Rome door de ogen van Luther

Aanvankelijk wierp hij zich er nog begeesterd op de grond, maar hoe langer Maarten Luther in Rome was, hoe groter zijn afkeer van de overdadige stad.

Toen Maarten Luther aan het eind van 1510 door de Porta Flaminia Rome binnenging, wierp hij zich op de grond en riep uit: "Gezegend zijt gij, heilig Rome!" Vijfhonderd jaar later sta ik op dezelfde plek en even overweeg ik hetzelfde te doen, maar het is te druk om mij heen. Voor mij ligt de Piazza del Popolo. Het krioelt er van de mensen: Romeinen zijn op weg naar hun werk, toeristen vallen als hongerige wolven aan op de Eeuwige Stad. In de tijd van Luther liep hier de stadgrens. Achter mij liggen nu drukke woonwijken, maar toen was het platteland.

Luther, een augustijner monnik, reisde in het gezelschap van een medebroeder naar Rome om een geschil binnen hun orde over de leefregel voor te leggen aan hun generaal-overste. Waarschijnlijk hebben ze hier bij de noordelijke toegangspoort onderdak gevonden, in een klooster van hun orde dat vast zat aan de basiliek van Santa Maria del Poplo. Helemaal zeker weten we dat niet, want Luther is spaarzaam met zijn herinneringen aan zijn grote reis. Het klooster bestaat niet meer. In 1527 werd het tijdens de plundering van Rome kort en klein geslagen door troepen van Karel V. Maar de kerk is er nog wel.

De belangstelling voor de Santa Maria del Popolo is de laatste jaren toegenomen na de verschijning van 'Het Bernini Mysterie' van Dan Brown. In de Chigi kapel - meteen links - wordt de eerste moord van het boek gepleegd. Luther zou veel in de kerk niet herkennen. Zo zijn de twee wereldberoemde Caravaggio's in de Cerasi kapel van na zijn tijd. Maar de geboorte van Christus door Pinturicchio - meteen rechts - moet hij gezien kunnen hebben. Ik loop naar de kapel van het Kruis, de vierde aan de linkerkant. Hier zou Luther de mis hebben opgedragen. Het houten kruis heeft iets strengs en dat past wel bij hem. Maar of hij hier ook daadwerkelijk heeft gestaan? Het schamele informatiebordje vermeldt het niet, zoals in de hele kerk elke verwijzing naar de kerkhervormer ontbreekt.

Vier weken moesten Luther en zijn medebroeder wachten op een beslissing van hun generaal-overste, en ondertussen verkenden ze de stad. Rome was in die tijd een metropool van de Renaissance, en niet langer de provinciestad die het een eeuw daarvoor nog was. Overal in de stad werd gebouwd, gemetseld en geschilderd. Zo was Michelangelo bezig met het plafond van de Sixtijnse kapel en werkte Rafael even verderop aan zijn nu zo beroemde Stanze. Gewapend met een reisgids (De 'Mirabilia Urbis Romae', geschreven rond 1134) struinden de twee monniken de stad door en tonen zich overijverige pelgrims. Ze raakten in de ban van de magistrale lichtval van Het Pantheon, gingen natuurlijk naar hun eigen Sant'Agostino (daar woonde de generaal-overste) en bezochten alle zeven hoofdkerken, als laatste de Sint-Pieter waarvan de herbouw toen net was begonnen.

Ook gingen ze naar de Scala Santa. Deze Heilige Trap was door keizerin Helena in de vierde eeuw vanuit het Heilig Land naar Rome gebracht en zou afkomstig zijn uit het paleis van Pilatus. De Heer zelf zou hem beklommen hebben. Twee bloeddruppels op een van de treden vormen het forensisch bewijs. Pelgrims beklimmen de trap van oudsher op de knieën terwijl ze het ene na het andere Onzevader uitstorten over al dat eeuwenoude marmer.

Ook Luther kon het niet laten. Eenmaal boven gekomen schijnt hij zich hardop te hebben afgevraagd: wie zegt dat het allemaal klopt? Charles Dickens schreef driehonderd jaar later, na een bezoek aan Rome, dat de Scala Santa het belachelijkste was dat hij ooit had gezien. Als ik er rondloop begrijp ik, katholiek uit het hoge noorden, de aarzelingen van Luther en Dickens wel. Nog steeds gaan pelgrims theatraal op hun knieën. Heden ten dage worden ze gefotografeerd door andere toeristen als waren zij een bedreigde diersoort. Een fascinerend gezicht, maar ik word er niet vroom van.

Luther kreeg, naarmate hij langer in Rome was, een steeds grotere hekel aan de stad. Van de priesters had hij geen hoge dunk en de paleizen van de kardinalen vond hij buiten alle proportie. "Ze bouwen hier zo weldadig, alsof ze denken dat ze het paradijs al in deze wereld kunnen bewerkstelligen", mopperde hij. Volgens Luther woonde de duivel in Rome en was de paus nog erger dan de Ottomaanse sultan. Het gaat te ver om te zeggen dat Luther tijdens zijn verblijf in de stad radicaliseerde, maar toen hij in 1517 besloot tegen de paus in opstand te komen, versterkten zijn slechte herinneringen aan Rome hem in zijn overtuiging.

En toch ... toch komen protestanten nog steeds naar de stad. Ze genieten van het eten en de zon, maar weten zich af en toe geen raad met al die Roomse spierballenarchitectuur om zich heen. Ze willen allemaal paus Franciscus een hand geven, maar tekenen er dan meteen bij aan dat alle ellende toch ooit is begonnen met dat malle ambt van hem. Rosita Steenbeek beschrijft in haar boek 'Thuis in Rome' de opening van het Heilig Jaar 2000 in de Sint-Pieter. Een vervreemdende ervaring voor de protestantse schrijfster die al jaren in de stad woont. Al die mannen, al die pracht en praal: het heeft voor haar weinig met geloof te maken. Meer met een voortzetting van het Romeinse keizerrijk. Liever zit ze in de kerk van de Waldenzen op de Piazza Cavour, waar een vrouwelijke dominee het brood breekt. Echt brood.

Hoe zou Luther het huidige Rome ervaren? Hij zou het er veel te druk vinden en meteen wijzen op de vele zwervers en prostituees. Maar die zag hij in 1510 ook al. Hij zou ook genieten: van de San Cemente, van de schitterende binnenhof van de Santi Quattro Coronati en zeker van het protestantse kerkhof van Rome, gelegen in het zuiden van de stad. Hier worden de niet-katholieke inwoners van de stad begraven. Bijna uitsluitend buitenlanders, de meeste van protestantse huize. Een dodenakker vol buitenbeentjes. Zoals de Engelse dichter John Keats (1795-1821). Toen hij in zijn kamer aan de voet van de Spaanse trappen op sterven lag, stuurde hij zijn vriend Joseph Severn naar het kerkhof om te kijken hoe het erbij lag. Bij terugkeer vertelde Severn dat de viooltjes, Keats' lievelingsbloemen, in bloei stonden. Keats was gerustgesteld.

Het is nog altijd een idyllisch oord. Als je dood moet, dan maar hier eindigen, denk ik, als ik bij zijn graf sta. In de souvenirwinkel vraagt de verkoper mij met nadruk om een gift voor de instandhouding van het kerkhof dat in zijn voortbestaan wordt bedreigd. Van de stad Rome krijgen ze niks.

Die ewige Stadt

In 2010 was het vijfhonderd jaar geleden dat Luther naar Rome reisde. In Duitsland verscheen daarom in 2010 het boek

'Luthers Rom: Die Ewige Stadt in der Renaissance' van Jürgen Krüger en Martin Wallraff (Primus Verlag): een theoloog en een kunsthistoricus leiden de lezer rond in het Rome van toen. Helaas is het boek niet meer leverbaar, maar wellicht zijn er, voor de goede speurder, antiquarisch nog exemplaren te vinden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden