Rooks haalt zijn gram Afgelopen seizoen aaneenschakeling van teleurstellingen

MEERSSEN - Steven Rooks is niet het grootste lachebekje uit het wielerpeloton. Vaak torent een treurig gezicht, een diep doorgroefd gelaat met ernstige trekken, boven het lichaam uit, maar gisteren was de 33-jarige Noordhollander als een kind zo blij.

Met de ogenschijnlijke goedkeuring van uittredend kampioen Erik Breukink demarreerde hij en liet even later, net als drie jaar geleden, het rood-wit-blauw over zijn schouders glijden. Het was niet de mooiste dag uit zijn leven, wel die van dit jaar.

Een kleine twaalf maanden was Rooks al bezig zijn gram te halen. Het had hem pijn gedaan dat de Spaanse ploeg Festina, met licentie en postbus in Andorra, hem na zijn vroegtijdige aftocht uit de Tour de France van vorig jaar (te laat binnen in de tweede etappe) op staande voet had ontslagen. Hij was ziek, maar werd niet geloofd door zijn ploegleider Roussel. Terwijl het verkeer naar Vannes al was vrijgegeven, diende de eenzame fietser zich kotsend een weg naar de finish te zoeken. Hij moest vervolgens lang op zijn geld wachten en kreeg, na een schikking te hebben getroffen, uiteindelijk de helft van het nog openstaande bedrag. Zin in eindeloos procederen had hij niet. “Bovendien, volgend jaar bestaat de ploeg wellicht niet meer (in het circuit wordt over een samensmelting van Festina met Banesto gerept - red). In dat geval zijn alle kosten en moeite helemaal voor niets geweest.” Rooks wilde bovendien een streep onder dat deel van zijn verleden zetten. Hij stortte zijn energie liever in het zoeken naar een nieuwe ploeg. Hoe flegmatiek Rooks ook oogt, het was zijn eer te na zo roemloos afscheid te nemen als Festina het hem voorspiegelde. “Het afgelopen seizoen was één grote aaneenschakeling van teleurstellingen”, blikt de Nederlandse kampioen nog eens terug. En in visioenen vraagt hij zich andermaal af waarom hij, de beste renner op het NK van vorig jaar, niet vijftig meter eerder had gedemarreerd en op die manier Breukink had kunnen verrassen. “Eerst geef je het Nederlands kampioenschap weg en een week daarna kom je ook nog op straat te staan. Eerst denk je: dat is finito carrière. Omdat ik niet op die manier afscheid wilde nemen, ging ik op zoek naar een nieuwe ploeg.”

De directeuren-sportief stelden zich niet in rotten van drie op. Zoals het een trouw dienaar van een verzekeringsbedrijf betaamt, wilde uiteindelijk Priem met een risicoloos contract het avontuur wel aan. Een laag basissalaris en een premiestelsel voor overwinningen, waarbij het Nederlands kampioenschap lang zo hoog niet wordt aangeslagen als een ritzege in de Tour de France. Daarom mikt Rooks op een dagprijs in de eerste twee weken en niet op een zinloze vijftiende plaats in het eindklassement. Alsof hij een beginnend profje is, spaart bijna-veteraan Rooks kosten noch moeite om dat doel te bereiken. Zonder achteraf de bonnetjes bij Priem in te leveren, ging hij met een kennis, een eigenaar van een Mexicaans restaurant, op hoogtestage bij Toluca, zestig kilometer van Mexico-stad op een plateau van 2600 meter gelegen. Fanatiek onderwierp hij zich aan het strenge regiem van schaatstrainer Ab Krook. In tegenstelling tot Eddy Bouwmans, is het resultaat tot dusver optimaal. “Van tevoren heb ik me op een instituut laten testen. Ik wist wat het omslagpunt was en kreeg op basis daarvan een schema. Het was heel pittig, maar een stuk gerichter dan een eerdere hoogtestage in 1993. Dat ik zelf voor de kosten opdraaide, vind ik niet erg. Ik heb er ook een leuke vakantie aan over gehouden.”

Bloedlichaampjes

Priem, in Zeeland een paar meter onder de zeespiegel wonend, heeft het niet zo op hoogtestages begrepen. Hij wordt gek wanneer Theunisse weer eens een fax stuurt waarin hij meedeelt het aantal rode bloedlichaampjes fors te gaan opvoeren. De ploegleider koestert een haat-liefdeverhouding jegens de weer als vrienden met elkaar omgaande Rooks en Theunisse en is er daarom als de kippen bij de dubbelslag (1. Rooks, 2. Theunisse) te relativeren. De positie van de eerste in zijn Tourploeg stond niet ter discussie, over Theunisse blijft Priem voorlopig nog nadenken. Terwijl pr-manager Arjen Bos van TVM glimlachend meeluistert, vermoedt Rooks op de geimproviseerde persconferentie “een pesterijtje” in de richting van de andere helft van de 'tweeling'. Dat Priem dubt tussen Theunisse en Millar, begrijpt hij niet. “Millar is veel langer uit de roulatie geweest.”

Priem is blij dat Rooks en Theunisse een mooie koers op een fraaie manier hebben afgerond. Met het scenario had hij zich als de chef van de getalsmatig sterkste ploeg niet bemoeid. Goed, de jongere garde moest de wedstrijd openbreken, de oude rotten dienden het af te maken. Tegen die achtergrond was het bemoedigend dat youngsters als Patrick Jonker, Marco Vermey, Erwin Nijboer en Servais Knaven zich in de eindfase opvallend goed presenteerden. Met name Jonker oogt qua stijl als een volbloed coureur, die veel kwaliteiten als ronderenner in zich verenigt. Rooks had uiteindelijk de eer aan Theunisse willen gunnen. “We hadden allebei een overwinning nodig, maar je kon zien dat Gert-Jan een ietsje beter was. Daarom hadden we afgesproken, dat ik in de finale voor hem zou openen. Nee, Priem hebben we er niet in betrokken. Een ploegleider ziet niet hoe een renner zich voelt.”

Rooks had bovendien het geluk dat de sterk fietsende Breukink de laatste aanval niet beantwoordde. De renner in Spaanse dienst, die in de komende Tour eerder op een dagprijs zegt te mikken dan een goed klassement (om op die manier de druk van zijn schouders te halen), knikte goedkeurend toen Rooks langs hem flitste. Hij had geen trek de afwachtende Maassen naar de leider te 'brengen'.

Priem was opgetogen de kampioenstrui terug te hebben in de ploeg, nadat Tristan Hoffman (gisteren met schaafwonden afgevoerd naar het ziekenhuis) dat eretricot vorig jaar aan Breukink had moeten overhandigen. Rooks mag er de komende tijd trots als een pauw in rondrijden, waar Post knarsetandend kennis nam van het feit dat Wilfried Nelissen TVM'er Vandenbossche opvolgde als Belgisch kampioen. In een Belgische krant liet de Amstelvener vooraf weten zo'n nationaal kampioenschap uit de tijd te vinden. Leuk voor de bonden, maar verder voor niemand. Zeker niet voor de sponsors, die door die achterhaalde folklore nauwelijks vierkante centimeters voor hun uitbundige reclameuitingen overhouden. Toen Johan Museeuw in 1992 als Belgisch kampioen van Lotto overstapte naar GB-MG, verbood de Italiaanse sponsor hem prompt zich buiten België in het rood-geel-zwart van de BWB te vertonen. “Ik denk daar anders over”, zegt Priem. “Nu het Nederlandse wielrennen in het slop zit, moet je niet die trui nog eens verder gaan afbreken.” Of Rooks nu de kassa mocht horen rinkelen? “Nee, dat niet. Het is maar een kampioenschap van Nederland. De buitenlandse concurrentie ontbreekt. Rooks rijdt volgens een premiestelsel, maar dit kost mij nauwelijks extra geld.” De als een kind zo blije kampioen bevestigt die lezing: “Een Touretappe levert mij een veelvoud op.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden