Ronald Jansen kiest bewust voor afstand nemen

,,Hockey doe ik niet meer'', zegt Ronald Jansen. Hij klinkt stellig. ,,Het is een genot om zondags te gaan kijken'', weet hij al, ,,maar voorlopig is dat alles. Ik kies bewust voor afstand nemen.''

De hockeyers van Den Bosch hebben er een supporter bij. Ronald Jansen (36) staat niet langer in de kooi, maar langs de lijn. Na 192 interlands beëindigde hij zijn carrière. ,,Mag het na zestien jaar opoffering?''

Dat vraagt om uitleg. Hoezo opoffering? Hockeyen doe je toch voor je plezier? ,,O zeker. Ik bedoel vier-, vijfmaal per week trainen plus op zondag de wedstrijd. Dat is een opoffering, voor je gezin, voor je sociale leven.''

Dus is de vraag wat hij daarvoor terugkreeg. Een brede lach. ,,Dat is een optelsom. Ik kon het goed, beter dan voetbal. Ik vond er mijn sociale contacten. Hockey werd een belangrijk deel van mijn leven. Verslaafd? Natuurlijk, je wilt winnen. Ik had alles gewonnen, maar ben nog even doorgegaan. Het kan altijd nog mooier. Een tweede olympische medaille staat heel mooi naast de eerste.''

Het hockey bracht hem meer. ,,Het was prachtig om naar India of Pakistan te gaan en te zien hoe de mensen daar leven. Niet goed, nee, in armoede. Maar het is wel goed te ervaren dat er een andere wereld bestaat naast de welvaartsmaatschappij waarin wij leven. Dat valt niet met het plezier in hockey in één woord samen te vatten.''

Gisteravond zwaaide het Nederlandse hockey acht internationals uit, vier mannen en vier vrouwen. Naast Jansen vertrokken Jacques Brinkman, Stephan Veen, Wouter van Pelt, Carole Thate, Daphne Touw, Suzan van der Wielen en Margje Teeuwen. Alle acht zijn ze olympische medaillewinnaars. Sommigen, zoals Jansen, bij herhaling.

Tussen 23 juni 1987 (debuut tegen Argentinië: 5-0) en 30 september 2000 (olympische finale tegen Zuid-Korea; winst na strafballen) liggen dertien hockeyjaren met 192 interlands. ,,193'', meent Jansen, maar hij komt bij telling ook niet verder dan 192. ,,Dan is die 193ste zeker die ene die ik had moeten spelen.''

Dat had dan wellicht in de periode 1988-1993 gemoeten. Vijf jaar zette de goalie zichzelf buitenspel. ,,Het ging tussen Leistra en mij. Ik werd tweede keeper. Vier jaar op de bank als tweede viool; daar had ik geen zin in. Ik dacht: als ze me nodig hebben, komen ze wel bij me terug. Het was een gok, ik weet het, maar ik ben nu eenmaal eigenwijs.''

In dertien jaar zag Jansen het spel veranderen. ,,Het is sneller geworden. Materialen veranderden. Het spel ontwikkelt zich nog steeds en Nederland heeft zich het beste aangepast. We hebben alles gewonnen: eenmaal de wereldtitel, tweemaal olympisch, driemaal in vier jaar de Champions Trophy. Dit is een aparte lichting. Prijstechnisch gezien, want vroeger had Nederland ook heel goeie hockeyers.''

Ook veranderd is de strafcorner. Jansen: ,,Een goede corner moet een half doelpunt zijn.'' Hij vult lachend aan: ,,Aanvallend, verdedigend niet natuurlijk.''

Het is een tactisch verhaal, zegt hij. ,,Hoe zet je de corner van de tegenstander onder druk? Als keeper controleer je, je bent de regisseur. De keeper bepaalt het systeem. De corner verdedigen is een specialiteit. Dat moet je jezelf aanleren. Daar zijn geen trainers voor. Ik ben niet bang voor het schot, maar iedere keer is de situatie weer spannend.''

Hij weet: ,,Je wordt als keeper afgerekend op percentages. Maar in de training wordt dertig procent in de aanvallende corner gestopt en maar vijf procent in de verdedigende.''

Toch wordt er de laatste jaren steeds meer aandacht besteed aan vooral kijken naar wat er gebeurt. ,,Spelers leren ook de corner te interpreteren. Dus niet met z'n allen bij een geschoven bal de goal uitstormen.''

Onlangs zijn er wat incidenten geweest bij al of niet toekennen van een doelpunt. Zit-ie wel of zit-ie niet? Voor Jansen bestaat er geen twijfel. ,,Je kunt heel goed aan mensen zien of het een doelpunt is. Het opveren van de aanvallers, de hangende koppies bij de verdedigers. Dat zou voor een scheidsrechter een goede leidraad zijn. Binnen een fractie van een seconde zie je dat.''

,,Hockey doe ik niet meer'', zegt Jansen, maar gisteravond moest het nog éénmaal, in een afscheidswedstrijd met de maten van Oranje. Voor hem hoefde dat niet: ,,Het wordt zo gauw een lacherig gebeuren.'' Maar toch leuk. Alleen Maurits Hendriks, de inmiddels vertrokken bondscoach, was er niet bij. Jammer? Jansen denkt heel lang na voor hij antwoord geeft. ,,Ik had het prima gevonden als hij erbij was geweest. Maar hij had kennelijk belangrijker prioriteiten dan de afscheidswedstrijd van enkele internationals.'' Diplomatie kan dodelijk klinken. Dan, ontspannen: ,,Maar Roelant was er wel.''

Roelant Oltmans was Hendriks' voorganger. ,,Die heb ik meegemaakt als bondscoach en als mens. Een bondscoach moet beseffen dat hij van de jongens die hij krijgt een eenheid moet smeden. Hij hoeft ze niet meer te leren hockeyen. Roelant wist dat, hij scherpte alleen de details aan. Als je dat aanvoelt, ben je een goeie.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden