Ronald Giphart

Ronald Giphart (Dordrecht, 1965) is schrijver. Hij debuteerde in 1992 met 'Ik ook van jou'. Daarna verschenen achtereenvolgens 'Giph' ('93), 'Het feest der liefde' ('95), 'Phileine zegt sorry' ('96) en 'De Voorzitter' ('99). Dit jaar kwam zijn roman 'Ik omhels je met duizend armen'. Volgend jaar schrijft Giphart zijn bijdrage voor de dagboek-reeks van Privé Domein.

1. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

,,Waarachtig geloven is, denk ik, een chemische kwestie; een schommeling in de endorfine-spiegel. Gelovige mensen weten zichzelf, denkend aan God, in een fysieke conditie te plaatsen waar stofjes worden aangemaakt die ervoor zorgen dat zij zich beschermd of gekoesterd voelen. 't Is net zoiets als liefde voor een voetbalclub. Ik wil er niet op afgeven hoor, maar het is aan mij niet besteed. Ik ben ook niet gelovig opgevoed. Mijn ouders hebben hun best gedaan om open en eerlijk over God te praten. Ik herinner mij een zondagochtend in het 'grote bed'. We luisterden naar de radio en mijn vader maakte zich druk over het feit dat er alleen maar zenders van christelijke signatuur in de lucht waren. Ik vroeg hem wie Jezus eigenlijk was en of wij ook in hem geloofden. Mijn vader zei: 'Ik niet, maar jij moet het straks voor jezelf maar uitmaken'. Later heeft hij me ook verteld over een verlaten achteraf planeet, over chemische processen, bliksemflitsen en een levensdriftig molecuul dat zichzelf oneindig kon voortplanten. Die schepping, de échte schepping, fascineert mij nog altijd: alles moet op een navolgbare manier te achterhalen zijn. Niet door mij, niet over honderd, duizend of tienduizend jaar, maar an sich zijn alle dingen verklaarbaar. Waar mijn wens om te verklaren vandaan komt? Die komt voort uit de gedachte dat wij doelloos en toevallig op aarde zijn. Bij dat gegeven kun je 's ochtends wakker worden en zeggen: 'Het leven heeft geen doel, laten we zelfmoord plegen', of je neemt de zinloosheid als uitgangspunt voor een wetenschappelijk-poëtische zoektocht naar de aard en samenstelling der dingen. Een gelovige kijkt naar een regenboog en zegt: 'Wat heeft God dat mooi gemaakt!' Ik heb eerder de neiging om uit te vinden hoe door een samenspel van licht en water zoiets moois als een regenboog kan ontstaan.''

2. Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

,,Nee, we hadden geen Mao-freaks binnen onze vriendenkring, maar we waren thuis wel heel erg links. We keken niet naar de Tros, de NCRV of de KRO. De Telegraaf was uit den boze en tot op de dag waarop ik als jochie met mijn vader naar Soestdijk verhuisde, had ik nog niet één rechts iemand ontmoet. Wacht: op die keer na dat ik met mijn moeder, die voor de PvdA in de Tweede Kamer zat, meeging naar het Binnenhof waar ik haar Van Agt joviaal op de schouders zag slaan. Ik bedoel: Van Agt! Dat mijn moeder zich encanailleerde met de vijand vond ik heel beschamend. Dat is overigens de meest in het oog springende bijkomstigheid van een goede, linkse opvoeding: je wordt als kind nog linkser. Ik was roomser dan de paus, roder dan Den Uyl. Ik was nog voor de Sandinisten toen mijn vader allang zijn bedenkingen had. Toch is ook mijn politieke overtuiging langzaam maar zeker op de schop gegaan. Het begon ermee dat de sfeer bij de Jonge Socialisten in Baarn mij begon te benauwen en ik ontdekte dat ik niet iedereen bij de JOVD kwaadaardig vond. Een grotere klap was de ontdekking dat de Sandinisten categorisch martelden; dat ze dezelfde fouten maakten als het bewind dat ze hadden bevochten en verjaagd. Ik zag mezelf weer de straat opgaan - 'Hun strijd, onze strijd!' - en vroeg mij plotseling af: hoe bang is Franco eigenlijk voor mij geweest? De grote vredesdemonstraties hebben mij ook een groot inzicht verschaft. Ik ging naar een rechtse school waarop een klein aantal leuke, linkse meisjes zat. Die meisjes togen naar Amsterdam en Den Haag en de jongens - ook zij die het helemaal niet erg vonden dat Nederland een neutronenbom had - volgden hen en masse. Daar zag ik ineens hoe het werkt: als leuke mensen links zijn, is het niet moeilijk om links te zijn. Ik wil niet beweren dat het socialistische erfgoed van mijn ouders bestond uit het 'meewaaien met de wind', maar het was zeker hip om op de barricades te staan. Ik zal nu niet zo snel meer ergens tegen demonstreren. Ik kom alleen in actie als ik zeker weet dat mijn bemoeienis ook effect zal ressorteren.''

3. Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

,,Vloeken is een uiting van pure onbeschaafdheid - ik zal het niet snel doen. Personages in mijn boeken doen dat wel, maar dat is iets anders. Schrijven is ook reflecteren. Door over lomperiken en slechteriken te schrijven, kan ik mezelf toetsen. Dat ik een positief ingesteld knaapje ben, wil nog niet zeggen dat ik het onprettig vind om de grenzen van wat ik betamelijk vind te ontdekken.''

4. Gedenk de sabbatdag dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

,,In mijn studententijd circuleerde er een tekst van een monnik uit York waarin onder andere stond: 'Wees een beetje lief voor jezelf'. Dat zinnetje is mij altijd bijgebleven. Ik ben lief voor mezelf. Ik ben lief voor mijn gezin. Ik ga om halfelf naar kantoor en ik zorg ervoor dat ik om vijf uur 's avonds weer thuis ben. En in het weekend werk ik niet. Op zondag gaan we met de kinderen naar opa en oma. Net als vroeger. In wezen is de zondag nog altijd even saai, maar dat komt vooral doordat de overheid wil reguleren wanneer wij onze rust moeten nemen. Ik vind dat een winkelier zelf moet kunnen bepalen wanneer hij zijn winkel opent.''

5. Eer uw vader en uw moeder

,,Ik was tien toen mijn ouders besloten om uit elkaar te gaan. Mijn vader sloeg mijn moeder met haar feministische idealen om de oren en zei: 'Als jij vindt dat mannen en vrouwen gelijk zijn, heb ik recht op één van de twee kinderen'. Mijn zusje ging bij mijn moeder wonen en ik koos voor mijn vader. Hij was schappelijker. Hij maakte mij 's nachts wakker om naar Mohammed Ali te kijken. Ik vond de humor van mijn vader leuker, ik ging met hem naar cabaretvoorstellingen. Ik heb mij altijd meer mijn vader dan mijn moeder gevoeld.

De band met haar werd pas verstevigd toen we hoorden dat ze ernstig ziek was en mijn zusje en ik besloten om een deel van de mantelzorg op ons te nemen. Toen heb ik haar echt leren kennen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden