Rominger wil meer na uurrecord, maar arts gelooft er niet in

Van onze sportredactie BORDEAUX - Zonder poespas en opsmuk en calculerend als een boekhouder - zijn vroegere passie - bereikte Tony Rominger zijn doel: het werelduurrecord. Voor een select groepje toeschouwers verpulverde de Zwitser met 53,832 kilometer de afstand van 53,040 km die Miguel Indurain vijftig dagen eerder had afgelegd, met 792 meter.

De 33-jarige Rominger verbijsterde zaterdag in het Velodrome van Bordeaux-Le Lac alles en iedereen. De drievoudige winnaar van de Vuelta was op de overdekte piste een seconde per kilometer sneller dan Indurain. Reed de viervoudige Tourwinnaar op een fiets die op alles leek behalve een racefiets, Rominger hield het op een orthodox model met een frame uit 1980. Slechts het triathlonstuur deed aan aktuele ontwikkelingen denken. Ook de helm, van achteren uitlopend in een scherpe punt, respecteerde de jongste wetten van de aerodynamica.

Niet meer dan vier uur trainde de Helveet op de baan, en dan ook nog voornamelijk in het opstaan na het vallen. Al bij de eerste test gleed hij na welgeteld 62 meter onderuit. Dat overkwam de nummer één van de wereldranglijst zaterdag bij de start ook bijna. De strategie van Rominger was verbluffend in zijn eenvoud. “Zo hard mogelijk van start gaan. Dezelfde tactiek die ik toepas bij tijdritten. Gewoon kijken waar ik uitkom.” Bij het eerste meetpunt, na vijf kilometer, was de Zwitser al bijna zes seconden sneller dan Indurain. In de resterende minuten bleef Rominger, die hetzelfde verzet rondtrapte (59 x 14, 8,76 meter per pedaalomwenteling) als de Spanjaard op 2 september, steeds ruim onder het schema van zijn voorganger.

Ruim honderd jaar geleden zette Henri Desgrange de trend. Op 11 mei 1893 had de stichter van de Tour de France na een uur fietsen 35,325 kilometer op de teller staan. Rominger was de 31ste renner die het record na hem verbeterde. Het aantal mislukte pogingen was tot juli vorig jaar legio. Sindsdien lijkt ieder schot een eendvogel te zijn. Er werd na de onovertrefbaar geachte mijlpaal van Francesco Moser (23 januari 1984 Mexico-Stad, 51 151 meter) altijd gedacht dat een aanval zo'n intensieve en kostbare voorbereiding vergde, dat ploegleiders en renners het er om commerciële redenen nooit voor over hadden geschiedenis te schrijven.

De excentrieke Schot Graeme Obree en de Engelsman Chris Boardman rekenden in juli 1993 rigoreus af met dat fabeltje. De twee amateurs getroostten zich weliswaar een lange voorbereiding en verschenen met potsierlijke fietsen op de piste - de UCI keurde de uit wasmachine-onderdelen opgebouwde tweewieler van Obree na diens twee geslaagde recordpogingen af - maar hoefden niet naar grote hoogte af te reizen om hun doelstelling te verwezenlijken.

Het feit dat twee onbekende Britten - Boardman ontwikkelde zich overigens tot een sterk tijdrijder, Obree bakt er op een gewone fiets maar weinig van - spotten met de reputatie van Moser (en indirect ook de beroepseer van de professionele wielertop), riep in Indurain en Rominger revanchegevoelens op. Bovendien was de wielerbaan van Bordeaux, waar Boardman en Obree succesvol waren, een aantrekkelijke optie. Op die manier konden de nummers één en twee van de wereld bij een eventuele mislukking volhouden dat het slechts een probeerseltje was. Rominger en Indurain werden bovendien niet moe om vol te houden dat hun voorbereiding eigenlijk minimaal en ondermaats was. Als het er in Latijns-Amerika echt op aan zou komen, zouden ze de meetlat op onbereikbare hoogte leggen: 56 kilometer of meer. Rominger acht dat moment over een maand in Quito gekomen.

Achterhaald

Na de indrukwekkende recordverbetering van zaterdag - de op twee na grootste van deze eeuw; alleen Romingers landgenoot Egg in 1912 en Moser in '84 waren nóg grensverleggender bezig - acht Michele Ferrari die theorie achterhaald. De Italiaanse arts, al acht jaar de medische begeleider van de Zwitser, zal er in de hoofdstad van Ecuador ook bij zijn, maar twijfelt oprecht of zijn 'client' daar in zijn opzet slaagt. “Er wordt dan van Tony een haast bovenmenselijke prestatie verwacht,” zegt Ferrari. “Het is een misverstand om te denken dat hij in Quito 55 kilometer in een uur kan rijden. Het lijkt me zinniger het fenomeen 'hoogte' te ontmythologiseren. In vergelijking met de indoorbaan in Bordeaux krijgt Rominger er één allesbepalende tegenstander bij: de wind. Met een windsnelheid van één kilometer per seconde moet hij een verlies aan snelheid van 3,6 km/uur incalculeren. Met andere woorden: om boven de 54 kilometer uit te komen, moet Tony een moyenne van 57 km/uur halen. Dat lijkt me onwaarschijnlijk.”

Tony Rominger mag dan een fervent voorstander van hoogtestages zijn, Ferrari kent maar één verklaring voor het recente succes: de optimale lichamelijke conditie van de 'muis'.

Rominger was overigens eerlijk genoeg om toe te geven dat zijn voorbereiding een stuk een beter was dan die van Indurain in september. Het dramatische afscheid van de Tour - ziek, zwak, misselijk en vernederd (door Indurain) als de Zwitser zich voelde na de Pyreneëen - kwam bij nader inzien als Mannah uit de hemel vallen. “Het heeft er voor een deel toe bijgedragen dat ik nu nog in topvorm ben”, gaf hij toe. “Ik heb in tegenstelling tot Indurain de mogelijkheid gehad nieuwe krachten te verzamelen.”

In die zin reageerde Indurain ook op het nieuws van de onttroning. “Het wordt niet gemakkelijk deze afstand te verbeteren,” zei de Spanjaard. “De instelling van Rominger was echter anders dan de mijne. Ik hoefde niet zo nodig. De topvorm was er niet meer. Of ik volgend jaar weer een poging doe? Dat is afwachten. De Ronde van Frankrijk gaat voor alles. De rest is opvulling van de agenda. Dat geldt ook voor het uurrecord.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden