Review

Roof van rivier in ruil voor veiligheid

'Landschap als geheugen; opstellen tegen dijkverzwaring'. Uitgeverij Cadans Amsterdam. Tekening Willem den Ouden. Foto's Jan E. Oegema. Auteurs J. Bervaes, P. Bol, M. Chavannes, H. Goudriaan, F. Klijn, A. Kusters, M. Paumen, W. van Toorn. Prijs f 29,50.

Citaat van dr. P. Bol, secretaris van de gezondheidsraad, neergepend in het boek 'Landschap als geheugen'. Een tiental tegenstanders van de omstreden dijkverzwaring in het rivierengebied tekenden op hoe ze de aantasting van het rivierlandschap beleven. Door de opzet - alleen tegenstanders - is het boek per definitie eenzijdig. Ter verdediging voert de schrijver Willem van Toorn in de inleiding bij voorbaat al aan dat geen van de opposanten ooit onverschillig heeft gestaan tegenover het veiligheidsaspect, waar Rijkswaterstaat zo zwaar aan tilt. Niemand bestrijdt - schrijft hij - dat de rivierdijken beter moeten, maar wel dat dat het anders moet, minder liefdeloos. Toch zou het boek aan waarde hebben kunnen winnen als - al was het maar een - tegenstander wat tegengas had mogen geven.

Aan de andere kant kan gezegd worden dat de voorstanders van de dijkverzwaring een koekje van eigen deeg krijgen. Want op hun beurt hebben Rijkswaterstaat en de waterschappen zich nooit iets gelegen laten liggen aan de mensen die in het geweer kwamen voor waarden die het natuur- en cultuurlandschap toch wel degelijk ook heeft. Pas door een aanzwellende publiciteit lieten bestuurders en politiek zich weer eens kennen als vanen die wapperen naar de wind. De serie artikelen van Huib Goudriaan in Trouw en NRC-redacteur Max Paumen, tegenstander van 'het eerste uur', hebben hun uitwerking niet gemist. De commissie-Boertien werd ingesteld, die constateerde dat het - met een extra investering - ook best anders kan. Een conclusie die echter in 1977 ook al was getrokken door de commissieBecht, maar die toen onder het kleed werd geveegd.

Nederland worstelt al eeuwen met het opdringende water. Waarom dan nu ineens zo'n opschudding? In zijn bijdrage 'De medicalisering van het landschap', raakt Pieter Bol wellicht de kern: de enorme toename van het technisch kunnen. De investeringen wegen op tegen het bruikbaar maken of houden van de grond. "Dat is onze waardering voor het ontstane landschap als resultaat van de acht eeuwen durende worsteling met het water. In enkele tientallen jaren dreigt ingrijpend meer gewijzigd te worden dan in eeuwen het geval is geweest." Hij trekt een vergelijking met het 'medische bolwerk' en de soms tot in de perfectie doorgevoerde en miljarden verslindende aandacht voor de preventieve maatregelen tegen kwalen. Dat levert dan een beperkt aantal patienten op, die mogelijk een risico lopen en daarvoor hun hele leven behandeld moeten worden. De risico's voor een overstroming van de dijken zijn vergelijkbaar.

Onachtzaam

Schrijnend duidelijk beschrijft Aart Kusters, fractievoorzitter van de PvdA in Neerijnen, hoe onachtzaam wordt omgesprongen met mensen. De familie K. kreeg al in 1972 een brief van het waterschap dat haar huis was 'doorgestreept', moest verdwijnen voor een anderhalf meter hogere dijk die aan de voet een breedte kan krijgen tot honderd meter. Vriendelijk wordt de gezinsleden meegedeeld dat ze weg moeten. En ook maar beter vrijwillig kunnen gaan. Het moet immers toch . . . In 1974 trekt de familie naar een doorzonwoning in de nieuwbouwwijk. Hun huis wordt afgebroken. Nu, achttien jaar later ligt de dijk er nog niet. Meneer K. fietst van zijn doorzonwoning naar de moestuin, op de plek waar zijn huis stond en waar hij 'leeft'. In het boek wordt ook de methode van Rijkswaterstaat om de MER-plicht (milieueffectrapportage) te omzeilen, aangevochten. Er worden steeds stukken op de schop genomen van kleiner dan vijf kilometer. Dan is de MER niet verplicht.

De eigenaar van restaurant De Gouden Molen heeft het geluk dat zijn etablissement niet werd afgebroken. Het pand viel net buiten het talud van de dijk. Maar wat is er gebeurd? Vroeger had je een prachtig uitzicht op de Waal. Nu mogen de mensen aankijken tegen een logge groene dijk die hoog boven hen uit torent. Veilig, dat wel, maar het is "de veiligheid van het graf" , vindt Marc Chavannes, adjunct-hoofdredacteur van NRC-Handelsblad.

In zijn bijdrage 'Sluipmoord op het cultuurlandschap' verbreedt Trouw- verslaggever Huib Goudriaan de aanslag op het rivierengebied tot de aantasting van het cultuurlandschap in het algemeen. De overheid bouwde een 'ecologische hoofdstructuur' op. Landbouwers kunnen daardoor mede de natuur beheren; de nadruk ligt op ruilverkaveling en herinrichting. Het rivierenlandschap is zo'n cultuurlandschap en kan niet zonder desastreuze gevolgen voor flora, fauna, cultuurhistorische en archeologische waarden op de schop worden genomen. Goudriaan verwijst naar een uitspraak van de Groningse archeoloog en bioloog H. T. Waterbolk, die de veranderingen van het landschap ontwaart in de vorm van torenflats die ons plotseling het uitzicht op oude torens ontnemen, tot autowegen en ruilverkavelingen die het landschap uit zijn voegen rukken. Goudriaan benadrukt de vervreemding die dit tot gevolg heeft. Nederlanders moeten in het landschap wel hun wortels kunnen herkennen. "Alleen al om die reden moet de sluipmoord op het cultuurlandschap een halt toe worden geroepen."

Waterdruk

In het boek verder een bijdrage van ir. J. Bervaes, voorzitter van de Historische Kring Bommelerwaard, die bestrijdt dat de hoofdoorzaak van overstromingen de hoge afvoer van massa's water zou zijn. Rijkswaterstaat wil de kans op een overstroming beperken tot eens in de 1250 jaar, maar gaat volgens Servaes helemaal voorbij aan de werkelijke oorzaak: stuwend ijs dat in koudeperiodes ijsdammen opwerpt waardoor een stuwmeer ontstaat. Dijkverhoging maakt het risico zelfs groter, doordat de waterdruk op de dijk nog hoger wordt en de 'badkuip' erachter nog dieper. Hij beschrijft hoe rampen in het verleden zich voltrokken na de vorming van ijsdammen. "Hele landschappen uit Duffel kwamen bij Nijmegen voorbijdrijven. Die massa's ijs kon de rivier op knelpunten in de afvoer niet blijven verwerken."

Zijn er alternatieven? Ja, meent Frans Klijn, wetenschappelijk medewerker van het Centrum voor milieukunde Leiden. Hij denkt dat een oud beproefd systeem met overlaten voor een flexibele opvang van hoge waterafvoeren mogelijk is. Het systeem komt neer op plaatselijke verlaging van een dijk met zijdelingse afvoer bij hoge waterstanden, om dijkbreuken te voorkomen. "Judo met water, in plaats van worstelen." Overlaten zijn niet alleen zaligmakend, stelt Klijn, maar moeten worden gecombineerd met selectieve dijkverzwaring, dijklinies met waker-, dromer-, en slaperdijken en ringdijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden