Rood tentdoek dempt glans van 'Zauberflöte'

'In Diekmans heil'gen Hallen kennt man die Rache nicht'. Met deze kleine variant in de tekst van zijn beroemde aria, had Sarastro al kunnen aangeven dat de nieuwe 'Zauberflöte'-productie van de Nationale Reisopera in de Diekman Hal tot in de laatste scène doortrokken is van humaniteit.

Want het kwaad in de persoon van de befaamde Koningin van de Nacht, haar drie dames en de moor Monostatos, viel niet 'in de eeuwige nacht' (zoals het libretto zegt), maar werd in het slotkoor opgenomen en getransformeerd tot schoonheid. Een mooie gedachte van het regisseurs-duo Irina Brook en Dan Jemmert, passend in de mix van sprookje, kluchtverhaal en moraliteit door Mozart en Schikaneder.

De voor sport gebouwde Diekman Hal was door de Reisopera niet alleen omgedoopt tot Diekman Music Hall, maar ook van binnen omgetoverd met rode doeken tot een ruim amfitheater voor zo'n 1200 bezoekers rond een orkestbak en een breed speelpodium. Zand op de toegangsvloeren verhoogde de festivalsfeer bij de première, vrijdag. Met 'Die Zauberflöte' opende het eerste Twents Opera Festival.

Na de gekapseisde samenwerking met het Gergjev Festival in Rotterdam, is intendant Langevoort met andere culturele partners in en rond Enschede terecht op eigen bodem iets leuks begonnen. Het initiatief moet ook de gemeente Enschede animeren om werk te maken van de plannen om een nieuw muziektheater te bouwen, niet alleen voor opera maar ook voor het musical-werk uit de koker van Joop van den Ende. Vandaar de knipoog met 'Diekman Music Hall'. Dat de echte hal een betere akoestiek moet krijgen, dient voorop gesteld. Het doek nam nogal wat kracht en glans weg.

De regie deed voor de verbeelding vooral een beroep op de suggestie. Begrijpelijk want in een geïmproviseerd theater ontbreken de machinerieën voor effecten. Met simpele middelen werd de sfeer geduid zoals die van de beproeving met water en vuur.

Die twee elementen, in grote ronde bakken, vormden de uiteinden van het brede toneel; daartussen een trapachtige tribune waar koristen en solisten aan de rand van het gebeuren meeleefden en van daaruit, maar ook vanuit de toeschouwersruimte, hun opkomsten maakten.

Uit de crême-kleurige kostuums, met kleuraccenten op belangrijke momenten, sprak eveneens directheid in het vertellen (letterlijk in de vlotte presentatie van de gesproken teksten) van het wijsheidssprookje.

In een spannende personenregie lichtte het regie-duo de kernen van humaniteit er uit, door Mozart al voorgevormd in muzikale hoogtepunten zoals het wonderschone duet tussen Pamina en Papageno over de liefde tussen twee mensen en elkaars erkenning als mens, en Sarastro' aria over de wraak, waarbij Pamina in stil tegenspel haar dramatische omslag beleefde. Op muzikaal niveau werden deze scènes even indrukwekkend uitgewerkt. Johannette Zomer zong haar Pamina-rol met jeugdig en adellijk elan; in haar nog korte carrière blijft zij verrassen.

Een regelrechte ontdekking in deze productie is Quirijn de Lang in de Papageno-partij. Er moet heel wat geschoven zijn in de voorbereiding want van de bezetting zoals in de seizoensbrochure staat aangekondigd, bleek niet veel over. Quirijn de Lang promoveerde van een bijrolletje als 'priester' naar Papageno. De Lang is niet alleen gezegend met een lichte, vloeiende bariton, maar ook met een soepel lijf en een mimiek die in hilarisch clownsgedrag samengingen. Zijn Nederlands debuut, want deze zanger werd door Nederlandse conservatoria afgewezen wegens onvoldoende talent, maar hij zette door in de VS, waar zijn kwaliteit zich wel kon ontpoppen.

De uiteindelijke bezetting oorde uitstekend en als een echt ensemble zoals bleek uit de combinatie van de drie dames (lekker vinnig), en de twee geharnaste tempelwachters. In de hoofdrollen Patrizia Cigna die kloek en moedig de kukels van de Koningin van de Nacht in het tentdoek lanceerde, en een sonore en lichamelijk statige Zelotes Edmund Toliver als Sarastro. Bijzonder vond ik het effect van een zwarte zanger in deze rol, terwijl de 'moor' Monostatos aan de schalkse blanke Brian Galliford was toebedeeld. De wat dunne tenor van Friedrich von Mansberg als Tamino ('Ich bin ein Prinz') kwam onvoldoende door in de tentakoestiek.

Groter drager van het succes was evenwel het fantastisch spelende orkest, European Sinfonietta, homogeen in jeugdigheid, kwaliteit en inzet. De leden zaten als het ware op de testbaan, want in zo'n droge akoestiek hoor je alles.

Edoch: de strijkersgroep zette op ravissante wijze Mozarts pittige ritmes in spatgelijk spel om, en de blazers zongen dat het een aard had. Het orkest speelde onvervaard door de dempende akoestiek heen. Dirigent Vincent de Kort bewerkstelligde een even krachtige als slanke ensemble-klank, met een mooi wisselspel van spanning en ontspanning in de muzikale fraseringen. In tempo-keuze en de wijze waarop hij aansloot bij gesproken teksten, voerde hij een even sterke regie als zijn toneelcollega's.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden