Rooibosteelt bedreigt unieke Kaapse flora

Boeren van de Heiveld Coöperatie scheppen de gefermenteerde rooibosthee om. Beeld Liesbeth Sluiter
Boeren van de Heiveld Coöperatie scheppen de gefermenteerde rooibosthee om.Beeld Liesbeth Sluiter

Klipblommetjie, blouflaks, sieketroos, katoog, kalkoentjie, suikerbossie: alleen al op de namen van de Kaapse flora zou je spontaan verliefd kunnen worden. Na de uitbundige kleurenpracht en bizarre schoonheid die bij deze aandoenlijke namen hoort, ook nog aanschouwd te hebben, is de liefde meestal wel compleet. Zo verging het ook Liesbeth Sluiter bij haar bezoek aan Zuid-Afrika. Twee keer een maand zwierf ze rond door de Zuid-Afrikaanse Westkaap. Genoeg voor de fotografe en journaliste om dit deel van de wereld in haar hart te sluiten en er gepassioneerd over te rapporteren.

In haar zojuist verschenen boek 'Kroonjuwelen van de Kaap' beschrijft ze de biologische rijkdom van het Kaapse fynbos, zoals de unieke, struikachtige, weelderig bloeiende vegetatie van dat deel van de wereld heet. Minstens zoveel aandacht besteedt ze aan de bewoners van de Westkaap, die in en met deze natuur leven. "Natuur- en milieuonderwerpen hebben al lang mijn aandacht", vertelt Sluiter, die van oorsprong sociologe is. "Tegelijkertijd neem ik ook altijd het economische aspect mee. Mensen maken deel uit van de natuur. Ze gebruiken en beschermen haar maar beschadigen haar ook. Met mijn boek vraag ik aandacht voor de buitengewone diversiteit aan planten in de Kaap en het belang om daarmee heel voorzichtig te zijn. Zonder voorbij te gaan aan de mensen die daar wonen: hoe kunnen zij daar een bestaan opbouwen, met goede arbeidsomstandigheden, zonder de natuur kapot te maken?"

Heilzame thee
Vanuit dat dubbele perspectief stuitte zij in de Kaap op de teelt van rooibos, grondstof voor de gelijknamige thee die de afgelopen decennia in recordtempo de westerse markt heeft veroverd. Rooibos is geen thee maar een plant van het fynbos. De vroegste bewoners van de Kaap, de Khoikhoi en San (Khoisan) - uit de koloniale tijd beter bekend als Hottentotten en Bosjesmannen - brouwden in verre tijden al kruidenthee van de takjes en blaadjes van de wilde rooibosstruiken. "Rooibos maakt nog steeds deel uit van de Kaapse samenleving", heeft Sluiter op haar reizen ervaren. "De bevolking dicht de thee ook allerlei heilzame kwaliteiten toe, maar die claims heb ik niet onderzocht."

Sommige nakomelingen van de Khoisan zijn nu kleinschalige rooibosboeren. De rooibosteelt bleef echter niet beperkt tot deze kleine boeren, die in nauwe verbondenheid met de natuur leefden. Vanaf de zeventiende eeuw kregen de Khoisan te maken met kolonialisme, en later met apartheid. De grootste klappen voor de natuur vielen in de twintigste eeuw. Toen ontdekten de blanke boeren de commerciële mogelijkheden van rooibos. De gevolgen voor het fynbos waren ingrijpend. Tienduizenden hectaren van deze bijzondere vegetatie werden omgeploegd voor de grootschalige verbouw van rooibos. De grond werd kwetsbaar voor erosie en unieke plantensoorten verdwenen. Zo werd, als gevolg van menselijk ingrijpen, rooibos een bedreiging van het fynbos, de vegetatie waartoe het zelf van nature behoort: het ene Kaapse juweel stak het andere naar de kroon.

Renosterveld
Fynbos kent drie verschillende begroeiingstypen: renosterveld, strandveld en (opnieuw) fynbos. Alle fynbos dat gemakkelijk is om te ploegen, is al verdwenen, vertelt Sluiter. "Van het renosterveld, het meest bedreigde onderdeel van het fynbos, resteert nog minder dan tien procent." Oorzaak van deze kaalslag is vooral de landbouw. Renosterveld bevindt zich in het laagland en de grondsoort van deze vegetatie is heel geschikt als landbouwgrond, vooral voor de teelt van graan en aardappelen. Ook strandveld, dat groeit op een smalle gordel langs de kust, is ernstig bedreigd. Fynbos, het derde type van de fynbosfamilie, groeit vooral op diepe zandgronden. In de bergen van de Kaapregio, waar de ploeg niet gemakkelijk kan komen, is het nog volop aanwezig. Grootste bedreiging van dit type fynbos is de rooibosteelt.

Sluiter sprak tijdens haar journalistieke studiereizen met natuurbeschermers, wetenschappers, de lokale bevolking, en bezocht plantages van kleine en grote rooibosboeren. Die ontmoetingen hebben haar redelijk hoopvol gestemd over de toekomst. "Iedereen die ik heb gesproken, was ervan overtuigd dat biodiversiteit belangrijk is. Verdwenen fynbos komt niet meer terug, maar al mijn gesprekspartners bleken ervan doordrongen dat diversiteit van soorten een voorwaarde is voor het leven op aarde. 'Als we de natuur niet respecteren', zei de blanke fynbosboer Jannie Slabbert, 'houden we stenen en kaal zand over'."

Natuurvriendelijk
De kleine boeren uit de oorspronkelijke bevolking hebben de natuur eigenlijk nooit veel geweld aangedaan. Omdat ze er nauw mee samenleven en ook omdat ze daar domweg het geld nooit voor hadden. Pesticiden zijn duur. Bovendien waren hun akkers klein en omringd door fynbos. Hoe meer plantensoorten in de buurt, hoe meer ook - elkaar bestrijdende - insectensoorten en hoe kleiner daardoor de kans op insectenplagen door vraat.

Ook over de blanke boeren, die wel veel schade hebben aangericht met hun grootschalige ontginningen van fynbos, is Sluiter vrij optimistisch. In 2007 introduceerde de - door blanken gedomineerde - Zuid-Afrikaanse rooibossector zelf een programma dat boeren stimuleert natuurvriendelijk te werken. "Vooral bij de jonge boeren die ik sprak zag ik bewustwording van de waarde van de natuur en de noodzaak die te beschermen. Ze zijn gehecht aan hun land en weten inmiddels dat intensieve landbouw 'moegeploegde' grond oplevert. Zuid-Afrikanen houden van hun natuur, heb ik gemerkt. Vaak liggen er bij hen thuis boeken op tafel over de natuur, en zeker niet alleen over de Big Five- de leeuw, luipaard, olifant, buffel en neushoorn die je gezien moet hebben in de wildparken."

Al te groot optimisme over natuurbescherming is trouwens ook weer niet op zijn plaats, meent Sluiter, "want de prioriteiten van de Zuid-Afrikaanse overheid liggen nu niet bij de natuurbescherming maar bij armoedebestrijding. Daarnaast wil een toplaag snel rijk worden, bijvoorbeeld in de mijnbouw die dwars door alle natuurbelangen heenwalst. De fondsen voor natuur zijn bedroevend mager."

Fair Trade
Behalve op het terrein van natuurbescherming is er in de rooibossector ook op het gebied van arbeidsvoorwaarden en duurzaamheid de afgelopen jaren het een en ander bereikt. Fair Trade-organisaties waren de eerste die vroegen om rooibosthee die is geproduceerd met respect voor mens en milieu. Internationale handelsbedrijven en supermarktketens, die aan de wensen van bewuste consumenten willen voldoen, hebben zich daarbij onlangs aangesloten.

Toch is ook hier voor ongebreideld optimisme geen reden, zegt Sluiter. "Daarvoor is de in de afgelopen eeuwen gegroeide kloof tussen grote blanke boeren en kleine kleurlingboeren nog te groot. En op de duurzame markt is het dringen geblazen, waardoor Fair Trade-organisaties die met hun producten in de supermarkten willen liggen in de verleiding komen hun standaarden te verlagen. De kleine, economisch zwakkere rooibosboeren kunnen van deze strijd de dupe worden."

Carmién
Sluiter trof tijdens haar verblijf in de Kaap een treffend voorbeeld van deze ontwikkeling aan. Fair Trade Original (FTO) betrok aanvankelijk Fair Trade-gecertificeerde biologische rooibosthee bij de Heiveld Coöperatie, waarin zestig kleine kleurlingboeren samenwerken. Omdat deze biologische thee meer opbrengt dan gewone rooibos, gingen andere boeren zich ook op de biologische teelt toeleggen. Zo ook Carmién, een grote boerderij met blanke eigenaars en gekleurd personeel, die in haar eentje meer produceert dan de zestig Heiveld-boeren bij elkaar. Bovendien slaagde Carmién erin ongeveer alle certificeringen te verkrijgen die er op het gebied van natuur en milieu, duurzaamheid, arbeidsomstandigheden en eerlijke handel maar te behalen zijn.

Omdat Carmién vele malen meer kan produceren dan Heiveld, en omdat Heiveld meer vroeg dan FTO wilde betalen, is FTO naar deze rooibosboerderij overgestapt. "Carmién is een kapitaalkrachtige privéonderneming en geen coöperatie van kleine producenten zoals Heiveld. De Fair Trade-certificering van dit soort ondernemingen verantwoordt men door binnen het bedrijf een arbeidersorganisatie op te richten waarvan de leden aandeelhouders zijn van en medezeggenschap krijgen binnen een deel van het bedrijf. Het is goed dat de arbeiders van Carmién erop vooruitgaan, maar het is zuur dat dat ten koste gaat van de kleine producenten waarvoor Fair Trade ooit in het leven is geroepen. Grootschaligheid en de macht van het getal hebben het gewoon gewonnen."

Met de volumes die Carmién levert, kan de prijs van de thee omlaag en kan FTO er de supermarkten mee in. Dat ze dat wil, is ook wel weer begrijpelijk, vindt Sluiter, "want hoe groter het marktaandeel van FTO, hoe meer derdewereldproducenten ze vooruit kan helpen. Maar voor Heiveld is het een gevoelig verlies, zeker als je bedenkt dat FTO het distributiepunt is voor thee voor de hele Europese Fair Trade-markt. Het is cynisch dat Heiveld het onderspit delft tegen een plantage waarvan de eigenaars miljonair zijn."

Sluiter is bezig met de Engelse vertaling van haar boek. Ze hoopt ermee op het internationale Fair Trade-podium een bijdrage te leveren aan de discussie over de groei van Fair Trade. "Blijft Fair Trade klein en recht in de leer of wordt het groot met verwaterde standaarden? Is er een tussenweg? In dit boek zie je wat er concreet in het veld gebeurt."

Liesbeth Sluiter en Joop Schaminée: Kroonjuwelen van de Kaap. KNNV Uitgeverij, 192 pag., 29,95 euro.

Prins Bernhard Cultuurfondsprijs
Zonder de Nederlandse plantenkundige Joop Schaminée, hoogleraar in Wageningen en Nijmegen, was Liesbeth Sluiters' boek over de Kaap er nooit gekomen. Ze ontmoette hem op een feestje, waar hij een gloedvol betoog hield over de Zuid-Afrikaanse regio waar hij zelf met een biodiversiteitsonderzoek bezig was. Schaminée, enthousiast over een boek van Sluiter over Thaise olifanten, zette haar ertoe aan een boek te schrijven over de rijke natuur en de oorspronkelijke bewoners van de Kaap. Om het boek mogelijk te maken schonk hij haar bovendien 12.500 euro van de Prins Bernhard Cultuurfondsprijs voor natuurwetenschappen, die hem in 2009 is toegekend.

Kaapse fynbos telt 5000 unieke plantensoorten
Het fynbos van de Zuid-Afrikaanse Kaap is een van meest soortenrijke begroeiingen ter wereld. De kleurrijke struikvegetatie telt ruim zeshonderd soorten dophei, ontelbare bolgewassen (waaronder iris, lelie, orchidee, hyacint, amaryllis), restiovelden (rietachtige planten) en protea's. In het fynbos komen 5000 plantensoorten voor die nergens anders op aarde te vinden zijn.

Een van de verklaringen voor de uitzonderlijke soortenrijkdom van het fynbos is volgens de Nederlandse vegetatiekundige en plantensocioloog Joop Schaminée de voedselarme, schrale grond waarop het groeit. Als andere factor noemt hij de invloed van vuur. De branden die in het fynbos van nature optreden, zorgen voor het ontstaan van steeds nieuwe pioniersituaties, die de lokale diversiteit vergroten. Ook het klimaat helpt een handje. Doordat bij de Kaap de koude golfstroom van de Atlantische Oceaan en de warme golfstroom van de Indische Oceaan samenkomen, varieert het klimaat sterk, wat gunstig is voor de biodiversiteit. Nog een mogelijke verklaring is dat dit deel van Afrika geen ijstijden heeft gekend. Daardoor heeft de planten- en dierenwereld zich hier, anders dan in Europa, min of meer ongestoord kunnen ontwikkelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden