BoekrecensieBrieven

Rosa Luxemburg hield meer van koolmezen dan partijgenoten

Marxiste Rosa Luxemburg toonde zich in haar brieven, meestal vanuit de gevangenis geschreven, liefhebber van de lente, natuur en Goethe.

In een brief van eind mei 1917 aan haar vriendin Sophie, de vrouw van haar strijdmakker Karl Liebknecht, bezong Rosa Luxemburg in prachtige volzinnen de lente. Ze hoorde ‘het ruisen van de bomen en het heldere koor van de vogels die vandaag allemaal opgewekt zijn’. Ze zag en rook de gele sieraalbes ‘die naar kruidnagels geurt’, ontwaarde een ligusterstruik, een spits­ahorn en ‘een jonge slanke kastanjeboom’. En uit de verte riep de koekoek. “Wat is het mooi, wat ben ik gelukkig”, jubelde ze.

De optimistische en juichende toon was opvallend, gezien de datum en de plaats waarvandaan ze de brief schreef. Al ruim drie jaar woedde de Eerste Wereldoorlog, en Rosa Luxemburg bracht een groot deel van die Grote Oorlog door in de gevangenis. Al ruim voor het uitbreken ervan riep de marxiste de Duitsers op er niet aan deel te nemen, want dat zou betekenen dat Duitse soldaten tegen Franse en Russische soldaten moesten vechten, en dat stond haaks op de internationale klassenstrijd die juist solidariteit van alle arbeiders vereiste. De vijand van het Duitse proletariaat was niet de Franse evenknie, maar het grootkapitaal. ­Wegens landverraad werd de opruister achter de tralies gezet.

Rosa Luxemburg

Lente

Rosa Luxemburg, geboren in een Joods gezin in het Russische Polen en eind negentiende eeuw naar Duitsland gevlucht, ging in de gevangenissen (ze werd een paar keer overgeplaatst) door met wat ze altijd al graag deed: brieven schrijven. Ze stuurde ze naar vrienden en vriendinnen, partijgenoten en politieke geestverwanten (die groepen hoefden vreemd genoeg niet altijd overeen te komen), geliefden en ex-partners. Er stond van alles in: het ging over de tactiek van de communisten in binnen- en buitenland, over literatuur (Luxemburg was gek van Goethe, uit wiens werk ze grote delen uit het hoofd kon citeren), over de oorlog, over alledaagse dingen, over haar zwaarmoedige buien, over de natuur en de lente waar ze juist altijd heel vrolijk van werd. En dat allemaal even mooi geschreven.

In een nieuwe bundel heeft Van Oorschot zo’n vijftig brieven bijeengebracht, niet alleen uit haar gevangenschap, maar ook van daarvóór (de oudste dateert van juni 1896) en eentje daarna. De uitgeverij kan daarvoor niet genoeg worden geprezen. Ze heeft een traditie hoog te houden: in 1958 was er al een uitgave, toen met een voorwoord van Jacques de Kadt. Dat is nu vervangen voor een adequaat nawoord van de filosofe Joke F. Hermsen, die het leven van Rosa Luxemburg kort beschrijft en haar betekenis duidt. De vertaling is ‘opgefrist’ – woorden als ‘mitsgaders’ zijn vervangen. Achterin in het boek staat een aantal nuttige maar soms ook wel erg summiere verklaringen van woorden en begrippen die de schrijfster hanteert.

Bloemen bij de plek waar Rosa Luxemburgs lichaam in 1919 in het Berlijnse Landwehrkanaal werd gedumpt.Beeld EPA

Het had voor de hand gelegen dat de bundel begin vorig jaar al was verschenen, toen het precies een eeuw geleden was dat Luxemburg door geweld om het leven kwam. Maar volgens de uitgeverij past de bundel ook mooi bij het motto van de Boekenweek van dit jaar: rebellen en dwarsdenkers. Tot die categorie behoort Luxemburg zeker. In haar brieven zette ze onverschrokken de groten uit de communistische beweging op hun nummer, inclusief ene Vladimir Lenin. Vrienden die het rechte pad dreigden te verlaten veegde ze de mantel uit. Rosa hield niet van zoete broodjes bakken maar was altijd loepzuiver en duidelijk in haar oordeel.

Ze had een enorme energie, schreef niet alleen brieven, maar ook doorwrochte studies over het marxisme, de klassenstrijd en het kapitalisme, dat gedoemd was ten onder te gaan. Luxemburg was een groot maar ook omstreden theoreticus, had veel zelfkennis en wist waar haar zwakke plekken zaten. Vanuit de gevangenis bestelde ze boeken over vakken waar ze onvoldoende van wist, of ze vroeg een vriendin op te zoeken wat ook weer de precieze definitie van een bepaald begrip was en gaf aanwijzingen waar dat in haar boekenkast te vinden was.

Soms twijfelde ze of ze, als ze eenmaal zou zijn vrijgelaten, weer door moest gaan met dat partijwerk en marxisme. Ze voelde zich, schreef ze aan vriendin Sophie Liebknecht, in die mooie natuur ‘veel meer op mijn plaats dan op een partijcongres’, ze had meer op met koolmezen dan met partijgenoten. Maar pijnlijk exact voorspelde ze: “Je weet, ik zal toch naar ik hoop op mijn post sterven, in een straatgevecht of in het tuchthuis.”

Magna cum laude

Met die natuur ging het trouwens helemaal niet goed, waarschuwde ze, ruim honderd jaar geleden al. Via de natuurwetenschap, planten- en diergeografie, waarover ze tijdens haar gevangenschap veel las, begreep ze waarom de zangvogels in Duitsland aan het verdwijnen waren, het was het gevolg van de bos- en tuincultuur en de akkerbouw: “Het werd mij droef te moede toen ik dat las.” Ze was hyperintelligent, promoveerde magna cum laude aan de universiteit van Zürich, en beheerste vele talen – dat laatste is in haar brieven ook wel te zien, ze mocht graag Italiaanse, Latijnse of Poolse woorden of zinnen gebruiken.

De laatste brief in het boek is gedateerd 11 januari 1919, gericht aan de socialiste en vrouwenactiviste Clara Zetkin (aan wie we volgens sommigen de internationale vrouwendag van 8 maart te danken hebben). Ze drong er bij haar op aan voorlopig uit Berlijn weg te blijven, de stad was het toneel van aanslagen en ‘veel van onze dappere jongens zijn gesneuveld’. Na de wapenstilstand van 11 november 1918 en de verbanning van keizer Wilhelm II naar Nederland brak er in Duitsland een felle strijd uit tussen gematigde sociaal-democraten en radicale socialisten en communisten. Tot die laatste groep behoorden Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht, die de Spartacusbond hadden opgericht en die via een revolutie een radenrepubliek in Duitsland wilden instellen; ze riepen een algemene staking uit.

Op die 11de januari kwam er aan de opstand een eind. Vier dagen later werden Luxemburg en Liebknecht gearresteerd door een zogeheten Freikorps, een rechtse knokploeg van zwaarbewapende soldaten die in de Eerste Wereldoorlog hadden gevochten. “Gij stompzinnige beulsknechten”, had ze een dag eerder nog in het partijblad Rote Fahne geschreven, “jullie orde is op zand gebouwd. De revolutie zal zich morgen reeds met luide galm verheffen en tot uw schrik onder bazuingeschal verkondigen: ik was, ik ben en ik zal zijn.”

Na verhoord, gemarteld en gedood te zijn, werd Luxemburg, 48 jaar oud, in het Landwehrkanaal in het park Tiergarten in het centrum van Berlijn gegooid; pas na ruim vier maanden werd haar lichaam gevonden. 

Rosa Luxemburg
Ik voel me in de hele wereld thuis. Brieven
Samenstelling en vertaling: erven M. Verdaasdonk, Ingrid Wildschut en Jan Sietsma.
Uitg. Van Oorschot. 200 blz. € 15

Lees ook:

Houden de gele hesjes echt zo van de wereld?

Boekrecensie van Joke J. Hermsen ‘Het tij keren’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden