Rookverbod betuttelt niet de roker maar beschermt de niet-roker (opinie)

Op 1 januari 2004 werden de werkplekken in Nederland rookvrij gemaakt. Behalve in de horeca. Maar nu kunnen zelfs astmapatiënten in restaurants en cafés werken, als ze dat willen.

Een veel gehoorde klacht over het deze week ingevoerde rookverbod in de horeca, is dat de overheid zich schuldig maakt aan betutteling. Sterker nog, Zij vinden dat de overheid hiermee de roker zijn individuele vrijheid ontneemt. De overheid overschrijdt een grens van zaken waar zij zich mee mag bemoeien. Niets is minder waar. Deze wet betuttelt niet de roker, ze beschermt de niet-roker.

Het recht op een rookvrije werkplek is met ingang van 1 januari 2004 verankerd in wetgeving, nadat de rechter in 2000 voor het eerst had geoordeeld dat een PTT-medewerkster aanspraak kon maken op een rookvrije werkplek. De rechter oordeelde in deze zaak dat op grond van de wettelijke zorgplicht, die een werkgever heeft voor zijn werknemers, de werkgever ervoor moet zorgen dat een werknemer niet in de rook hoeft te werken. De rechter wees daarbij ook op het grondwettelijke recht op lichamelijke integriteit. In de Tabakswet waarin het recht op een rookvrije werkplek met ingang van 2004 een plaats kreeg gold tot 1 juli 2008 voor de horecabranche een uitzondering. Werkgevers in de horecasector werden vrijgesteld van de verplichting om hun werknemers een rookvrije werkplek te garanderen.

De Nederlandse overheid streefde er wel naar om op termijn te komen tot een volledig rookvrije horeca, maar om bedrijfseconomische redenen werd de horeca in staat gesteld om door middel van zelfregulering geleidelijk over te gaan tot het rookvrij maken van de werkomgeving. Minister Klink van volksgezondheid is hierop teruggekomen, omdat van de afspraken met Koninklijke Horeca Nederland bijna niets terechtkwam. De markt bleek het dus niet zelf te kunnen regelen.

De achtergrond van de rookverboden, zoals die zijn neergelegd in de Tabakswet, is dus niet betutteling van rokers. Iedereen die dat wil mag roken. Aan die vrijheid worden echter terecht grenzen gesteld. Die grens wordt overschreden indien door rookgedrag van rokers, niet-rokers gedwongen worden mee te roken. Daarmee wordt inbreuk gemaakt op het recht om te worden gevrijwaard van zeer gevaarlijk stoffen. De tabakslobby doet daar nogal eens bagatelliserend over, maar dat is misplaatst. De door de Gezondheidsraad uitgebrachte rapporten over passief roken zijn klip en klaar. Er is zeer veel wetenschappelijk onderzoek gedaan waaruit dat gevaar blijkt. De Tweede Kamer heeft zich terecht laten overtuigen.

Van belang om in dit verband te vermelden is dat een groot deel van de bevolking kampt met luchtwegklachten. Volgens het Astmafonds heeft ongeveer 10 procent van de Nederlanders, dus 1,6 miljoen mensen, last van astmaklachten. Deze grote groep mag niet in aanraking komen met tabaksrook omdat ze dan direct benauwd wordt. Voor een groot deel van de bevolking was tot 1 juli 2008 dan ook de mogelijkheid afgesloten om horecagelegenheden waar gerookt werd – het overgrote deel – te bezoeken. In feite werd een belangrijk deel van onze bevolking gewoon geïsoleerd.

We maken ons in Nederland terecht druk als allochtone jongeren niet worden toegelaten tot bepaalde horecagelegenheden. Zoals het de markt niet uitmaakt of allochtonen bij de ingang van horecagelegenheden geweigerd mogen worden, zo is ook bemoeienis van de overheid als het gaat om roken in de horeca gepast. Dat is niet alleen een juridisch te onderbouwen verplichting, maar ook een kwestie van fatsoen.

Ook mensen met astmaklachten, die tot 1 juli 2008 niet in de horeca konden werken omdat in zeer veel horecagelegenheden werd gerookt, hebben nu de mogelijkheid om voor een baan in de horeca te kiezen. De situatie van vóór 1 juli 2008 waarbij een werknemer met astmaklachten niet in (de meeste) horecagelegenheden kon werken stond dan ook op gespannen voet met de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. Deze wet heeft tot doel om de deelname van mensen met een handicap of met een chronische ziekte aan het maatschappelijke leven te bevorderen door hen te beschermen tegen discriminatie.

Nu is het uiteraard zo dat niet iedereen piloot kan worden, maar dit feit wordt niet veroorzaakt door het gedrag van een ander. Werknemers met astma kunnen prima in de horeca werken, maar die kans werd hen ontnomen door het roken van anderen. Dit is niet anders dan wanneer iemand in een rolstoel niet kan werken omdat zijn werkplek alleen met een trap is te bereiken.

De vorige minister van volksgezondheid zei destijds dat de gedachte dat er in de horeca ’nu eenmaal’ veel gerookt wordt en dat iedereen die in de horeca werkt een dergelijke blootstelling zou moeten accepteren als een ’beroepsrisico’ onacceptabel was. Dat is heel verstandig. De overheid nam terecht mensen met een kwetsbare gezondheid in bescherming. Dat is geen betutteling; zo hoort dat in een rechtsstaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden