Rosita Steenbeek

Rosita Steenbeek (Utrecht 1959) wilde een familietraditie in ere houden en dominee worden. Na een jaar theologie, besloot zij echter alsnog Nederlands te gaan studeren. Steenbeek maakte naam met haar eerste, autobiografische roman 'De Laatste Vrouw' waarin zij haar relatie met drie Italiaanse mannen op leeftijd beschreef: een Siciliaanse psychiater, schrijver Alberto Moravia en filmregisseur Federico Fellini.

1 Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

,,Mijn grootvader, die dominee was, zei ooit: 'Ik ben een epicurist in de praktijk en een christen in hope'. Dat geldt ook voor mij. Ik denk dat ons leven eindigt bij het graf - daarom leef ik zo intens - maar ik hecht er ook aan te geloven dat er een God is die mij beter kent dan ik mijzelf. Dat Hij een bedoeling heeft met de schepping en dat ik niet 'op een vuig kerkhof haastig wordt weggeruimd', maar in mijn graf zal wachten op de jongste dag. Je weet maar nooit. Ik weiger definitief af te haken. Af en toe wordt mij, door een ontmoeting, muziek of een mooi gedicht, een blik in de eeuwigheid vergund waardoor mijn ongeloof weer aan het wankelen wordt gebracht. Ik ben met twijfels opgevoed. Mijn vader heeft altijd een eigenaardige relatie met God gehad. Zo bad hij voor het eten: 'Heer, strek uw beschermende hand uit over dit dartele moedertje dat ooit bij mij tussen de lakens is gekropen - ook al wilde ik het niet - en over het kleine geteisem dat onverhoopt uit haar tevoorschijn is gekropen'. De ene dag citeerde hij Bloem: 'Het is tussen twee stiltes even luid geweest' en de volgende dag trakteerde hij ons op Vondel:

Leer dan reizen met gepeizen

Naar pallaizen, uit het slick

Dezer werrelt, die zoo dwerrelt

Eeuwigh gaat voor oogenblick

Die twee kanten heb ik vanaf mijn prilste jeugd meegekregen. Ook mijn beide grootvaders en een aantal ooms, die op de kansel predikten over God, Jezus en de opstanding spraken later bij ons thuis wel wat schalkser over religieuze zaken. Zo ben ik geïmmuniseerd tegen goddeloosheid. Hoe zondig je het ook kunt bedenken: ik heb het allemaal al eens gehoord.''

2 Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

,,Na het gebed, vroeg mijn vader ons streng: 'En? Heb je God gezien? Als je Hem niet hebt gezien, dan heb je ook niet met Hem gesproken'. Dit had tot gevolg dat wij ons tijdens het bidden suf piekerden over Gods gedaante. Ik weet nog dat een van mijn zusjes op een dag antwoordde: 'Hij zat op een hekje aan grazige weiden'. Die aansporing tot verbeelding heeft misschien wel de kiem gelegd voor mijn overstap van de theologie-studie naar de literatuur. In mijn vak doe je niets anders dan gesneden beelden maken. Ik verafgood de boeken niet - het leven is belangrijker. Maar als een boekwerkje een gouden kalf zal blijken te zijn, is dat niet helemaal onwelkom.''

3 Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

,,Nee, je zult mij niet snel horen vloeken, daarvoor ken ik de etymologie van het gvd te goed: God moge mij verdoemen. Of als je 'verdomme' door 'verdorie' vervangt: God moge mij met waanzin slaan. Als ik Zijn naam ijdel gebruik, zou God mij wel eens bij de tong kunnen pakken en mijn gebed verhoren. Ik heb al op jonge leeftijd met die letterlijke uitleg van de vloek te maken gekregen. Toen ik dertien was, kreeg ik een hersenbloeding. Sindsdien lijd ik aan epilepsie. Toen ik mijn eerste toeval kreeg, dacht ik dat ze mij in een gekkenhuis zouden opsluiten. Ik bracht alleen maar wartaal uit en het meest pijnlijke was dat ik mij daarvan bewust was. De grootste nachtmerrie: in een gesticht gestopt worden, terwijl je niet gek bent. Gelukkig krijg ik nu niet vaak een aanval, dat wil zeggen: zo lang ik mij braaf gedraag, niet te veel drink en op tijd mijn medicijnen slik. Het schijnt vooral voor de omstanders een griezelig gezicht te zijn. Het is alsof je een elektroshock krijgt. Kortsluiting in de kop. Ik krijg de gekste visioenen, zie lsd-achtige landschappen en prachtige schilderijen. Epilepsie heeft mijn gevoel van verwondering over het menselijk bedrijf enorm versterkt. Voor wie zo nu en dan even wegvalt, is het leven namelijk, bij terugkeer, steeds als nieuw.''

4 Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

,,Een week zonder sabbat is als een stad zonder parken en pleinen. Ik hou de sabbat behoorlijk in ere en ga nog regelmatig naar de kerk. Het horen van een preek heeft mij vaak tot schrijven aangezet. De bijbel is een enorme verzameling ervaringen van mensen; er zit altijd iets tussen wat je prikkelt en aan het denken zet. En de liederen -vaak prachtige, literaire teksten- die tijdens de dienst worden gezongen, emotioneren mij nog steeds. Ik word dan door een soort weemoed bevangen: wat ik hoor en zie, mengt zich met de herinnering aan het verleden. Ik denk terug aan de bescherming, aan de veiligheid van mijn jeugd, aan mijn opa die preekt en de gemeente die zingt: 'Blijf bij mij Heer want de avond is nabij, de dag verduistert Here, blijf bij mij.''

5 Eer uw vader en uw moeder

,,Op alle foto's uit mijn kindertijd sta ik naast mijn vader. Ik hing aan zijn lippen, was ontzettend trots op hem. Mijn zusjes vonden dat wel eens kinderachtig. Pas nadat ik 'De Laatste Vrouw' had geschreven, realiseerde ik mij hoezeer hij mij in zijn greep heeft gehad; dat ik de relaties die ik had, moest beleven om dat te kunnen verwerken. Het is niet voor niets dat ik aan mannen zoals mijn vader ben blijven hangen: intellectuele artiesten, provocerend en kleurrijk; mannen die zoveel mogelijk registers tegelijk bespelen. Maar het was ook het zoeken naar echte erkenning. Ik wilde serieus genomen worden door een man zoals mijn vader - die mij nooit echt serieus nam. Of: dan weer wel, dan weer niet; van het ene in het andere uiterste. Misschien was Federico Fellini zo iemand. Na zijn dood was ik erg depressief en besloot een tijdje in therapie te gaan. Tijdens die bijeenkomsten kwam ook de ingewikkelde relatie met mijn vader ter sprake. De psychiater zei: 'Maar jij laat je ook op de kast jagen door je vader, je weet toch dat hij zo is!' Mijn vader vond die therapie belachelijk. Ga je weer naar die gigolo?, zei hij steeds, Wel leuke verhalen vertellen hoor, niet saai zijn!''

,,Mijn vader is altijd onvoorspelbaar en veeleisend geweest. Toen we piepklein waren, moesten we Latijn en Grieks citeren. Een van mijn zusjes droeg een briefje bij zich waarop stond 'Wat papa wel eens kan vragen' met daaronder een rijtje bijbelverzen en klassieke citaten. Als hij bijvoorbeeld vroeg: 'Wat zeggen jullie als er te weinig balletjes in de soep zitten?', moesten wij antwoorden: 'Aparent rari nantes in gurgite vasto', oftewel 'Hier en daar worden zij zichtbaar, drijvend in de onafzienbare watermassa.' Dat betrof dan op de overboord geslagen makkers van Aeneas. Voor mijn gevoel kon ik, als ik onverhoopt een bepaald Grieks citaat niet op kon dreunen, zijn liefde zó verliezen. Doordat hij al mijn aandacht opeiste, heeft het heel lang geduurd voordat ik zag wie mijn moeder eigenlijk was. Zij is nu mijn beste vriendin, een wijze, leuke vrouw. Zij werd nooit kwaad om de opmerkingen van mijn vader. Mijn moeder geeft je nooit de indruk dat je er iets voor moet doen om haar liefde te ontvangen. Wat ik ook doe: ze houdt van mij. Ik zie dat mijn moeder zo geworden is doordat haar vader een en al liefde was. De vader van mijn vader was een vreselijk gecompliceerde man. Ik ben niet zo lastig als mijn vader, maar zeker ook niet zo onvoorwaardelijk als mijn moeder. Ik ben ook iemand van uitersten, ik heb, net als mijn vader, de neiging tot het avontuurlijke en manoeuvreer mij voortdurend in extreme situaties. En ik deel natuurlijk zijn passie voor de letteren. Nee, ik heb nooit beter willen zijn dan mijn vader; ik wilde vooral door hem gezien worden.''

,,Ik was me er niet van bewust dat ik een boek schreef om mijn vader te plezieren, maar misschien is dat uiteindelijk wel het geval geweest. Misschien wilde ik met De Laatste Vrouw, De Eerste Man bereiken. Dat is ook wel een beetje gelukt. Ja, met een behoorlijke omweg, da's waar. Schrijven is leven met een omweg; een gestoorde bezigheid.''

6 Gij zult niet doodslaan

,,Van Javanen wordt gezegd dat zij de zachtmoedigste mensen op aarde zijn, terwijl met name dit volk het verschijnsel van het amok maken kent. Ze laten eindeloos dingen over hun kant gaan, maar dan, ineens, pakken ze hun kris en steken alles en iedereen dood. Zo is het met mij ook. Ik ben over het algemeen kalm en vriendelijk, maar het kan me plotseling helemaal rood voor de ogen worden en dan word ik ongelooflijk driftig. Zo heb ik mijn Siciliaanse ex-vriend wel eens een laptop naar het hoofd geslingerd. Zonder fatale gevolgen overigens - anders was ik dicht in de buurt van doodslag gekomen. Al zou deze daad waarschijnlijk gezien worden als een crime passionel waarvoor ik in Italië hooguit een berisping had gekregen.''

7 Gij zult niet echtbreken

,,Soms denk ik dat ik te romantisch ben voor het huwelijk. Ik kan me wel iets voorstellen bij het afsmeken van de Goddelijke zegen over een relatie, maar niets bij het afsluiten van een contract. De enige band moet de liefde zijn. Aan de andere kant: het contract tussen mijn ouders houdt al veertig jaar stand en die verbintenis is nog steeds zeer romantisch. Mijn vader noemt mijn moeder hartelapje. Of malse duif. Ze doen dutjes in elkaars armen op de bank. Ik heb lang gedacht: op een bepaald moment overkomt mij dit ook, ergens op de wereld loopt mijn wederhelft, op een dag kom ik hem tegen en dan gaan wij, net als mijn ouders, samen verder door het leven. Maar zo is het niet gegaan. Toch geloof ik dat hun voorbeeld er voor heeft gezorgd dat ik goed alleen kan zijn. Hun harmonie zit ook in mij.''

8 Gij zult niet stelen

,,Ik heb een publieke schuldbekentenis afgelegd door in mijn laatste boek, Schimmenrijk, op te biechten dat ik met grafrovers op stap ben geweest. Ik ben nu in het bezit van een drinkbeker uit de vijfde eeuw voor Christus. Archeologen vertelden mij dat vijfentachtig procent van alle kunstschatten in de catacomben van musea staat dus waarom zou één zo'n vaasje niet bij mij in huis mogen blinken? Misschien ben ik aangetast door de corruptheid van Italië. Bovendien moest ik, om over tombaroli te kunnen schrijven, wel mee die oudejaarsavond, nu enige jaren geleden. Ik zie nog voor me hoe de tombe werd geopend en herinner mij dat het was alsof ik het leven, dat zich vijfentwintig eeuwen terug heeft afgespeeld, kon aanraken. Ik raakte helemaal in de ban van het verleden. Nee, ik had die drinkbeker niet mee hoeven nemen. Hij werd mij ook min of meer opgedrongen en . . . ach nee, ik ga het niet goed praten. Het is slecht. En zondig. Maar wat moet ik doen? Mijn beker naar het Etruskisch museum brengen waar de directeur na sluitingstijd illegale veilingen organiseert? Misschien doe ik dat nog wel een keer. En tot die tijd zal ik mij, als rechtgeaarde Calvinist, schuldig voelen.''

9 Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

,,Misschien is er zonder roddel zelfs geen gezellige conversatie mogelijk, maar het blijft toch een zachtmoedig zusje van laster. Ik heb op het ogenblik een manuscript van een vriend in huis waarin een zekere Attalia voorkomt; een personage waarvoor ik model heb gestaan. De schrijver zegt over haar: 'Ze roddelt alleen over zichzelf, nooit over anderen'. Ik zal niet gauw kwaad spreken, nee. Maar dat weerhoudt anderen er niet van om over mij te lasteren. Ik roep kennelijk nogal wat weerstand op bij mensen. Voor De Laatste Vrouw zou ik Alberto Moravia en Federico Fellini hebben misbruikt. Volgens een enkeling heb ik die heren zelfs de dood ingejaagd. En over mijn tweede boek hadden sommige mensen alleen op basis van mijn uiterlijk al een mening klaar. Een journaliste zei tegen mij: 'Toen ik die glamourfoto op je boek zag, was mijn eerste reactie: ik hoop dat ze een domme kip is. Als ik een lullig stukje in de krant lees, vind ik dat vervelend, maar ik ben het de volgende dag wel weer vergeten. Ik ben niet haatdragend of wrokkig. Om met Leopold te spreken: Hij minacht mij wiens eigen wezen min is/ En hij vindt goed die zelve goed van zin is/Wie anderen bespreekt, bespreekt zichzelf/Er komt niet uit de kruik dan wat er in is.''

10 Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

,,Ik heb mij vaak doodgeërgerd aan de man-gerichtheid van de bijbel, maar in dit geval komt het me zeer goed uit. Doordat 'uws naasten man' niet in dit rijtje is opgenomen, ben ik ook niet in overtreding. Ik heb mij daar toch al nooit schuldig over gevoeld; Moravia en Fellini leefden allebei op kuise afstand van hun echtgenotes. Ik had geen ambitie om te trouwen, dus ik was niet echt een bedreiging voor hen. Ik ben geen mannenverslindster, geen 'Amersfoortse kei' die zoals de Telegraaf zegt 'de Romeinen verplettert'. Ik ben ook geen femme fatale. Een femme fatale stort mannen in het ongeluk; ik wil mannen juist gelukkig maken. Dat het beroemde mannen waren, heeft nauwelijks betekenis gehad. Ik val nu eenmaal op intellectuele kunstenaars. Ik zou nooit verliefd worden op een president of een bankdirecteur; dat soort mannen interesseert mij niet. Ik heb mijn relaties als heel gelijkwaardig ervaren - ik hou niet van mensen die voor mij door het stof kruipen. Ik ben altijd begerig geweest naar het grootse leven; naar intensiteit, diepere vriendschapsbanden en grotere passies. Zo heb ik tot nu toe geleefd: trouw aan mijn gevoelens. Ik heb ondervonden dat de liefde het allerbelangrijkst is in dit leven. 'Al ware het, dat ik met de tongen der mensen en der engelen sprak, maar had de liefde niet, ik ware schallend koper of een rinkelend cimbaal. Al ware het dat ik profetische gaven had, en alle geheimenissen en alles, wat te weten is, wist, en al het geloof had, zodat ik bergen verzette, maar ik had de liefde niet, ik ware niets.' De Italianen zeggen het nog mooier: die spreken van carita, een veel meer omvattende liefde. Die carita heb ik ontvangen en gegeven. Zoiets maakt de begeerte naar dat wat van een ander is, volkomen onzinnig. Ja, geld misschien: het is natuurlijk heel aardig om zoveel te bezitten dat je je de luxe kunt permitteren om geld te minachten. Ik maal niet om spullen. Dromen over een groot huis, ken ik niet. Een mooie auto wil ik niet bezitten - ik zou mijzelf toch maar doodrijden. Ik geloof heel sterk in het gevoel van: bezit bezit mij. Die houding is door mijn epilepsie-aanvallen ook gesublimeerd. Het is een vorm van doodgaan. Waarom zou ik mij hechten aan spullen als het zo plotseling voorbij kan zijn? Ik ga liever door met zoeken. Waarnaar? Ja, waarnaar? Misschien zoek ik in mijn diepste wezen wel naar God. Naar de zin van het leven. Hoe geef ik mijn leven zin? Door te scheppen wellicht. Schrijven is een manier van zingeven geworden, ook al is de literatuur het leven niet. Als ik nog een dag te leven heb, leg ik de pen neer en zoek ik mijn dierbaren op. Jaren nadat mijn vader mij vroeg te vertellen hoe God er uitziet, heb ik een antwoord gevonden dat redelijk in de buurt lijkt te komen: God wordt zichtbaar in de ogen van de mensen die je liefhebt.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden