Roos met doornen

Op de flyer van de nieuwe voorstelling ’Isman’ die ze schreef en regisseerde en die komende week in première gaat staat Adelheid Roosen afgebeeld als man. Een djellaba aan, getooid met een wit mutsje en een zwarte baard. Ze kijkt je aan. Serieus en kwetsbaar tegelijk, met een open blik. Dat tekent de theatermaakster die altijd op zoek is en nooit tevreden lijkt met wat ze vindt. Het liefst zou ze alles zo lang kantelen totdat alle vlakken van het prisma zich aan haar hebben geopenbaard. Gedreven dus en daarmee zijn er voor mensen maar twee mogelijkheden: óf je vindt haar geweldig, omdat ze altijd haar scheur open zet, probeert reuring te veroorzaken en te nadrukkelijk aanwezig is, óf je vindt haar afschuwelijk om precies diezelfde eigenschappen. Nee, Adelheid Roosen is geen allemansvriend.

Adelheid Roosen, geboren op 30 juni 1958 tussen Teteringen en Ulft, komt uit een katholiek gezin alwaar ze een strenge katholieke opvoeding meekreeg. Ze zat op een nonnenschool, maar vond het daar vreselijk. De straffen waren fors – van strafwerk maken via een paar rake klappen tot opgesloten worden in een kast – en dat was moeilijk verteerbaar voor een nieuwsgierig en levenslustig kind als Adelheid. Vragen stellen, impulsieve dingen doen, brutaal zijn, het werd niet getolereerd. Geen wonder misschien dat het theater trok. Op het toneel kun je vrij zijn, alle vragen stellen die je maar wilt en lef is dan ineens een positieve eigenschap.

Ze begon haar carrière begin jaren tachtig bij cabaretgroep Purper, waarmee ze ook de Pall Mall Export Prijs won. Daarna volgden vele voorstellingen: solo’s, toneelstukken, theaterconcerten. Ze zong, speelde, schreef en regisseerde. De laatste jaren was ze te zien in twee Shakespeare-stukken onder regie van Ola Mafaalani, ’De Koopman van Venetië’ en ’Romeo en Julia’. Ze speelde in films – onder meer ’Broos’ en ’Mama is boos’ en maakte geruchtmakende tv-programma’s als Vara’s ’Nachtshow’ en ’Ravotta Bizarra’.

In de Tien Geboden van Arjan Visser vertelde ze dat ze een keer voor haar vader zorgde omdat hij zijn been gebroken had. ’s Avonds dronken ze wijn en praatten ze. „Op een van die avonden werd mijn vader – met terugwerkende kracht, want het programma was al lang afgelopen – razend om mijn optredens in die Nachtshow. [] Alles wat hij had verzwegen, al zijn frustratie en teleurstelling knalden eruit. [] En ineens – ik dacht dat ik het niet goed hoorde – beet hij mij toe: ’Als je maar nooit, nóóit iets zal laten omdat je bang bent dat ik het er niet mee eens ben!’ Het was alsof ik een klap in mijn maag kreeg. Ik heb zo verschrikkelijk zitten janken...het was een combinatie van geweld en bevrijding.”

Adelheid Roosen wordt wel vergeleken met een roos: bejubeld om haar bloemen, verguisd om haar doorns. Ze kan en mag van zichzelf niet loslaten als ze zich in iets vastgebeten heeft. Met open vizier probeert ze te onderzoeken waarom mensen in ’s hemelsnaam doen zoals ze doen. Nieuwsgierig en energiek. Ze probeert de mensen die ze begeleidt, zowel op de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie als daarbuiten, te prikkelen. Ze stimuleert theatermakers als de Bloeiende Maagden en Sara Kroos om te gaan waar ze eigenlijk misschien liever niet zouden willen gaan. Over grenzen, gewoon om te kijken wat het oplevert. Niet halfslachtig of bang in een hoekje, gewoon vol er voor gaan.

In 2001 was ze een van de actrices die in het beroemde toneelstuk ’De Vagina-monologen’ van Eve Ensler speelden. De scènes gaan expliciet over het vrouwelijk geslachtsorgaan. Niet alleen de mooie, liefdevolle kant komt aan bod, ook de mishandeling, verkrachting en andere pijn. Het zette Roosen aan het denken. Al langer wilde ze iets doen met moslimvrouwen, contact zoeken met die andere cultuur die nu ook alomtegenwoordig is in Nederland. Zo maakte ze in 2004 ’De Gesluierde Monologen’, een voorstelling waarin Islamitische vrouwen vertellen over hun seksualiteit. Ze trad ermee op in buurthuizen,

vmbo-scholen en theaters, maar ook in de Tweede Kamer en zelfs in het islamitische Turkije, waarmee haar langgekoesterde wens in vervulling ging.

Nu zijn de Islamitische mannen aan de beurt. Roosen: „Ik wil niet alleen onze cultuur uitdragen, ook hun cultuur meenemen; van beide zijden standpunten en zienswijzen uitwisselen. Ik zou tegen iedereen willen zeggen: ontmoet!” Dat motto paste ze ook nu toe voor ’Isman’ waarin ze probeert ’meer inzicht te krijgen in de belevingswereld van de man die zijn oorsprong in de moslimcultuur vindt’. Ze zal met dezelfde gedrevenheid als altijd te werk zijn gegaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden