Romeinen de baas in het zuiden

Twee belangrijke Romeinse wegen kruisten elkaar op de plek waar Heerlen ontstond. De tentoonstelling 'Er was eens een Romeinse weg' laat zien hoe wegen het rijk bij elkaar hielden.

Een grote, modderige plaat toont misschien wel de belangrijkste uitvinding van de Europese geschiedenis. Onder grote brokken kalksteen, daarboven steeds fijner grind vermengd met leem. De bovenkant is bol - voor een goede afwatering. Dit is de dwarsdoorsnede van de Via Belgica, tegen een serie planken geplakt precies zoals hij in de buurt van Heerlen is gevonden.

Onze streken kennen pas sinds de komst van de Romeinen verharde wegen. Ze maakten het mogelijk om troepen snel te verplaatsen en ze vanuit havensteden te bevoorraden, om belastingen te innen, en om bevelen van de keizer te verspreiden. Het uitgekiende wegenstelsel zorgde voor de groei van steden als Maastricht - waar de Via Belgica de Maas overstak - en Nijmegen, een legerplaats aan de rand van het uitgestrekte rijk.

In het Thermenmuseum in Heerlen is een expositie te zien die is gewijd aan de Romeinse wegen in Noord-Europa. De Via Belgica, die Zuid-Limburg doorkruiste, speelt een hoofdrol. Deze liep van de Franse westkust, via Tongeren (België) naar Keulen (Duitsland). Daarnaast liep een naamloze noord-zuidweg van Aken naar Xanten (nu beiden in Duitsland). Op het kruispunt van de routes naar deze belangrijke steden ontstond Coriovallum, voorloper van het huidige Heerlen. Het was een plaats waar keizerlijke bodes hun paard konden verwisselen, en reizigers konden uitrusten, of een bad nemen in de thermen. De huidige wegen tussen Heerlen en Maastricht en Heerlen en Aken volgen nog grotendeels het oude traject.

De Romeinen maakten de dienst uit in Zuid-Nederland vanaf ongeveer tien jaar voor het begin van onze jaartelling. Tot Germaanse stammen hen verdreven in het jaar 406 bleef de Rijn - met wisselend succes - de noordgrens van hun rijk. Vooral langs deze rivier en in Limburg zijn Romeinse resten teruggevonden. Op het Domplein in Utrecht is bijvoorbeeld de vorm van een Romeins fort zichtbaar gemaakt in de bestrating. Net zoals elders zijn overblijfselen hier na ontdekking veilig met aarde bedekt. Andere Nederlandse vondsten zijn naar musea gebracht. Hier geen imposante theaters of tempels zoals in Italië of Frankrijk. De thermen van Heerlen zijn het enige Romeinse complex van Nederland dat compleet is blootgelegd, en als Thermenmuseum opengesteld voor het publiek.

"Maar ik wil veel meer vertellen dan alleen het verhaal van het badhuis", zegt conservator Karen Jeneson. Het grotere verhaal van 'de Romeinen'? "Het is een misverstand dat de mensen die hier villa's bouwden Romeinen waren", reageert Jeneson, die vorig jaar bij het museum is begonnen. "Het waren onze voorouders, die razendsnel bepaalde Romeinse gebruiken hadden geadopteerd. Geen kwaad woord over mijn voorgangers, maar onze vaste tentoonstelling gaat me nog te veel over 'de Romeinen', met af en toe een link naar Heerlen. Ik wil juist het verhaal van Romeins Heerlen laten zien."

Coriovallum was een kleine maar welvarende stad, vertelt ze. Een plaats bovendien met uitzonderlijk goede pottenbakkers. "Hier in de omgeving vond men een mooie, witte klei. Iedereen haalde zijn aardewerk hier. Dat blijkt uit de vondsten in villa's in de wijde omtrek."

Over die 'villa's' heerst ook een misverstand, vertelt de conservator. "Elke Romeinse boerderij die begin vorige eeuw in Zuid-Limburg werd gevonden, werd 'villa' genoemd - vaak door meneer pastoor, die erbij was gehaald als amateurarcheoloog. Zo rees het beeld dat hier alleen maar elite in toga's heeft rondgelopen." Volgens Jeneson was echter niet elke stenen woning een villa, en moeten er in de streek bovendien vele niet-stenen huizen van armere landarbeiders zijn geweest. "Maar pas recent zijn we zo ver dat we die terug kunnen vinden."

De tentoonstelling 'Er was eens een Romeinse weg', die Jeneson nog door haar voorganger in de schoot werd geworpen, past goed in haar streven meer te laten zien dan de thermen. De expositie is samen met een museum in het Franse Bavay opgezet. "Dat museum is vergelijkbaar met ons: het stamt uit de jaren zeventig, is niet heel groot, maar het heeft wel ambitie. Samen kunnen we veel meer bereiken. Deze tentoonstelling heeft eerst een half jaar in Bavay gestaan. Tot maart is 'ie hier, en inmiddels wil ook een derde Europees museum hem hebben." Dankzij de samenwerking kwamen veel bijzondere Franse museumstukken naar Heerlen, zoals een prachtig in tact gebleven bronzen landmeterskruis. Jeneson buigt zich om door de dunne spleten in het ronde instrument te kijken. "Zo konden ze nauwkeurig rechte lijnen maken", legt ze uit.

Andere instrumenten reproduceerde een moderne landmeter voor het museum. Een groot houten kruis met gewichtjes staat naast een Romeinse waterpas: een houten constructie met bovenop een sleuf waarin men inderdaad water deed. Een tekening op de achtergrond maakt duidelijk hoe de aanleg van de weg verliep. Landmeters kwamen vaak al mee met de troepen die het land veroverden. Ingenieurs bedachten een zo recht en vlak mogelijk traject. Als het nodig was, werden heuveltjes afgegraven en kuilen opgevuld. Steile stukken waren geen optie in een tijd van voetverkeer en paard en wagen.

Veel teksten en illustraties vertellen over de functies van verschillende typen wegen. Er is een mooie collectie mijlpalen en grafmonumenten te zien. Graven werden net buiten de stad aangelegd, aan de kant van de weg. Ze geven archeologen vaak een goed idee waar een weg gelopen heeft. In een vitrine liggen voorwerpen die met het vervoer in de Romeinse tijd te maken hebben. De rem van een Romeinse wagen ziet er precies zo uit als de blokjesrem op sommige fietsen. "Alleen dit kennen we niet meer", lacht Jeneson. "Dit zijn paardensandalen. Paarden die normaal altijd op een zachte ondergrond liepen, en maar af en toe op een verharde weg, kregen deze ondergebonden als alternatief voor hoefijzers."

Kinderen kunnen in het museum een speurtocht doen, aan de hand van voorwerpen die in rieten manden verstopt zitten. Of zich, zoals het gezin van Anja Hommel, als Romein verkleden. "Ik heet nu Claudia. Dat is mijn Romeinse naam", legt dochter Hanna (7) uit. "Het is leuk dat er voor kinderen genoeg te doen is", zegt Hommel. "We hebben net bijvoorbeeld afstanden berekend aan de hand van een oude kaart."

En wie is uitgespeeld, loopt toch nog even door de grote, overdekte hal met de resten van de thermen. Want ook het verhaal van het badhuis is de moeite waard.

'Er was eens een Romeinse weg' is nog tot en met 1 april te zien in het Thermenmuseum, Coriovallumstraat 9 in Heerlen. Het museum is open van dinsdag tot en met vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur.

Wandelen over de Via Belgica
Alleen wie weet waar hij moet kijken, kan zich een voorstelling maken van de Via Belgica bij Heerlen. In de omgeving zijn tal van archeologische vondsten gedaan, maar die zijn nauwelijks in het landschap terug te zien. Het Thermenmuseum helpt met een wandelroute langs belangrijke Romeinse vindplaatsen. Het eerste deel loopt vrijwel gelijk met het traject van de Via Belgica: vanaf het museum aan de Coriovallumstraat, over de Valkenburgerweg en de Heerlerweg, tot aan de Midweg. Aan de hand van vondsten vertelt de routebeschrijving, verkrijgbaar bij het museum, hoe het landschap er moet hebben uitgezien. Met een beetje verbeeldingskracht loopt u zo toch langs Romeinse boerderijen, grafvelden en bruggen. De route is 17 kilometer lang. Het is ook mogelijk om na 12 kilometer in Voerendaal de trein terug naar Heerlen te nemen.

Meer Romeinse resten
Onder de Nederlands Hervormde kerk in Elst (Gelderland) liggen de resten van een Gallo-Romeinse tempel uit 50 na Christus, die rond het jaar 100 is uitgebreid. Het is een van de grootste tempels in zijn soort ten noorden van de Alpen. De overblijfselen van de tempel is elke eerste zaterdag van de maand te zien, tussen 14.00 en 17.00 uur.

's Ochtends ontbijten de gasten van Hotel Derlon in Maastricht op de fundamenten van een tempel ter ere van Jupiter, inclusief tempelplein, waterput en Romeinse keienweg. Op andere momenten zijn bezoekers er welkom.

De Germaanse godin Nehalennia werd door de Romeinen geadopteerd, en kreeg een tempel in Ganuenta, bij het huidige Colijnsplaat. In de zeventiende eeuw stuitten vissers op resten ervan. De originele altaren zijn nog te zien in het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden. Aan de haven van Colijns-plaat is een nagebouwde tempel van de buitenkant te bezichtigen.

Ook bij het Zuid-Hollandse Valkenburg zijn resten gevonden van Romeinse wegen. Langs de N206 (Leiden-Katwijk) is een reconstructie te zien van een weg uit 214.

In het Archeon in Alphen aan de Rijn is een Romeins kampdorp nagebouwd, met herberg, mozaïekwerkplaats en badhuis. Kinderen kunnen zich er laten opleiden tot Romeins legionair.

Nijmegen was de belangrijkste vestigingsplaats voor Romeinen in Nederland. In Museum het Valkhof zijn veel bodemvondsten te zien. De interactieve themavoorstelling 'High tech Romeinen' loopt nog tot 4 maart.

Onder de opgegraven schatten uit heel Nederland, die in het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden te zien zijn, is ook een collectie Romeinse luxevoorwerpen uit Heerlen. Ze komen uit de graven van welgestelden. De archeologieafdeling is begin dit jaar opnieuw ingericht.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden