Rondje langs de stallen

Mijn mooiste kerststal stond in de Lambertuskerk in Hengelo, de kerk van mijn misdienaarjeugd, waar ik als zevenjarige op het 'Dominus vobiscum' van de priester 'Et cum spiritu tuo' had leren antwoorden. Mislatijn, onderwezen door de Franciscanessen uit een intussen allang verdwenen klooster.

De Lambertus was een warme kerk, gevuld met kaarslicht van kandelaars en zoete wierook uit een zilveren vat, dat zacht tikte tegen zijn kettingen.

De kerststal was een kunstwerk. Een van de zijaltaren werd helemaal vrij gemaakt om een bijbels landschap te scheppen, oplopend naar berghellingen met witte, verlichte huisjes ertegen en een gorgelend watervalletje zoals je er veel ziet in het Heilige Land. De schaal van de figuren beantwoordde aan het perspectief, achteraan en tegen de hellingen waren ze klein, vooraan waren ze groot, bijna manshoog. En natuurlijk ontbrak de knikengel niet.

Die van de Sint Jan in Den Bosch die ik deze week zag was van een andere orde. Deze kerststal leek op een gang door een nachtverblijf van een dierentuin. De kerk beschikt - vraag me niet waarom - over een grote collectie opgezette dieren en die werd hier ruimhartig ingezet.

De inspiratiebron van de stalbouwers was dit jaar Franciscus - die van mijn nonnen. Franciscus bouwde, zei een begeleidende folder, achthonderd jaar geleden de eerste, levensgrote kerststal - met een echte os en ezel. 'Men zegt dat de tranen over zijn wangen rolden toen hij het kindje Jezus in de kribbe legde.' Aldus de folder.

De kerststal in de Sint Jan betreed je door een poort. Erboven hangt de wijzende engel. Binnen de poort sta je in een donker bos, met tussen het groen de uitgelichte dieren, vossen, marters, herten. Na het bos bereik je de woestijn, met de herders en hun schapen, een nomadentent met een kameel, de drie Wijzen nog onderweg. Dan wacht nog de jungle met een leeuw en een zwaan (alles kan hier) en dan wordt het lieflijk, met wollige lammetjes en reetjes, en de stal zelf natuurlijk, royaal gevuld met stro, losjes over de vloer, Maria is knap, ze staart naar de lege lichtvlek in haar schoot, die nu nog leeg is.

We waren langzaam door dit wonderland geschuifeld achter gezinnen met kinderen aan en een zwaar gehandicapte in een rolstoel. En zie, er was ook een knikengel.

Nog diezelfde middag betraden we de Domkerk in Utrecht. Ook die bood een kerststal. Een kerststal die ik kende van eerdere jaren. Een uitgebeende protestantse versie. Groter contrast was na de Sint Jan niet denkbaar. De stal, een sneu skelet van blanke planken en latten, zonder dak of achterwand. Een rijtje strobalen. En verder uit een dunne plaat gezaagde figuren, Maria en Jozef uit hetzelfde hout. Er lag een miniscuul rood dekentje om hun schouders.

Warmer werd het niet.

De folder, er was ook hier een folder, legde alles uit, de woorden hebben hier altijd het gebruik van beelden moeten goedmaken. De herders, las ik, stonden voor randgroepen, zoals buitenlanders en zwervers. Het open dak moest verwijzen naar de Loofhut, een tijdelijke schuilplek, om door het dak heen de sterren te kunnen zien en zo de 'hemelse dingen' niet uit het oog te verliezen op je reis. En Maria was geen goddeljke Moeder maar een Femina terrae.

En nee, geen knikengel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden