heb ik letterlijk op mijn knieën gezeten en gesmeekt dat die kanker zich niet in mijn hele lichaam zou hebben uitgezaaid.

Ja, misschien heeft Hij geluisterd: hoewel ik nooit genezen ben verklaard, is de ziekte, na een paar jaar chemotherapie, wel onder controle. Toch zul je mij nu niet iedere zondag in de kerk zien zitten. Ik ga af en toe, om een kaarsje aan te steken of om even naast Patrick te zitten als hij gaat bidden.

Ik ben wel eens jaloers op mensen die op zo'n manier gelovig kunnen zijn. Ik geloof in iets vaags; ik vóel het allemaal wel, maar ik heb er gewoon geen naam voor. Ik probeer op mijn manier zo goed mogelijk te leven. Door lief te zijn voor de mensen om mij heen, door op te komen voor de dieren, door mijn steentje bij te dragen in de maatschappij. Je weet het nooit, natuurlijk, maar ik denk dat áls de hemel bestaat, er voor mij ook wel een plekje zal zijn."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
"Ik heb veel Afrikaanse beelden in huis. Naast je staan twee vruchtbaarheidsmaskers, en die dingen op tafel zijn neksteunen; de 'kussens' van slaven die met de boot van Afrika naar Amerika werden gebracht. Ik heb Afrikaans bloed. Ik eer hiermee mijn verleden. Daarom hangt daar een portret van de man die mijn vader heeft geholpen toen hij nog een arm, hongerig jongetje in Kaapverdië was, en daarnaast, in die potjes, bewaar ik de asresten van mijn overleden lievelingsdieren.

En op die plank staan een paar belangrijke foto's: van de kinderen, natuurlijk, maar ook van Patrick bij Nelson Mandela thuis, van mijn Friese opa - echt een stoere gast - en van helden zoals Martin Luther King en Rosa Parks, de vrouw die in 1955 haar zitplaats in de bus weigerde af te staan voor een blanke medepassagier.

Het hoort allemaal bij elkaar; het zegt iets over wie ik ben, waar ik vandaan kom en hoe ik hier terecht gekomen ben... Heb je de trapleuning al goed bekeken? Die krullen, dat zijn halve Champions League-bekers (Kluivert scoorde in de finale van 1994/1995 tegen AC Milan in de 85ste minuut het winnende doelpunt, AV), zo gemaakt om nooit te vergeten dat wij mede dankzij die gebeurtenis hier nu kunnen wonen."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken
"We moeten respect hebben voor elkaars overtuigingen. Daarom zal ik in het bijzijn van gelovige mensen niet vloeken. Wij hebben ook veel vrienden en kennissen met een islamitische achtergrond. Als zij ramadan vieren, houd ik daar rekening mee. Het enige waar ik het echt moeilijk mee heb, is het halal slachten. Onverdoofd. Laatst stuurde een vriend van Patrick uit Qatar een filmpje door. Ik dacht nog: leuk, even kijken! Zie ik daar hoe ze voor het offerfeest een geit - nee, ik kan het je niet eens vertellen. Dat vind ik zó gruwelijk.

Tegelijkertijd zorg ik bij hen ook voor de nodige opschudding. Ik heb drie varkentjes: Truffel, Sir Hamlet en Miss Lily. Voor mij zijn het de liefste dieren op aarde, maar in hun ogen zijn ze vies en onrein en ben ik misschien wel extreem ongelovig. Ik laat voortdurend foto's van mijn baby's zien. 'Kijk, hier zitten ze in bad, o, en dat was laatst, toen we samen op de bank naar een film op televisie keken!' Dan zie je de verbijstering in hun ogen. En Pat zit er tandenknarsend naast: nee, Ross, niet wéér..."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen
"Zo'n heilige dag vond ik wel prettig. Al die winkels open, da's niet zo goed voor mijn brein; ik word te snel geprikkeld. En ik moet altijd iets te doen hebben. Tegelijkertijd ben ik in het gezin een groot voorstander van de drie R's: rust, reinheid en regelmaat.

Shane, de jongste, is zeven. Hij moet op tijd naar bed. En ik zal hem ook niet zomaar ergens laten logeren. Sterker nog: toen hij nog heel klein was, heb ik ook nooit een babysitter ingehuurd. Tijdens de jaarwisseling van 2009/2010 logeerden wij in het Fountainebleu in Miami. Terwijl Lady Gaga, Usher en DJ Tiësto een feestje aan het bouwen waren in de vip-lounge, zaten wij met z'n drietjes in de hotelkamer. Patrick probeerde het nog een paar keer: 'Eh, Ross, het schijnt dat ze hier de beste babysitters ter w-' 'Niks daarvan! Ik laat mijn kind niet zomaar bij een vreemde achter!' Zo ging dat bij ons thuis ook; we zijn heel beschermd opgevoed."

V Eer uw vader en uw moeder
"Mijn vader is op zijn dertiende gaan varen. In zijn vaderland, Kaapverdië, was geen werk, vaak ook dagenlang geen eten. Hij heeft een paar jaar dekken geschrobd en in machinekamers gewerkt tot hij op een dag in Rotterdam van boord ging omdat hij het Friese boerenland, waarover hij zoveel had gehoord, graag met eigen ogen wilde zien. Daar kwam hij mijn moeder tegen. Ze werden verliefd, maar zij was pas zeventien dus beloofde hij een jaar later terug te komen. Hij hield zijn woord, ze trouwden en toen mijn moeder negentien was werd ik geboren.

Ze woonden eerst een tijdje in Friesland, maar zijn daarna naar Rotterdam verhuisd waar hij aan de haven een cafeetje heeft geopend waar vooral Portugese en Kaapverdiaanse zeelui kwamen. Daarna heeft hij de zaak verkocht en is een soort uitzendbureau voor bemanningsleden begonnen.

Kortom: hij heeft altijd kei- en keihard gewerkt. Hij heeft dubbele banen gehad om mij en mijn broertje alles te kunnen geven wat we nodig hadden, en meer. Toen hij de pensioenleeftijd bereikte, zei hij: 'En nu wil ik graag terug naar Kaapverdië.' Dat was altijd zijn droom geweest. Mijn moeder vond het geen goed plan. Zij wou juist graag weer in Friesland gaan wonen. 'Naar de kou?', zei mijn vader, 'ik moet er niet aan denken!'

Op dat punt is letterlijk en figuurlijk de verwijdering ontstaan. Vijf jaar geleden zijn ze gescheiden. De dag waarop ze te horen kregen dat ik kanker had, zijn ze naar Laren gekomen. Mijn vader is bij ons ingetrokken en mijn moeder heeft een klein appartement in het dorp gehuurd. Zelfs mijn broer is naar Laren verhuisd om bij mij in de buurt te kunnen zijn. Mijn familie is heilig. Geen privéleven meer? Hoe bedoel je? Dit ís privé. Kijk, daar gaat mijn vader, en hoor je dat kabaal? Dat is Lucas, onze huiseend, die volgt hem overal. Mijn moeder is er ook. Ze trekt een paar baantjes in het zwembad en gaat straks weer naar huis.

Mijn ouders zijn heel verschillend. Mijn moeder zegt al snel: 'Moet dat nou?' Ze is een nuchtere Friezin, houdt niet van gekkigheid. Mijn vader vindt alles best, hij kan wel lachen om de manier waarop ik mij overal in stort. In één ding zijn ze overigens exact hetzelfde: ze houden allebei, even veel en onvoorwaardelijk, van hun kinderen. Die drang om goed te doen, om voor rechtvaardigheid te strijden, heb ik van geen vreemde.

Mijn Friese opa was stratenmaker en oprichter van het WAO-beraad in Friesland. En ik vind het vanzelfsprekend dat we elkaar helpen. Als jij mij belt omdat je ziek of verdrietig bent, zou ik ook zeggen: 'Kom maar bij mij'. Dat roep ik niet zomaar hoor; ik moet wel voelen dat het goed zit. Pas als er een klik is gaat de poort open. Eerder niet."

VI Gij zult niet doodslaan
"Wie mijn dierbaren pijn doet, kan er op rekenen dat ik het vonnis van de rechtbank niet eens zal afwachten: ik wil de man of vrouw die dat op zijn geweten heeft zélf alvast wel even doden. En daarna zit ik mijn straf uit, als dat moet. Mensen die dieren martelen zou ik ook kunnen vermoorden. Moet je zien hoe varkens in hokken worden gehouden, hoe ze naar de slachthuizen worden getrapt...

Kijk, als wij nou samen op een boerderij zouden leven en jij zei: 'Ross, ik ga even naar buiten om onze kip te doden', dan zou ik dat prima vinden. Eten we hem daarna samen op. Maar zo gaat het tegenwoordig niet meer. Dieren worden vetgemest, volgepropt met rommel en komen dan ook nog eens op een afschuwelijke manier aan hun eind. Voor mij geen vlees meer. 't Is slechte energie, bad karma. Wat dat betreft zeg ik: leven en laten leven."

VII Gij zult niet echtbreken
"Zullen we het er op houden dat ik in principe vind dat je er alles voor moet doen om bij elkaar te blijven? Maar als het echt niet meer lukt, kun je beter gaan scheiden. Ik heb na de echtscheiding mijn eigen pad gekozen, een leven opgebouwd voor mezelf en de kids. Daarna kwam ik Pat tegen. We zijn nu zeven jaar getrouwd, hebben samen nog een zoon gekregen. Op dit moment zeg ik: het was meant to be, maar ik weet dus ook dat een huwelijk, ondanks alle goede bedoelingen, toch kapot kan gaan.

Mijn ziekte heeft ons dichter bij elkaar gebracht. Hij was er altijd voor mij. Als ik hier op de grond lag te kotsen, kwam hij naast mij zitten en hield mij vast. Nachtenlang heeft hij op een matrasje naast de bank gelegen, omdat ik te ziek was om naar boven, naar de slaapkamer te gaan. Soms zeggen ze: 'Het is echt geweldig wat Patrick allemaal voor je over heeft gehad.' Ja, het is waar, en daarvoor zal ik hem eeuwig dankbaar zijn, maar aan de andere kant: dat heeft hij toch ook beloofd toen hij met mij trouwde? Ik zou voor hem precies hetzelfde doen. Als ze ooit iets van mij nodig hebben om zijn leven te redden - een arm, een been, een nier, whatever - dan geef ik het. Logisch toch? Maatjes laten elkaar niet in de steek."

VIII Gij zult niet stelen
"Het mag niet van Patrick, maar anders zou ik alle proefdierencentra leeg gaan roven. Toen ik in de buurt van Barneveld een keer langs zo'n kippenfarm reed en al die beesten hoorde gillen - nee, echt, letterlijk: gillen - dacht ik er serieus over om de deuren open te gaan gooien, maar goed... die strijd moet anders gevoerd worden. Daarom probeer ik mij overal - in Nederland, Spanje en op Curaçao, de landen waar ik het vaakst ben - op een diplomatieke manier in te zetten voor het dierenwelzijn.

Voorbeeld: in Curaçao liggen honden vaak hun leven lang aan een ketting. Als ik daar ben, stap ik samen met Patrick zo'n erf op. Een bekende voetballer is vaak een prima visitekaartje. Soms weet ik die mensen ervan te overtuigen dat ze beter voor hun dier moeten zorgen, soms mogen we de hond meenemen om op een beter adres onder te brengen. Kijk, ik zou het liefst zeggen dat iedereen die dieren nog steeds beschouwt als voorwerpen compleet gestoord is - zo staan ze nog altijd in de Nederlandse wetgeving beschreven! - maar goed, aardig doen en indruk maken werkt nu eenmaal beter. O ja, en stelen mag niet. Behalve als je kinderen honger lijden. Dan wel."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste
"Er zal ongetwijfeld over mij geroddeld worden. Toen ik net met Patrick ging werd ik een gold digger genoemd. Want ik had als styliste en alleenstaande moeder toch mooi een rijke voetballer aan de haak geslagen. Het zal wel. Zolang mijn familie en mijn vrienden maar weten hoe het zit, vind ik het allemaal best.

Ik maak mij eerder druk om wat ánderen wordt aangedaan, bijvoorbeeld in bepaalde voetbalprogramma's waar het afzeiken van mensen heel normaal blijkt te zijn. Heb je gehoord hoe Louis van Gaal tijdens het WK in Brazilië door dat ene zielige mannetje werd gebasht? Dat is toch niet normaal? Maar kwalijker dan die gek - van hem kan ik nog denken: hij weet niet beter - vind ik het publiek dat op de achtergrond zit te lachen om al de valse dingen die er over Van Gaal worden uitgestort. Walgelijk. Stiekem gedoe, daar kan ik helemaal niet tegen."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is
"Ik ben niet jaloers op mensen met een goede gezondheid, maar ik vond het wel erg oneerlijk dat ik - nooit gerookt of gedronken - kanker kreeg. Het moeilijkst vond ik de jaren die aan de diagnose voorafgingen: ik had altijd griep, ik voelde me aan één stuk door moe en belabberd, maar geen dokter kon ontdekken wat ik mankeerde. En ik bleef maar terugkomen. 'Heb ik dan misschien de ziekte van Lyme? Aids? Zoek het uit, alsjeblieft.'

Na de veertigste keer bloedprikken werd iedereen gek van me. Ik werd doorverwezen naar een psychotherapeut om over mijn jeugd en mijn huwelijk te praten. Toen eindelijk die diagnose kwam voelde ik me bijna opgelucht. Zie je nou wel? Ik ben niet gek.

Tegelijkertijd was het natuurlijk verschrikkelijk nieuws. Ik ben zó ziek geweest, jongen, dat wil je niet weten. Er zijn dagen geweest waarop ik dacht: als ik nu een beetje extra morfine neem, ben ik overal vanaf. Je hoort wel eens mensen zeggen dat ze de strijd aangaan, maar stel nou dat je tóch doodgaat, heb je dan niet hard genoeg gevochten? Volgens mij heb ik vooralsnog gewoon geluk gehad. En een beetje hulp van boven. Wie weet."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden