Roomse enclaves in Friesland bolwerken van neogotiek

Je verwacht ze hier eigenlijk niet, maar in het zuidwesten van de provincie Friesland zijn de typisch-roomse kerktorens ware bakens in een groene zee van weilanden. Na de Reformatie raakte het Friese katholieke bevolkingsdeel in de diaspora; een aantal priesters bleef evenwel op zijn plaats en was voornamelijk in de Zuidwesthoek actief. Daardoor ontstonden, tegen de verdrukking in, diverse katholieke enclaves waarvan de inwoners soms voor meer dan negentig procent katholiek waren (en zijn).

Aanvankelijk waren er huissamenkomsten, terwijl later op enkele plaatsen schuilkerken werden gebouwd. Na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie (1853) uitte zich de katholieke emancipatie onder meer in de bouw van grote, haast triomfalistische neogotische kathedralen, zeker in dit landschap opmerkelijke verschijningen.

Wanneer je neogotiek zegt, dan zeg je ook Tepe en Cuypers. Van beide bouwmeesters zijn dan ook creaties in dit deel van Friesland aanwezig. Pierre Cuypers (1827-1921) geldt als vertegenwoordiger van de Amsterdamse school die tamelijk schatplichtig aan de Franse gotiek is, terwijl Alfred Tepe (1840-1920) dé architect is van de Utrechtse richting die zich meer op de Hollandse (en Rijnlandse) traditie van de baksteengotiek baseert - oppervlakkig gezien en gezegd: soberder en wat gedrongener van vorm.

De Sint-Martinuskerk aan de Singel in het hartje van Sneek verrees in 1870 op de fundamenten van een eerdere schuilkerk. Het is een kruisbasiliek, gebouwd naar een ontwerp van Cuypers, die de pas 19-jarige plaatselijke architect Nicolaas Molenaar met het toezicht had belast. Van een toren is het om uiteenlopende redenen nooit gekomen. Ook een recent 'wild' plan om op het kerkplein een moderne woontoren neer te zetten haalde het niet. De aankleding van de kerk komt voor een groot deel uit het atelier van Cuypers en het monumentale orgel is een nagenoeg origineel instrument uit 1891 van de Utrechtse orgelmaker Maarschalkerweerd.

Voorbeelden van de hierboven genoemde enclavevorming komen we rond Sneek op ruime schaal tegen. Het eerste dorp op onze route is Reahûs (Roodhuis), dat via Ysbrechtum, Tirns en een kerkenpad dwars door de weilanden wordt bereikt. Het dorpje dankt zijn naam aan een boerderij met rode dakpannen, waar een groep Roomsch-Katholijken voor het eerst in de zeventiende eeuw regelmatig bijeenkwam. In 1886 werd een stuk grond aan de hoger gelegen dijk aangekocht, waar Alfred Tepe zes jaar later zijn Sint-Martinuskerk situeerde. Om parochianen tot grote offervaardigheid te bewegen, was er - zoals gebruikelijk - een heuse bouwpastoor aangesteld in de persoon van Joannes Gerardus ten Bokum. Zijn naam leeft voort in een van de vier (!) straatnamen van het dorp. Een aardig detail is dat het hoofdaltaar en de beide zijaltaren vervaardigd zijn in het atelier van Friedrich Wilhelm Mengelberg te Utrecht: de 'vader van de dirigent' was destijds een befaamd kerkelijk beeldhouwer en werkte veel samen met Tepe. Let vooral op de vierentwintig ramen die bij de laatste restauratie, tien jaar geleden, opnieuw 'in het lood' werden gezet.

Over een stukje van de befaamde Slachte, de Skieppeleane, de Jongedyk en de Hiddemawei rijden we via Nijland en Wolsum naar Blauhûs (Blauwhuis). U raadt het al: hier kwamen in de Republiek de katholieken samen in een met blauwe pannen gedekt huis, rond welk het latere dorp ontstond. Cuypers bouwde er in 1871 zijn eerste Friese kerk, gewijd aan Sint Vitus, en ontworpen op basis van het 'alternerend stelsel', waarbij slanke kolommen en zware pijlers elkaar afwisselen. Op de 'viering', het kruispunt van hoofd- en dwarsbeuk, bevindt zich nog een tweede toren(tje). Het orgel dateert uit 1924 en is gemaakt door orgelbouwer Rohlfing uit Osnabrück.

Voor de meest Friese 'neogoot' moet u nog ruim twintig kilometer verder, naar St. Nicolaasga. Vanaf Blauhûs kiest u het mooie traject langs de Oudegaaster Brekken en, na het dorp Oudega, de route via Gaastmeer, tussen de Idzegaaster Poel en het Heegermeer door, richting Heeg. In dit watersportcentrum bevindt zich de Sint-Jozefkerk, waarvoor de toenmalige bouwpastoor Lunter uit de ingestuurde tekeningen van Cuypers én Tepe een eigen ontwerp maakte. Op 22 november 1876 mocht hij zijn kerk zelf inzegenen.

Dan komt er een iets minder fraai stuk van de route. Het gedeelte van Hommerts naar Spannenburg - de straalverbindingstoren van de PTT steekt hier alle roomse kerktorens qua hoogte naar de kroon - is een fietspad langs de drukke N354. Onderweg kunt u nog wel even naar Wouds end afslaan. De aan de H. Michaël gewijde parochiekerk van Woudsend is bijzonder, want een uitbreiding van de vroegere katholieke schuilkerk. De kerk is onder meer verrijkt met schilderijen van de twintigste-eeuwse Friese kunstenaar Jacob Ydema.

Zoals gezegd: bijna alles aan de in 1887 ingewijde Sint-Nicolaaskerk in St. Nicolaasga is Fries. De architect, Jan Doedes van der Weide (1849-1901), kwam uit Leeuwarden; de ramen (behalve die in het koor) werden vervaardigd door de al eerder genoemde Ydema, afkomstig uit Greonterp en het orgel, in 1975 aangekocht van de parochie Akersloot, was in 1870 gemaakt door de Friese orgelbouwer Lodewijk Ypma. Bijzonder curieus is de doopvont met beeldengroepen van oud- en nieuwtestamentische voorstellingen. Het kerkhof is een van de oudste katholieke begraafplaatsen van Friesland. De namen op het priestergrafmonument geven aan dat in St. Nyk (zoals de Friezen zeggen), tot ver in de negentiende eeuw pastores van andere parochies werden begraven.

Door de Vegilinbossen van Huis ter Heide, het dorp Langweer en de pont over de Langweerdervaart (fietsers: ü2,-) rijdt u ten slotte terug naar Sneek, waarna u 70 kilometer heeft afgelegd. De route is trouwens op passende wijze te halveren. Dan moet u in Gaastmeer het voetgangers- en fietspontje en daarna het fietspad richting Workum nemen. De plaatselijke driebeukige pseudo-basiliek van Sint Weren fridus, het eerste Friese project van Tepe uit 1877, is door de inspanningen van de vroegere pastoor Janning tot een ware schatkamer vol 'katholiek kunstbezit' uitgegroeid. Na van het Rijke Roomsche Leven te hebben geproefd, kunt u zich samen met uw fiets per trein van Workum naar Sneek terug laten brengen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden