Review

Rome wou orde scheppen, maar wist niet hoe

Het verhaal over inquisitie, dat onveranderlijk verteld wordt vanuit de optiek van de slachtoffers, kan nu worden bijgesteld door de visie van de daders. Een geschiedenis van binnenuit.

De archieven van de Romeinse inquisitie en de index van verboden boeken, het bolwerk van de katholieke orthodoxie, kwamen vijf jaar geleden vrij voor wetenschappelijke onderzoekers. De 'Romeinse inquisitie' of het 'Heilig Officie' (niet te verwarren met de middeleeuwse inquisitie of die in Spanje) werd in 1542 opgericht als instrument van de Contrareformatie, om een dam op te werpen tegen het protestantse ideeëngoed en, meer nog, tegen dwalingen en ketterijen in eigen rangen.

Niet de optiek van de slachtoffers, maar het verhaal van de inquisiteurs en censors staat centraal in het boek van Peter Godman 'Het geheim van de inquisitie. Uit de verborgen archieven van het Vaticaan'.

Wat bezielde bijvoorbeeld de rechters die de afvallige monnik en rondtrekkende filosoof Giordano Bruno op 17 februari 1600 op de brandstapel brachten? Het verslag dat hem noodlottig werd, werd opgesteld door Francisco Pena. Doordat deze geleerde, maar 'pietluttige' jurist richtlijnen voor inquisiteurs opstelde en een praktische leidraad schreef, hebben we zicht op zijn mens- en wereldbeeld. Een wereld beheerst door de strijd tussen goed en kwaad. Pena en de zijnen zagen het katholicisme als een belegerde vesting die ze uit alle macht moesten verdedigen. Wat afweek van de door hun kerk vastgelegde waarheid was ketterij, verraad aan God, majesteitsschennis.

Met de boekdrukkunst kregen niet alleen geschriften en ideeën maar ook censuur wind in de zeilen. Midden 16de eeuw circuleerden al verscheidene lijsten van verboden boeken. De eerste Romeinse index, aangemaakt door het Heilig Officie, verscheen in 1559 en overtrof alle andere in strengheid en chaos.

Rome wou orde scheppen maar wist niet hoe, de censors beschikten over geen enkel bruikbaar criterium. De oprichting, in 1571, van de congregatie voor de index van verboden boeken bracht geen verbetering, integendeel. Enkelen bezaten de geestelijke souplesse en intellectuele scherpte om subtiele overwegingen te maken, maar de meesten konden alleen met de zweep knallen.

De hoeders van het ware geloof hadden slechts een vage voorstelling van protestantse ketterijen, ze hadden Luther niet gelezen, kenden trouwens geen Duits. Ze hanteerden een eenvoudigere methode: bladeren in de catalogi van de Frankfurter Buchmesse, de Duitse auteurs daarin werden voor ketters versleten. Niet of halfbegrepen ideeën werden verworpen uit angst voor sterk overdreven consequenties.

René Descartes bijvoorbeeld werd als onverbeterlijk veroordeeld omdat een jezuïet zich zorgen maakte dat de fysica van de elementaire deeltjes die Descartes in zijn Principia philosophiae ontwikkelde het dogma van de eucharistie in gevaar kon brengen. Leibniz kwam op de index terecht omdat hij godsdienstige tolerantie bepleitte, 'de ergste ketterij die er bestaat'.

Volgens Godman waren deze 'gewetensbeambten' geen fanatici of totalitaire machthebbers, maar ,,mensen met al hun menselijke zwakheden. Zij improviseerden, klungelig en met weinig succes, en deden aldus hun best''. Er was geen uniform onderdrukkingsplan, geen vastberadenheid of fanatisme, maar een wisselende politiek, improvisatie en onenigheid. Elders noemt Godman de Romeinse inquisitie niettemin ,,vastberaden in haar fanatisme en onverbiddelijk in haar verlangen naar onderdrukking van alles wat afweek''.

Dit fascinerende boek, vol gevalstudies, werpt een ander licht op de Romeinse inquisitie en indexcongregatie maar het is ook een slingeruitslag. Godman leeft zich zozeer in, dat zijn begrijpen in begrip uitmondt; hij praat bijwijlen praktijken goed waar veel onschuldigen onder geleden hebben.

De zwaar belaste, uitgeputte medewerkers van het Heilig Officie heten 'verzwegen slachtoffers'. Herhaaldelijk benadrukt Godman dat wereldlijke rechters in niets onder deden voor hun collega's van de inquisitie. Inquisiteurs en censors handelden met de beste bedoelingen. Folteren deden ze ,,alleen onder bepaalde omstandigheden, niet in alle gevallen''. Het was niet het voornaamste middel om de waarheid te achterhalen, ,,alleen een extra instrument om de waarheid te verifiëren''. Dat moet een hele troost geweest zijn.

Veel van wat Godman beschrijft doet aan een politiestaat denken. Mensen die zichzelf moeten aangeven en daartoe aangespoord worden in de biechtstoel. Tijdens het verhoor werden ze, onder belofte van strafvermindering of door foltering, ertoe gebracht anderen aan te geven. De verdachten werden gevangen gehouden ,,in de vele dominicanen- en franciscanenkloosters''. Beschuldigd van tovenarij of ketterij, omdat ze een kaars naast een boom geplaatst hadden; spijzen of dranken hadden geofferd om een godsoordeel te beïnvloeden; gevloekt hadden (godslastering).

Bij zijn weerlegging van de simplistische complottheorie beklemtoont Godman de desorganisatie, de wanorde, de willekeur. Maar de sfeer van angst en terreur die daardoor geschapen werd, vermeldt de auteur niet.

Hij zegt nuchter naar de feiten te kijken, maar verliest uit het oog dat de archieven van het Heilig Officie natuurlijk het perspectief vertolken van de machthebbers, het zelfbeeld van inquisiteurs en censors weerspiegelen.

De indexcongregatie werd in 1917 afgeschaft, censuur werd de taak van het Heilig Officie. De Romeinse inquisitie werd in december 1965, op de slotdag van het Tweede Vaticaans Concilie, herdoopt in 'congregatie voor de geloofsleer'. Boeken zouden niet langer verboden worden maar 'op gepaste wijze beoordeeld'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden