Rome moet vermolmde bestuursstructuur herzien

Dat het bestuur van de katholieke kerk een golf van kritiek over zich heen krijgt dankt het aan het eigen autoritaire gedrag.

Erik Jurgens voorzitter van Mariënburg en vereniging van kritisch katholieken

Op donderdagavond is op de Duitse televisiezender ZDF altijd het praatprogramma van Maybrit Illner te zien. Zij laat een aantal mensen wat uitvoeriger met elkaar debatteren. Onlangs ging dat over misbruik van kinderen door opvoeders. Aanleiding waren de berichten in Duitsland over misbruik in katholieke internaten, tot midden jaren negentig. Maar Illner had ook een oud-leraar opgevoerd van de beroemde seculiere kostschool Salem, gesticht door de opvoedingsvernieuwer Kurt Hahn. Dit omdat daar zulke zaken in die tijd ook waren voorgekomen. En zij voerde een hedendaags voorbeeld aan, dat van een voetbalcoach van een jongenselftal. Wij kennen in Nederland ook het voorbeeld van een zwemleraar die zich aan zijn leerlingen vergreep.

We spreken hier over een ernstig maatschappelijk probleem, helaas ook in onze tijd. Kindermishandeling en –misbruik vindt grotendeels binnen gezinnen plaats. Waarom dan deze golf van berichten over de katholieke kerk, soms over decennia geleden, te beginnen in de VS rond 1990 al, daarna in Ierland, vervolgens Duitsland en Nederland, enzovoort? En vanwaar de buitenproportionele media-aandacht daarvoor? En hoe komt het dat het in Nederland begon met onderzoek door journalisten in NRC Handelsblad, en niet in katholieke kring zelf? Het lijkt alsof het verzet tegen de feodale structuur van die kerk nu pas echt losbreekt.

Waarom nu pas? Het begon al tijdens het Vaticaans Concilie (1962), maar werd vervolgens weer krachtig door paus-en-curie de kop ingedrukt – in Nederland reden voor het ontstaan van Mariënburg, vereniging van kritisch katholieken, in 1983. Hoop dat het met de nieuwe paus in 2005 anders zou worden bleek ongegrond. Paus, curie, door hen benoemde bisschoppen, zij behielden hun autoritaire macht, zonder verantwoording af te leggen aan de gelovigen waarover die macht wordt uitgeoefend.

Er ontstond, bijvoorbeeld, niet een soort van overleg van de Nederlandse bisschoppen met Mariënburg, of met de inmiddels verdwenen, Acht Mei Beweging. Laat staan dat er regelmatig een pastoraal concilie in Nederland plaatsvond (de laatste vond een halve eeuw geleden plaats). Waarom zou je overleggen, lijkt bij de kerkleiding de gedachte, als je de waarheid in pacht hebt? Dat is ook de reden dat slachtoffers van misbruik binnen katholieke instellingen geen gehoor vonden, hen het zwijgen werd opgelegd. En de daders niet werden aangegeven bij justitie. Verantwoording afleggen hoeft immers niet.

Opeens worden de slachtoffers toch mondig, bemoedigd door de openbaarheid. Zij dwingen de instelling af van een Commissie-Deetman, een ongehoorde stap. De publieke opinie, de katholieke incluis, keurt dat goed. Bisschoppen in Duitsland en België treden af, of omdat zij meewerkten aan de doofpot, of omdat zij zelf dader waren. Daders onder priesters en broeders, voor zover nog in leven, trekken ook gevolgen. Het Vaticaan belooft inmiddels, opheffing van de doofpot, en schrijft aangifte bij justitie voor.

Maar het enige dat de kerkleiding (ik gebruik hier bewust niet het woord kerk, want die kerk dat zijn wij, de gelovigen) echt moet doen is die vermolmde bestuursstructuur grondig herzien. Zij moet grootscheeps interne opruiming plegen. Het gaat dan om zaken van kerkorde, niet van geloof: vrouwen moeten in de kerkleiding een normale plaats krijgen. Bisschoppen moeten, zoals in het begin van de christenheid, benoemd worden vanuit hun eigen diocees.

De kerkleiding moet haar lichaamsvijandigheid verliezen, en haar verkramptheid inzake seksualiteit. Zij moet gehuwde ambtsdragers toelaten. Plaatselijke geloofsgemeenschappen (‘bezielde verbanden’ om met de dichter Marsman te spreken) moeten meer ruimte krijgen om hun bezieling zelf vorm te geven. Dit gebeurt nu al op vele plekken in ons land, zoals in de Dominicus in Amsterdam, of in de Boskapel in Nijmegen. Bisschoppen moeten er weinig van hebben, willen zelfs bepaalde kerkliederen niet meer horen.

Ik kan niet verklaren waarom de bestaande kwaadheid in katholieke kring nu tot uitbarsting komt. Kerkverlating vond al jaren plaats. Onverschilligen gingen gewoon niet meer naar de kerk. Nieuwe aanwas was schaars. Zij die gefrustreerd waren door het gebrek aan gehoor, waren al weg. Zij die de nestgeur nog niet kwijt wilden, die toch nog hart hadden voor hun kerk, bonsden tevergeefs op de kerkdeuren en vroegen om hervormingen. Maar nu, een halve eeuw nadat we in onze samenleving openheid hadden afgedwongen, moet de kerkleiding er ook aan geloven.

Misschien geeft de doorslag het verwoestende beeld van een kerkleiding die aan anderen zedelijke normen oplegt (van verbod van condooms, van abortus en euthanasie tot dat van homoseksualiteit en ongehuwd samenwonen), en zich er niet naar gedraagt. Het beeld is niet van liefdevolle, pastorale navolging van Christus, maar van harde gezagsuitoefening. Daartegen komt nu ook het kerkvolk in opstand, gesteund door een publieke opinie in Europa. Die vroeg zich al langer af waarom katholieken dit allemaal pikten.

Is er hoop op vernieuwing, of geldt nog altijd de Vaticaanse banvloek over ’de moderniteit’? Geloof, hoop en liefde: deze drie, schreef Paulus. Hoop, dan maar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden