Rome zoekt naar eerherstel voor Johannes Hus

Hij was “erger dan een Turk, een Tartaar, een bloedschenner of vadermoordenaar, erger dan de Farao of Herodes, erger dan een kannibaal of een sodomiet”; even zeker voor eeuwig verdoemd als Hitler.

Dat moet wel een hele enge man zijn, die in zulke bewoordingen tot in deze eeuw toe werd geschetst. Bedoeld is echter de Tsjechische hervormer Jan Hus - in 1415 op last van het concilie van Konstanz als ketter verbrand. Voor de Tsjechen is hij altijd een nationale figuur gebleven, een heilige zelfs; Duitse geleerden hebben hem soms smalend afgedaan als de'vader der tsjechomanie' en als vijand van Duitsland. Hij staat enerzijds aan het einde van de middeleeuwse harmonie en aan het begin van het grote godsdienstige en politieke schisma van West-Europa, anderzijds is hij symbool van een onvoorwaardelijke keuze voor geestelijke vrijheid, tolerantie en het recht van de minderheid - een 'tijdloze dissident'.

Geen jubileum

Het is niet eens een jubileum-jaar voor Hus. Maar kennelijk zijn de geesten rijp voor een hernieuwde plaatsing van Hus in de Europese (kerk)geschiedenis. Vandaag begint in de Wagner-stad Bayreuth een vierdaags internationaal symposium met als thema: 'Jan Hus, tussen tijdsgewrichten, volkeren en confessies'. Dat men niet op het eeuwfeest van 2015 heeft willen wachten is te danken aan de ontwikkelingen sinds de Fluwelen Revolutie, nu vier jaar geleden.

Hus, voorloper van Luther, leerling van de Engelse kerkhervormer John Wycliffe, maar ook van de (Nederlandse) Moderne Devotie, verwant aan de Waldenzen, aanstichter van het nationale bewustzijn in Bohemen en Moravie (Tsjechie) - tegen het Duitse imperialisme, pleitbezorger van een bescheiden, arme kerk en van het reine geweten. Was hij revolutionair, was hij een soort socialist?

Velen hebben hem bij zich willen inlijven. Onder het vorige bewind in Tsjechoslowakije werd hij gekoesterd als de eerste Tsjechische socialist - anderen wezen juist op de parallellen in Hus' brieven uit de gevangenis en die van Vaclav Havel aan 'Olga'.

Hus is door de r.-k. kerk veroordeeld en verbrand. Het proces was in zoverre al een aanfluiting, omdat Hus vrijwillig en met een vrijgeleide aan de concilievaders (en de Duitse kandidaat-keizer Sigismund) in Konstanz kwam uitleggen wat hij bedoelde. Dat Hus met zijn duizenden preken in twaalf jaar onrust zaaide en dat er iets broeide in Praag, hadden koning en concilie goed aangevoeld. Dat het ene bouwwerk van de middeleeuwse samenleving barsten begon te vertonen, ook dat hadden ze goed gezien.

Het drukbezochte concilie betekende voor de stad Konstanz een enorme economische impuls. Er wordt gezegd dat er alleen al voor 700 prostituees werk was. Op de agenda stond onder meer de kwestie van de drie pausen, van wie niemand meer wist wie de echte was. Een ketterproces kon de aandacht enigszins afleiden van de eigen kerkboezem. Maar de zaak tegen Hus en diens veroordeling en dood bewerkten het tegendeel van wat ze beoogden. Hus' gedachten verdwenen niet; ze werden na en zonder hem geradicaliseerd en gepopulariseerd, oorlog en bittere strijd verscheurden Europa bloediger dan misschien was gebeurd met hem, een man sterk geporteerd voor een eenvoudig leven volgens het evangelie.

Volgens de berichten was overigens het concilie - de ergste diehards daargelaten - niet uit op Hus' dood. Het wilde een gebaar, een onderwerping, een terug in het gareel. Van de lange lijst van aanklachten tegen Hus bleef helemaal niet zoveel over. Uiteindelijk hoefde hij maar heel weinig te herroepen, als hij in Gods naam maar iets herriep en het gezag van het concilie zou erkennen. Maar de partijen hadden zich inmiddels in wezen al tegen de muur vastgezet en Hus toog met opgeheven hoofd ter brandstapel, voor de waarheid. De kerk op haar beurt schermde ook met de waarheid met een te grote w, vooral om maar de aandacht af te leiden van Hus' kritiek op de schande van een falende kerk, met haar aflatenhandel en haar drie kijvende pausen.

Gedenkteken

De r.-k. kerk is met Hus nooit in het reine gekomen. Twee eeuwen na Hus - in de tijd van dat andere genie uit de geestelijke geschiedenis van Bohemen, Comenius - werd het laatste restje hussietendom ogenschijnlijk uitgeroeid. Maar in de vorige eeuw herleefden Hus en zijn medestrijder en lotgenoot-tot-de-dood Hieronymus van Praag weer. Er werd gesproken over een gedenkteken in het Duitse Konstanz.

In de jaren twintig en dertig van deze eeuw begonnen er katholieke stemmen te pleiten voor een eerherstel van Hus. Deze zou veroordeeld zijn door een onwettig concilie. Als dat zou worden vastgesteld zou de kerk haar handen kunnen wassen in onschuld aan de dood van Hus. Later werd Hus van katholieke zijde geprezen als een kerkhervormer van hoogzedelijk gehalte, die echter de consequenties van zijn gedachten niet doorzag.

Vergiffenis

Paus Johannes XXIII (1958-1963) vroeg vergiffenis voor de gewelddadige dood van Hus en ook op het tweede Vaticaans concilie gingen stemmen op voor een rehabilitatie. Maar Hus moest na de Praagse lente ook weer dienen als geestelijke schaamlap voor het bewind van Husak en de zaak lag weer stil. Het was de huidige paus Johannes Paulus II die bij zijn korte bezoek aan Tsjechoslowakije in 1990 opriep om Hus in een nieuw licht te zien, “onafhankelijk van de door hem uitgedragen theologische opvattingen”.

Dat was een uitdaging, die later nog eens werd onderstreept door kardinaal Willebrands, van de Vaticaanse afdeling voor de oecumene. Naar aanleiding van het Comenius-jaar in 1991 sprak hij zich uit voor een breed, wetenschappelijk en oecumenisch congres over Hus. Daarvoor zou van katholieke zijde veel belangstelling zijn, voorspelde hij.

En zo wordt vanavond in Bayreuth de wereldtop der Hussologen verwacht. Het symposium is voorbereid door een internationaal comite met onder meer de Tsjechische Nederlanders dr. K. J. Hahn en prof. Z. Dittrich en de inmiddels overleden theoloog en Oost-Europa-deskundige dr. W. Rood.

Het programma belooft tientallen voordrachten, allemaal over Hus, zijn tijd, zijn denken, zijn vrienden en vijanden, zijn doorwerking later en in andere landen. Vele namen, uit Tsjechoslowakije en Duitsland vooral. Nederlandse bijdragen zijn er van drs. B. J. Spruijt over Hus en Nederland en van prof. H. Oberman over Hus en Luther.

Oecumene

Maar de organisatie heeft gekozen voor meer dan de wetenschap en meer dan een presidium van de presidenten van de universiteiten van Bayreuth en Praag. Het is tevens een oecumenische ontmoeting, met dagelijks een kerkdienst al naar gelang in de lutherse, de hussitische traditie en die van de Boheemse broeders - met op zondag een mis onder leiding van de Tsjechische r.-k. bisschop F. Radkovsky van Plzen. Een eerder rondschrijven vermeldde de aartsbisschop van Praag zelf, mgr. M. Vlk.

De organisatie rekent echter ook op de komst van kardinaal Edw. Cassidy, opvolger van Willebrands bij de Raad voor de eenheid der christenen. Enkel door zijn aanwezigheid en door 'beschermheer' van deze Hus-conferentie te zijn bevestigt Cassidy stilzwijgend dat zijn kerk nu zou wensen dat het toen met Hus anders was gelopen.

Neem nu het grote conflict van toen: de communie onder twee gedaanten, brood en wijn. Voor Rome en het concilie van Konstanz was dit utraquisme van Hus heel erg, doodzonde, heiligschennis, wat niet al. Sinds de jaren zestig van deze eeuw mag het zo, mits het praktisch goed uitvoerbaar is. En aflaten bestaan nog wel, maar big business zijn ze voor de kerk al lang niet meer.

Paus Johannes Paulus II zoekt naar een versterking van het christelijk getuigenis in Europa. Liefst met een stem, maar hij heeft liever twee stemmen die samen bidden dan die elkaar bestrijden. In die zin past het niet dat de godsdiensten of kerken in Europa elkaar met banvloeken en brandstapels bestrijden.

Toch zal er meer nodig zijn dan een congres en een pennestreek, voordat er sprake is van een rehabilitatie, zoals de geleerde Galileo Galilei die wel gekregen heeft. Galilei kon in ere worden hersteld omdat hij gehoorzaamd heeft. Dat Hus in zijn laatste uren niet gehoorzaamd heeft is iets waar de kerk hem niet voor rehabiliteren kan, hoeveel spijt ze misschien ook heeft van die weinig gesoigneerde brandstapel. Hus' pleidooi voor het recht van de minderheid, voor het eigen geweten, wordt beaamd door de katholieke kerk die tot onlangs in Oost-Europa, en nu nog in islamitische landen zulke mensenrechten ziet aangetast. Maar Hus richtte zich niet tot een ayatolla in het oosten, maar tot de pausen en bisschoppen van zijn dagen. En de huidige paus zit nu net niet te popelen om de ongehoorzame critici binnen zijn eigen kerk aan een nieuwe patroonheilige te helpen.

Zo blijft voor de r.-k. kerk Johannes Hus een ongemakkelijk persoon, ook al heeft hij al lang zijn duivelse trekken verloren. De kerk wil oprecht af van haar bloedschuld aan een gerechtelijke moord, maar eerherstel zal zij slechts kunnen geven met mitsen en maren.

De Zwitserse protestantse schrijver Walter Nigg schreef in zijn boek over de ketters ook over Hus; hij citeert er ene Poggio die Hus heeft vergeleken met de haan die ooit door zijn kraaien Petrus, de eerste paus, tot bitter wenen bracht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden