Roofkunst trekt roofvogels aan

Voor de tweede keer worden Nederlandse kunstmusea met schokkend nieuws geconfronteerd. Nadat zij begin dit jaar 200 schilderijen uit de voormalige Goudstikker-collectie kwijtraakten, dreigen ze sinds kort een tweede aderlating te ondergaan. De voormalige kunsthandelaar David Katz heeft een claim ingediend op 227 kunstwerken in Nederlandse musea. Ze zouden door de gebroeders Nathan en Benjamin Katz te Dieren tijdens de oorlog onder dwang aan de Duitsers zijn verkocht en worden om die reden alsnog door hun erfgenamen teruggeëist.

In Trouw werd reeds vorige week vrijdag aandacht aan de kwestie geschonken. In een uitvoerig en genuanceerd artikel werden de diverse aspecten door Nico de Fijter uit de doeken gedaan. Wij komen er nog eens op terug, niet alleen omdat andere kranten aanvullende informatie verschaften maar vooral omdat deze claim iets laat zien van de bedenkelijke wijze waarop momenteel in het algemeen met zogeheten roofkunst wordt omgesprongen.

Maar eerst iets over de claim van David Katz. Hoewel hij meer dan zestig jaar gewacht heeft om van zijn rechten gebruik te maken, toont hij de verontwaardiging van iemand die gisteren is bestolen. In NRC Handelsblad noemt hij het ’een wereldschandaal dat de Hollanders zoveel schilderijen in hun musea hebben die hun helemaal niet toekomen’. Handenwrijvend constateert hij dat de Nederlandse regering en de musea heel bang zijn en een slecht geweten lijken te hebben.

Die hoge toon is allerminst gerechtvaardigd. Binnen 48 uur konden Nederlandse deskundigen vaststellen dat Katz hooguit 175 van de 227 schilderijen kan claimen en zich blijkbaar niet bekommert om de criteria waaraan een aanspraak op eventuele teruggave moet voldoen.

Pijnlijker is dat Nathan en Benjamin Katz kort na de oorlog fraude pleegden bij het claimen van enkele tientallen aan Duitsers verkochte schilderijen, voor het bedrog in hechtenis werden genomen, een boete van bijna twee ton moesten betalen en een van de schilderijen weer moesten afstaan.

Nog pijnlijker: terwijl erfgenaam David Katz nu met het larmoyante verhaal komt dat zijn vader Nathan en diens broer Benjamin in de oorlog een revolver voor hun neus kregen of met transport naar een kamp werden bedreigd indien ze weigerden aan Duitsers schilderijen te leveren, ging Nathan Katz nadien vanuit zijn veilige adres in Zwitserland nog geruime tijd door op grote schaal schilderijen aan Duitse kopstukken als Hermann Goering te verkopen en het Führer Museum in Linz te helpen opbouwen. De gebroeders Katz waren, met andere woorden, ordinaire collaborateurs en hun erfgenaam tracht die collaboratie zestig jaar later als een nieuwe goudmijn te exploiteren.

De vraag hoe iemand op die stoutmoedige gedachte komt, brengt ons op de meer en meer ingeburgerde praktijk bij het claimen van roofkunst of van wat daarvoor doorgaat. Nederland kreeg ermee te maken bij de afhandeling van de Goudstikker-claim. Twee advocaten die erbij betrokken waren, wisten via een juridische truc enkele miljoenen honorarium te bedingen. Rudi Ekkart, de grondlegger van het ruimhartige restitutiebeleid in ons land, toonde zich hierover dan ook zeer ongelukkig. Het is niet de bedoeling dat anderen dan rechthebbenden aan de restitutie van roofkunst fors geld verdienen.

Het onbehagen over deze gang van zaken wordt al langer gehoord, zelfs in Duitsland waar men dergelijke kwesties vanouds op kousevoeten afhandelt. Het komt steeds meer voor dat teams van advocaten en experts systematisch nagaan waar iets te halen is om vervolgens de erfgenamen ertoe te brengen een claim in te dienen waarbij zijzelf als meest begunstigde partij uit de bus komen. Het gaat om een markt waar honderden miljoenen omgaan. De New Yorkse kunsthandel Christie's haalde einde 2006 een record van een half miljard dollar op één dag.

Daarbij komt het bezwaar dat kunst die uit musea verdwijnt per definitie ontoegankelijk wordt voor het publiek en terechtkomt in handen van particulieren die er alleen maar geld in zien.

Het is een van de redenen waarom het Israël Museum in Jeruzalem eerder dit jaar weerstand bood aan de eis enkele honderden schilderijen van door nazi's vermoorde Joden af te staan aan een overheidsinstantie die ze op de markt wilde brengen. Men is bereid bepaalde individuele claims te honoreren maar qua algemeen restitutiebeleid blijft men liefst passief.

Het is een standpunt dat navolging verdient, nu restitutie van roofkunst steeds minder de eigenlijke getroffenen schadeloos stelt maar een dankbaar object is geworden van commerciële roofvogels.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden