Rooms-rood speelde met het Papoea-volk

Niet de 'mannenbroeders' maar Romme en Luns verknoeiden de kwestie-Nieuw-Guinea. Romme deed in de Kamer alsof Nederland Nieuw-Guinea van de soevereiniteitsoverdracht kon uitzonderen. Luns verprutste de kans later nog iets voor de Papoea's te doen.

Alle ellende voor de Papoea's komt niet zozeer voort uit de wens van Indonesië om de soevereiniteit over het gehele gebied van voormalig Nederlands-Indië te verkrijgen als wel uit allerlei gewrongen constructies die door de rooms-rode kabinetten van na de oorlog waren bedacht om in het Nederlandse parlement aan de vereiste tweederde meerderheid voor de gesloten verdragen te komen.

Dat verliest Maarten van der Schaft (Podium, 10 juni) geheel uit het oog. Hij baseert zijn visie op het mede door Nederland ondertekende akkoord van New York waarbij het beheer over Nieuw-Guinea werd overgedragen aan de Verenigde Naties, die het, zoals te verwachten was, vervolgens in 1963 overdroegen aan de Republiek Indonesië. Dit acht Van der Schaft in strijd met het door Nederland eerder steeds verdedigde recht op zelfbeschikking voor de Papoea's.

Vooral KVP-leider Romme blonk daarbij uit in het bedenken van formules die moesten leiden tot de tweederde meerderheid voor gesloten verdragen. De crux was dat Indonesië zich aan die eenzijdige en om binnenlands-Nederlandse politieke redenen bedachte 'aankledingen' uiteraard niet gebonden achtte, maar dat Nederland in de latere fasen steeds deed alsof dit wel het geval was.

Het was begonnen in 1946. Hoewel het Akkoord van Linggadjati Nieuw-Guinea zelfs niet noemde, werd bij de behandeling in de Kamer door een motie-Romme het akkoord zo 'aangekleed' dat Nieuw-Guinea van de overdracht zou zijn uitgezonderd. Daar ligt de oorsprong van alle latere narigheid. Men kan zich afvragen waarover men zich meer verwonderen moet, over de illusie van Nederland dat Indonesië zich deze aankledingen zou laten welgevallen of over de bereidheid van Indonesië om toch weer onderhandelingen over de aldus ontstane impasse aan te gaan.

Het resultaat van deze met 'bemiddeling' van de Verenigde Naties gevoerde besprekingen was een Handvest waarbij de soevereiniteit over voormalig Nederlands-Indië volledig, onvoorwaardelijk en onherroepelijk werd overgedragen aan de Verenigde Staten van Indonesië (artikel 1), maar waarin tevens werd bepaald, dat ten aanzien van Nieuw-Guinea de status-quo zou worden gehandhaafd in afwachting van een beslissing over de staatkundige status (artikel 2) die moest rollen uit onderhandelingen tussen Nederland en Indonesië. Nu kan men over de precieze waarde van deze bepalingen twisten wat men wil, maar het is onmiskenbaar, dat Nederland hiermee zijn uiteindelijke zeggenschap over Nieuw-Guinea definitief had opgegeven. Juridisch ging de soevereiniteit over heel voormalig Nederlands-Indië over op Indonesië, alleen zou het feitelijke beheer over Nieuw-Guinea nog een jaar bij Nederland blijven. Ik kan mij niet voorstellen, dat iemand serieus verwacht heeft dat binnen dat jaar Nederland en Indonesië het alsnog over dit onderdeel zouden eens worden. In dat geval zou dan de vraag aan de orde zijn wat het zwaarst zou moeten wegen, de (definitieve) juridische soevereiniteit of het (tijdelijke) feitelijke beheer.

Het lijkt mij niet aan twijfel onderhevig, dat in zulk een patstelling de vraag ten gunste van de juridische soevereiniteitsgerechtigde zou moeten worden beslist. Dit was overigens ook de mening die een geharnaste tegenstander van de Republiek Indonesië als professor Gerretson toen in zijn collegezaal aan de Utrechtse Drift uitdroeg, een mening die in het kamerdebat gedeeld werd door kamerlid en oud-minister van koloniën Welter, een niet minder felle tegenstander van de Republiek Indonesië. Enige twijfel zou men nog kunnen koesteren of de soevereiniteitsoverdracht aan de Verenigde Staten van Indonesië ook geacht kan worden te gelden voor de Republiek Indonesië. De vervanging van de federale Verenigde Staten van Indonesië door de eenheidsstaat Indonesië is weliswaar niet fraai verlopen, maar als het gaat om de vraag wie het meest in aanmerking komt als rechtsopvolger van de Verenigde Staten van Indonesië, kan het antwoord toch moeilijk anders luiden dan de Republiek Indonesië. In elk geval niet Nederland.

Tegen deze achtergrond moet men ook de gebeurtenissen van 1962 en de houding van 'de nog in leven zijnde mannenbroeders' van de toenmalige anti-revolutionaire kamerfractie beoordelen. Ongetwijfeld hebben daarbij ook ethische inzichten die doorbrakenen een meer realistische kijk op internationale verhoudingen een rol gespeeld, maar zeker niet een mindere betrokkenheid op het toekomstig lot van de Papoeabevolking.

Voor mijzelf sprekend is in elk geval de overtuiging dat Nederland alle aanspraken al in 1947 had prijsgegeven, reeds doorslaggevend geweest. Als er reden was ook morele motieven een rol te laten spelen, dan behoorde daar zeker ook toe dat het ontoelaatbaar zou zijn met dierbare praatjes over het zelfbeschikkingsrecht van de Papoea's en een historische roeping van Nederland achteraf te proberen daarop af te dingen. De dubieuze pogingen daartoe van minister Luns en de schandelijke aantijgingen die hij zich daarbij aan het adres van de beide (Robert en John) Kennedy's veroorloofde, hebben het internationale gezag van Nederland en de belangen van de Papoea's meer geschaad dan een royale erkenning van de aan Indonesië overgedragen rechten ooit had kunnen doen.

Dit laatste had Nederland wellicht een nieuwe basis kunnen verschaffen om in internationaal verband ten gunste van de toekomst van Papoea's te interveniëren. Na de motie-Romme verspeelde het de aanspraak daarop door het optreden van Luns voor de tweede maal.

Dit inzicht doet niets af aan de betrokkenheid die Nederland hoort te blijven voelen bij het lot van de Papoea's. Om daaraan inhoud te geven moet men zich richten op een optimale vorm van autonomie van West-Irian binnen het staatsverband van de staat Indonesië.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden