Ronddwalen door Marokkaanse medina's

En toen liepen we in Marrakech, dat volgens mijn Marokkaanse collega's Marraksj heet. We hadden het tijdens de bespreking van vlucht, auto en hotels natuurlijk niet voorzien, maar onze eerste dag viel samen met het offerfeest. De profeet Ibrahim werd door God tegengehouden toen hij zijn zoon aan Hem wilde offeren en kreeg te horen dat een schaap goed genoeg was. Aldus geschiedde, en aldus geschiedt nog steeds, in een feest dat drie dagen duurt. Alle winkeltjes in de medina waren dicht en we dwaalden maar wat rond door de vele nauwe straatjes vol aandoenlijke katten, een enkele trage hond en duizenden gekmakende brommertjes waarop joelende jongens rondraasden. De taal van testosteron is internationaal. Op vele plaatsen waren mensen bezig met het roosteren van schapekoppen op primitieve roosters waaronder vuurtjes werden gestookt met alles wat aansleepbaar was en kon branden: papier, hout, karton, een matras, oude banden. Later werd ons uitgelegd dat je op die manier huid en haar makkelijker kunt verwijderen om zodoende een eetbare kop over te houden. Na de slacht wordt het schaap gevild en overal zag je mensen met karretjes, fietsen en wagentjes volgestapeld met hoe langer hoe scherper stinkende schapehuiden.

Rond de medina in Fes herhaalt iedereen hetzelfde spookverhaal: de toerist die zich daar zonder gids in waagt is een gedoemde, want hij zal vanuit deze wirwar van steegjes en gangetjes nooit meer de uitgang weten te vinden. Hoewel in het bezit van een kompas, een plattegrond en een stuk touw, waren we niet zo karaktervol dat we dit advies naast ons neer durfden te leggen en dus gingen we welgemoed op stap met een gids. Dat leverde een prettige kennismaking op met een achtendertigjarige jongeman, die ons in goed verstaanbaar Engels tijdens een wandeling van vele uren door de medina langs honderden winkeltjes, luxe woonhuizen, dakterrasjes, kleine gebedshuizen en prachtige eeuwenoude koranscholen leidde. We kregen bijles over soennieten, sjiieten, Idrissiden, Almoraviden, Almohaden en Meriniden. Maar hij nam ons ook mee naar zijn eigen leven en legde ons zijn sympathieke versie van de islam voor, waarin ongelovigen als kafir te boek staan (inderdaad, de wortel van 'kaffer'), dat wil zeggen: mensen die hun geloof weghouden. En niet: ellendelingen die verdelgd moeten worden. Hij weet de betrekkelijke achterlijkheid van Marokko aan de corruptie van de francofone elite. En die elite beschouwde hij als een directe erfenis van de koloniale overheersing. De slotsom was: voor zover er dingen niet goed gaan in Marokko komt dat door de invloed van Europa. Wij namen dat rustig in ontvangst, je bent tenslotte op visite.

Hij was vier jaar lang schoolmeester geweest, van regeringswege, in een kleine plattelandsgemeenschap. Bij aankomst in het dorp ging hij op zoek naar de school, maar die was er niet. De dorpelingen besloten dat hij les mocht geven in het huis van de familie M. Hij kreeg daar ook een klein hokje om in te slapen. Het werkte van geen kant, want het echtpaar had vaak ruzie en ze zaten elkaar dan scheldend achterna dwars door zijn rekenles heen. Toen het een keer regende kwamen de kinderen zonder schoenen om op die manier hun schoeisel te sparen. Hij was verontwaardigd en zei: 'Jullie moeten gewoon je schoenen aan doen, ook als het regent'. De volgende dag kwamen ze bij een stralende zon allemaal zonder schoenen aanzetten, voetjes kapot, huilen, en meester nog bozer. Ze hadden begrepen dat hij schoenen verbood. 'Ik kon hun taal, Rifi, nauwelijks spreken. Maar goed, in Rabat zijn ze tevreden. In de dossiers staat dat er een school is in dat dorp.'

Bij de ongelooflijk sterk stinkende leerlooierijen (we kregen een verfrissend takje munt tegen de stank) besloten we tot de aanschaf van een fraai leren jasje. Na een door sommigen als verfrissend ervaren krachtmeting waren we in slechts drie kwartier van 310 bij 120 euro aangekomen. Geef mij maar vaste prijzen.

Ook in de medina zagen we bedelaars. Een oude blinde man liep voetje voor voetje alleen door de menigte, met uitgestoken hand, terwijl hij steeds hetzelfde riep. Er zijn geen uitkeringen in Marokko. De winkeliers aan wie hij voorbij trok begroetten hem allemaal. Hij maakte overigens geen gebroken indruk, men benaderde hem met vriendelijke eerbied. Hij zal daar nooit verdwalen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden