Review

Rommel en orde in verstilde stad

Ja, zo stel je je ’de spectaculaire stad’ voor. Een immens stedelijk landschap met imposante gebouwen, veel pleinen, een rivier met tal van bruggen en het liefst ook nog een herkenningspunt, dat van grote afstand zichtbaar is. Als bezoeker van de tentoonstelling ’De Spectaculaire Stad’ in het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) in Rotterdam word je bij de ingang van de expositiezaal al op je wenken bediend. Daar hangt een foto van Balthasar Burkhard van Parijs, in vogelperspectief, oneindig groot, met de Eiffeltoren als landmark. Het is een foto waarin je jezelf kunt verliezen, niet alleen vanwege de afmetingen, maar ook omdat je een stad nooit zo ziet poseren, ook niet vanuit het vliegtuig. Burkhard toont de structuur van de stad tot in haar fijnste vezels.

Voor ’De Spectaculaire Stad’ verzamelde het NAi de beste voorbeelden van stedelijke fotografie van de afgelopen tien jaar. Er hangen werken van 29 vooraanstaande Nederlandse en internationale fotografen en kunstenaars, onder wie Andreas Gursky, Thomas Ruff, Thomas Struth, Frank van der Salm, Pas Princen, Ine Lamers en Francesco Jodice.

Ze richtten hun camera niet alleen op de nieuwe steden van China en andere booming cities, maar ook op een doodnormale straathoek in Duitsland, een parkeerterrein, of de binnenplaats van een flatgebouw. Stuk voor stuk zijn het indrukwekkende foto’s, alleen al door hun afmetingen: ze variëren van één tot negen meter breed. Ze zijn fascinerend om naar te kijken, zowel van dichtbij als van enige afstand. De fotografen laten zien hoe steden veranderen, maar ze hebben geen documentair doel voor ogen. Ze manipuleren hun beelden om dingen zichtbaar te maken die ons anders zouden ontgaan in het snel veranderende stedelijke landschap. Ze vervagen bepaalde delen of lichten andere er in extreme mate uit. Elke foto zegt daardoor ook iets over de persoonlijke visie van de fotograaf op het fenomeen stad.

Wat veel foto’s gemeen hebben is dat er geen mensen op voorkomen. Als ze er zijn, gaat het om schimmige massa’s zonder herkenbare gezichten. Je ziet ze, zoals op de foto’s van Andreas Gursky, aan hun bureau zitten achter helverlichte gevels van kantoortorens, waarbij ze op commando lijken te hebben afgesproken om allemaal dezelfde houding aan te nemen. Of je ziet ze als mieren krioelen op een metrostation. Maar op de meeste foto’s zijn de straten uitgestorven en zie je alleen de sporen van menselijke aanwezigheid en bedrijvigheid. Die kunnen heel concreet zijn, bijvoorbeeld op de nachtfoto’s van Todd Hido van voorsteden in Californië. Geen mens te zien, alleen voetstappen in de sneeuw en hier en daar een verlicht raam. De foto’s van Hido geven je het gevoel op stap te zijn met de wijkagent die de ronde doet langs verdachte plekken. Dat gevoel van ’het is hier niet pluis’ krijg je nog veel sterker bij de nachtserie die Thomas Ruff maakte in Düsseldorff. Daarbij gebruikte hij het infraroodapparaat waarvan tv-zenders zich ook tijdens de Eerste Golfoorlog bedienden om in het donker te kunnen filmen en fotograferen. De groenige waas geven de foto’s iets verontrustends.

Mensen ontbreken ook op de foto’s die Edgar Cleijne maakt van steden in Afrika. Maar toch gaat het in al zijn werk om de invloed die individuen hebben op het stedelijke landschap. Hij laat zien dat ze zich met hun illegale bouwseltjes niets aantrekken van de staat of planologen.

Datzelfde contrast tussen wat de machthebbers met hun stedelijke architectuur willen uitstralen en het alledaagse gebruik van de stad door haar bewoners, zie je ook terug in het werk van Francesco Jodice. In Bangkok fotografeerde hij hoe de verantwoord vormgegeven gevel die de architect bedacht voor een groot gebouw, het moet afleggen tegen de wanorde van reclameborden en chaos van het straatleven aan de voet van het gebouw.

De snelle veranderingen die steden ondergaan onder invloed van economische en technische ontwikkelingen en de globalisering, is een thema dat ook regelmatig opduikt.

Zo begon de Japanner Naoya Hatakeyama een project dat hij tot zijn dood wil volhouden. Regelmatig fotografeert hij de metamorfose die Tokio voortdurend ondergaat: de groeiende dichtheid van de gebouwen, de komst van steeds meer verkeer en de onophoudelijke variatie van reclameborden. De fotograaf begon met zijn project in 1989. In 1997 werd zijn werk voor het eerst vertoond in de vorm van 48 panelen; inmiddels zijn dat er 92.

De foto’s van Frank van der Salm trekken – terecht – veel bekijks op deze tentoonstelling. Van een gevel van een gebouw in Hongkong maakt hij haast een grafische presentatie. Maar als je het werk van enige afstand bekijkt, zie je er ook de contouren van een gebouw in weerspiegeld. Ook een hoogtepunt is zijn impressie van een groot parkeerterrein, ingeklemd tussen wolkenkrabbers en autowegen, van bovenaf gefotografeerd, waardoor het geheel een haast buitenaardse schoonheid krijgt.

Via de foto’s van Edwin Zwakman beland je dan weer met beide voeten in de alledaagse werkelijkheid, die aanzienlijk minder glamorous oogt: hij maakte detailopnamen van hoe mensen hun stadstuintje inrichten. We zien keurig betegelde binnenplaatsjes met plastic tuinstoelen en gazonnetjes, maar ook vuilnisbelten met afgedankte wasmachines.

Maar Zwakman slaagt erin die minuscule postzegeltjes en rafelranden van de stad zo te fotograferen dat ze in al hun treurigheid toch een soort schoonheid uitstralen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden