ROOFDIEREN IN DE ONDERWATERJUNGLE KOMEN TOT LEVEN

De sloot achter het speelbos zag rood van miljarden watervlooien. Op de brug was iemand bezig met een schepnetje. Hele kluiten watervlooien deponeerde de man in de plastic emmer naast hem. Voer voor zijn tropische vissen, zei hij.

Ik keek in de emmer. Een hippende massa rossige kreeftjes en een paar jonge stekelbaarsjes. Stekeltjes leven grotendeels van borstelwormen en watervlooien. Tussen de watervlooien zwommen ook jonge waterkeverlarven. Onopzettelijk meegevangen, omdat ze zich vooral voeden met watervlooien en jonge visjes en zich dus in de dichtste vlooienzwermen ophouden. Ik zei de man dat hij die beter buiten zijn aquarium kon houden.

Over een paar weken is het de larven van de geelgerande waterroofkever niet meer zozeer te doen om de watervlooien zelf als om grotere prooidieren, die op de voedselovervloed af komen. Ze zijn dan een vinger lang en niet meer zonder handschoenen aan te pakken. Er bestaan nauwelijks agressiever insekten. De 'watertijgers' grijpen alles wat beweegt: bullekopjes, waterinsekten, salamanders, kleine vissen, je vinger. . .

Een prooi vangt de larve op een bijna slimme manier. Met gekromd lijf hangt ze roerloos aan de waterspiegel, de poten licht gespreid, de scherp gepunte, kromme kaken half open. Zo in hinderlaag loerend kan ze rustig ademhalen: aan de punt van haar achterlijf heeft ze twee korte, behaarde staartdraden, die op het water drijven en de ademhalingsopening boven water houden.

Dit vraagt enige uitleg. Insekten hebben geen longen, maar ademen door tracheeën, vertakte buizen die als een aderstelsel door het hele lijf lopen en die de buitenlucht brengen bij alle organen. De tracheeën monden niet uit in de bek, maar staan via openingen (stigmata) in de flanken in open verbinding met de lucht. Daar heeft de keverlarve in het water niet veel aan, en daarom monden bij haar alle tracheeën uit in de achterlijfspunt, die bij het ademen boven water wordt gehouden. Toch zijn in de zijden van het achterlijf al duidelijk stigmata te zien, die in het larvestadium gesloten blijven.

De larve heeft twaalf ogen, in twee groepjes van zes dicht bij de basis van de kaken. Ze zijn zo klein als speldeprikken, maar kunnen elke beweging feilloos waarnemen. Omdat de twee groepen ogen ver uiteen staan, kan de larve goed diepte zien en de afstand schatten om toe te slaan als een visje of een bullekopje dicht genoeg in de buurt komt. Dan springt de larve plotseling als een tijger naar voren door haar lijf met kracht te strekken. Mist de aanval doel, dan zet de larve met slangachtige bewegingen en snel roeiend met alle zes poten de achtervolging in.

De kaken scharnieren voor aan de kop. Ze kunnen bijna 180 graden geopend worden. Het zijn holle injectienaalden met een spleetvormige opening in het vlijmscherpe uiteinde. Met deze tang wordt het slachtoffer aangegrepen en direct ingespoten met een bruine vloeistof, een eiwitsplitsende ferment uit het darmkanaal. Dat verandert het lichaamsweefsel van het slachtoffer snel in een vloeibare brij, die door de larve via de holle kaken wordt opgezogen.

De larve is tegen het einde van de zomer volgroeid. Ze kruipt dan het land op en graaft voor de verpopping een holletje in vochtige aarde. Meestal is dat direct in de oever, maar het kan ook een aardig eind van het water zijn.

De geelwitte pop is een heel ander dier dan de larve. Alle onderdelen van de kever in wording zijn al te zien. Binnen de dunne, bijna doorzichtige huid verandert het dier van lange wormachtige larve tot ovale platte kever met goed ontwikkelde vleugels onder harde dekschilden en alle middelen om zich voort te planten.

In elk jaargetijde kun je de kever met een schepnet vangen, want hij kan wel een paar jaar oud worden. Heel oude kevers lijken schimmelig door kolonies microscopische klokdiertjes, die zich op de schilden hebben vastgezet.

De kever is al even vraatzuchtig als de larve. Viskuit, kikkervisjes en stekelbaarsjes zijn dagelijks voedsel en het is bekend dat hij ook wel grotere vissen grijpt. Waarschijnlijk mankeert die wat, want een gezonde voorn kan hij echt niet aan. Op zijn beurt valt de kever ook ten offer aan andere dieren. Reigers en eenden bijvoorbeeld. Soms vind je kleine rode bolletjes aan de buik van de kever. Dat zijn geen eitjes, maar de larven van watermijten, die net als teken de kevers lichaamssappen aftappen.

Als je de kever uit het water haalt, komt een melkachtige vloeistof bij het halsschild te voorschijn. De geur ervan is bepaald onprettig en blijft lang aan je vingers hangen, maar het is geen verdedigingsmiddel, wat je wel zou kunnen denken. Het is een soort olie, die de kever vettig maakt, waardoor zijn weerstand in het water wordt verminderd. Een boven water gehaalde geelrand is droog, omdat het water er zo van af loopt. Stroomlijn kenmerkt het platte lijf van de tor. Dat is helemaal gebouwd om zo weinig mogelijk weerstand van het water te ondervinden. De achterpoten zijn een paar sterke roeiriemen, krom en plat en gemaakt om de kever snel voort te stuwen.

De buitenrand van de dekschilden is geel. Er loopt ook een gele band om het hele halsschild heen. Daarom wordt de kever geelrand genoemd. Met zijn drie centimeter lengte is de gewone geelrand niet eens de grootste van zijn geslacht. Er komen nog zeven andere soorten geelgerande waterroofkevers in ons land voor. Die zijn allemaal minder gewoon, ja, de brede geelrand is zelfs zo zeldzaam dat hij wettelijk wordt beschermd om hem voor uitsterven te behoeden.

Op de gele randen na is de gewone geelrand glad en bruin van kleur met een sterke donkergroene glans, als het een mannetje is. Een vrouwtje heeft grof geribbelde dekschilden, die een doffer olijfbruine tint hebben. Er zijn ook wel vrouwtjes met even gladde en groen glanzende dekschilden als de mannetjes, maar die kun je toch direct van mannetjes onderscheiden, doordat de voorpoten er anders uitzien. Mannetjes hebben bredere voorpoten met twee grote en meer dan honderd kleine zuignappen. Die dienen om het vrouwtje tijdens de paring bij het halsschild vast te houden.

Die paring vindt in de winter of het vroege voorjaar plaats. Het vrouwtje zet haar ongeveer duizend gele eitjes af in een waterplantestengel in holten, die ze zelf met haar hoornachtige legboor maakt. De larven komen na ongeveer twaalf dagen uit.

De gewone geelrand overwintert in de sloot. Hij kan in het water een temperatuur van - 15' C. zonder schade doorstaan. Onder het ijs ademt hij door zuurstof op te nemen uit de luchtbellen. Om adem te halen steekt de kever net als de larve zijn achterste boven water. Met pompende bewegingen ververst hij de lucht, die hij onder de dekschilden onder water meeneemt. Daar op zijn rug zitten de openingen van de tracheeën. Kieuwen heeft de kever evenmin als de larve. Daaruit blijkt dat het eigenlijk landdieren zijn, die zich aan een leven in het water hebben aangepast. De kever kan uitstekend vliegen: mijn tuinvijver was net klaar en alleen gevuld met leidingwater toen er al een waterroofkever in zat. Zodra ze het water niet meer geschikt vinden, te vuil, te troebel of te ondiep, trekken de kevers weg.

NATUUR DEZE WEEK

Vandaag is het Sint-Jan, een belangrijke datum in de natuur, zoals blijkt uit de namen van planten en dieren. De nu volop vliegende weekschildkevers heten in de volksmond sintjansvliegen. Het nu uitgroeiende zomerloof van eiken, esdoorns en tal van andere bomen heet sintjanslot.

De kevergroen glanzende, rood gevlekte sintjansvlinder begint nu te vliegen en het sintjanskruid, een hertshooisoort, gaat nu bloeien. - Na Sint-Jan zingt de nachtegaal niet meer. Hij heeft het te druk met het verzorgen van de jongen in het nest, dat meestal tussen hoge brandnetels ligt. - De jonge kauwen zijn uitgevlogen. Opdringerig bedelend bij de oude vogels trekken ze met de troep mee door de polders. - De appeltjes van de krenteboompjes zijn rijp en donkerblauw van kleur. Ze smaken nogal flauw. Daarom laat ik ze liever over aan merels en huismussen. - Jonge mollen zwerven uit naar nieuwe gebieden, vaak in de vallende avond bovengronds, soms snuffelend in mollegangen. Veel jonge mollen vallen ten offer aan katten, honden, vossen, reigers en uilen. - Behalve de blauwe waterjuffertjes, die bij tientallen zweven langs rietkragen en boszomen, vliegen nu ook de grote glazemakers. Langs meeroevers en boven brede vaarten verjagen de blauwe mannetjes van de oeverlibellen elkaar uit hun tijdelijke territoria. Een heel grote libel is de bruine glazemaker Aeshna grandis, die zich vooral laat zien boven plassen en minutenlang als een helikopter op een plaats in de lucht kan blijven hangen. - Nu bloeien de akker-, krul- en speerdistels volop. Het is altijd de moeite waard een tijdje naar de insekten te kijken die op de roodpaarse hoofdjes afkomen: hommels, graafbijen, zweefvliegen, kevers en vooral ook dagvlinders. Van de laatste vliegen nu klein geaderd witje, knollewitje, boomblauwtje, kleine vos, atalanta, hooibeestje en bruin zandoogje. Er is ook kans op distelvlinders. Ik zag er al een, helemaal uit Noord-Afrika hierheen gevlogen.

EN VERDER

Vandaag gaat de nieuwe thematuin in Fort Hoofddijk, Budapestlaan 17 in De Uithof in Utrecht open, met o.a. openbare colleges, presentaties van de verschillende thema's, rondleidingen en speciale kinderactiviteiten. Open van 10 tot 16 uur, ook morgen. Toegang kost ¿ 5,- per persoon, voor kinderen tot 12 jaar ¿ 2,-. - De Amsterdamse natuurvereniging De Ruige Hof houdt vandaag van 10 tot 16 uur open dag in de tuinen aan de Abcouderstraatweg 77, niet ver van het AMC in Amsterdam Zuidoost.

- Publieksactiviteiten van het IVN: morgen fietstocht in de omgeving van Babberich, om 10 uur van het Babborgaplein; wandeling van 3 à 4 uur over de Waterberg en de Koningsheide bij Arnhem, om 13 uur van de halte Golflinks van bus 124 aan de Apeldoornseweg; dinsdag excursie om het Duinven bij Oisterwijk, om 19 uur bij Duinweg 1; donderdag anderhalf uur wandelen op Remmerstein, om 19 uur van parkeerplaats ziekenhuis De Gelderse Vallei in Veenendaal.

- Vóór 15 juli moet men zich opgeven als men mee wil doen met de Noordhollandse natuurweek, van 13 tot en met 19 augustus in de Volkshogeschool Bergen onder het motto 'Natuur als naaste buur', met als onderwerpen de verbindingswegen voor planten en dieren en het scheppen van meer natuurwaarden in plantsoenen en parken in de eigen woonomgeving. De week kost ¿ 490,- per volwassene, voor kinderen tot en met 12 jaar ¿ 190,-, waarvoor een aangepast programma. Informatie: 02208-94541. - De Jeugdbond voor Natuur- en Milieustudie organiseert voor jongeren tussen 12 en 25 jaar van 10 tot 20 juli een kamp op Schouwen, waar de deelnemers zich met zeebeesten zullen bezighouden. Info: Jan- Jaap Poos, 050-147682. - Van 10 tot 15 juli houdt het IVN voor jongeren van 18 tot 30 jaar een natuurvakantieweek in de eendenkooi van Sint-Philipsland (Zeeland), waar rietschermen worden hersteld en de vangpijpen worden uitgebaggerd. De hele week kost maar ¿ 47,50 per persoon. Opgave: 020-6228115.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden