ROMEINSE BRIEVEN 9

Weer was het Kerstmis en weldra draait het jaar. 'Een jaar dat gaat, een jaar in het verschiet, een toekomst van verwachtingen en vragen.' Of niet. We komen samen om te praten en te drinken.

Door ANTOINE BODAR

Zo de in dit jaar gestorven Vlaamse priester en dichter Anton van Wilderode. 'De zachte dingen blijven toch bestaan/ hoe hard en ruig de wereld wordt daarbuiten:/ ik zie de sterren blinken op de ruiten/ ik hoor de voeten van de herders gaan// ik zie de lichtgrot van de nieuwe maan/ ik hoor de engelen toch vrede zingen/ ik zie de wijzen en hun volgelingen/ ik hoor de wind zijn vleugels openslaan.' Horen en zien, zien en horen. Beelden van het jaargetijde, klanken van het oude feest.

Sinds 1982 tooit elk jaar de - dit keer door Duitsland geschonken - dennenboom het Sint Pietersplein, teken van leven en groei in Christus, zoals Radio Vaticana meldt. De kerststal daar herhaalt zich duizend maal in Rome. Zelfs in uitstalkasten van winkels. Romeinen willen zien en herbeleven het blijvende verhaal, het grote verhaal dat blijft.

Maar ik ga nu buiten de Eeuwige Stad en neem u mee naar Umbrië, naar het plaatsje Greccio, boven in de bergen, naar een gebeuren van meer dan zeven eeuwen geleden.

“Wilt ge dat we Kerstmis bij u in Greccio komen vieren”, zegt Franciscus tot Giovanni, een man nog nobeler van inborst dan van afkomst, “laat mij dan om de geboorte van het Kind in Bethlehem te overwegen met de ogen van het lijf de ontberingen zien waaronder Het ter wereld is gekomen.” Giovanni voert alles uit zoals Franciscus hem had opgedragen. Het feest breekt aan. Overal vandaan komen lieden met kaarsen en fakkels om de nacht te verlichten waarin de ster zal stralen die alle lampen doet verbleken. En Franciscus komt en vindt de os en de ezel en de kribbe met hooi waarin het Kind is gelegen. En hij is verheugd. Hier glanst evangelische eenvoud, wordt armoede geprezen, beveelt nederigheid zich aan. Greccio is een nieuw Bethlehem geworden. De nacht is klaar als volle dag, vriendelijk voor de mensen daar maar ook voor de dieren. Het woud geeft de stemmen terug en de rotsen doen de koren weerklinken. De Heilige Mis vangt aan. Bij het altaar staat de kribbe. En de arme van Assisi, die diaken is en geen schoner feest kent dan Kerstmis, zingt het evangelie.

Hier moet Franciscus telkens de blik terzijde hebben laten glijden om te zien wat hij liet horen. Dan preekt hij en vertelt aan de mensen in liefelijkste woorden over de pasgeboren Koning, wiens troon de kribbe en wiens kroon de armoede en wiens scepter de eenvoud is. Wie zou daar niet bij hebben willen zijn? Als mens of als dier. Als inwoner van Greccio of liever nog als broeder van Franciscus? Als de os of liever nog als de ezel?

Giotto heeft het tafereel, door Tomasso da Celano opgetekend, weergegeven in de bovenkerk te Assisi. Op de frescoschildering is de poverello neergeknield naast het altaar waar de priester toekijkt hoe Franciscus, gekleed in dalmatiek, het Kind voorzichtig neerlegt in de kribbe. De gelovigen, mannen en vrouwen gescheiden, zijn vol aandacht en de broeders zingen uit volle borst met wijdgeopende mond.

Maar wat geschiedt? Een man daar aanwezig in Greccio ziet als visioen hoe het Kind in de kribbe door Franciscus' bejegening levend wordt, als ontwaakt uit diepe slaap. Of het waar is of niet waar, de duiding is duidelijk: Bekijkt het Kind zoals Franciscus en ziet het aan met ogen van geloof.

Geloven in God en geloven in de Zoon van God, tweeduizend jaar geleden in het vlees gekomen en mens geworden, is in deze uitgaande eeuw in het westen niet vanzelfsprekend meer. Zowel maatschappelijke als religieuze als kerkelijke redenen zijn daarvoor aan te voeren - om mij eens aan een korte poging van uitleg te wagen.

Maatschappelijk lijkt alles haalbaar en maakbaar en vervangbaar. Alleen de liefde laat zich nog niet gezeggen, al weten deskundigen dat die chemisch bepaald wordt. Alleen het leven eindigt nog met de dood waarvan tot heden niemand terugkeert. De hedendaagse mens borrelt van stelligheid en brult van zekerheid - afgezien slechts van de liefde en de dood, terwijl zij juist het leven leefbaar maken en in waardigheid doen voltooien.

Religieus lijkt alles geloofbaar en combineerbaar en inwisselbaar. Alleen de veelheid aan keuzen maakt geloof betrekkelijk en ontneemt de verbintenis en daarmee de geborgenheid die eigen is aan religie. Het doet zich voor of elke geloofsovertuiging gelijk is en niet slechts gelijkwaardig. De hedendaagse mens geniet van teugelloze vrijheid en meent dat vrijheid tegenover gebondenheid staat terwijl zij juist van elkaar leven en elkaar bepalen.

Kerkelijk lijkt alles rekbaar en veranderbaar en omkeerbaar. Alleen de orde ontbreekt en zolang de chaos heerst blijft de ontvankelijkheid uit en daarmee de overgave en het vertrouwen. De Kerk wordt ervaren als al te tijdelijk instituut en niet als Lichaam van Christus, als volk van God onderweg tot aan het einde der tijden. De hedendaagse mens vergoddelijkt zichzelf en is God kwijt. Hij leeft van lawaai en ontzegt zich de geneeskracht van stilte die tot verinnerlijking leidt.

Geloven in Jezus Christus Die geboren is in de stal te Bethlehem is niettemin mogelijk. Hoewel christenen in de tijd en in de omgeving van Franciscus wellicht vanzelfsprekender hebben geloofd, wijst de arme van Assisi in navolging van de arme van Bethlehem de weg, misschien zelfs de enige weg voor een modern mens: Word arm, word arm van geest. Deze armoede des geestes wordt begeleid door eenvoud en nederigheid samen. Wie verlangt te geloven in Christus, vertrouwt Hem reeds. En wie Christus zoekt, heeft Hem reeds gevonden. Armoede van geest is in vertrouwen op Gods rijkdom overgave aan Gods barmhartigheid die liefde is. Wie zich niet klein kan achten en de ander groter dan zichzelf is nederigheid nog niet gegeven en ontbeert eenvoud. Daarbij komt dat ons levensgevoel van nu deze kleinheid en nederigheid en eenvoud afwijst.

Hoe is het Greccio nader vergaan na dat kerstfeest met Franciscus in 1223? Het hooi van de kribbe is lang bewaard gebleven. Dieren, die ziek waren, aten ervan en werden genezen. Vrouwen, wier zwangerschap zwaar was, legden wat van dat hooi op haar lijf en baarden haar kind gemakkelijk. Boven de kribbe is een altaar gebouwd. Daar kunnen de mensen nu eten van het Lam Gods, onder de gedaante van brood. Ik bedenk het niet. Tomasso da Celano, Franciscus' eerste biograaf, heeft het geschreven. En iets van die bevlogen onschuld uit langvervlogen tijd wens ik u toe in het nieuwe jaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden