Romantiek is hardnekkig

Romantische idealen over de liefde kunnen de werkelijkheid danig in de weg zitten, meent filosoof Jan Drost. Heeft hij gelijk?

Cultuurfilosoof Jan Drost heeft een missie. Hij wil de liefde bevrijden uit de klauwen van het veelkoppige monster romantiek. Eens en voorgoed afrekenen met het bejubelde en opgehemelde ideaal van eenheid en versmelting. Want dat ideaal is niet zozeer de bondgenoot van de liefde als wel haar vijand. Het weigert de ander als unieke ander te zien. De vraag is of de missie van Drost een makkelijke zal worden. Want de symbiotische liefdesdrift heeft oude papieren.

De dichter van het bijbelse Hooglied is zo'n romantische gelovige. Gedurende het hele lied der liederen is hij lyrisch, maar wanneer de erotiek tussen de herdersjongen en zijn geliefde op het punt staat in vervulling te gaan, stijgt zijn toon enkele registers naar de ijle hoogten van extase: de besloten hof zal betreden worden, de minnaar zal zich laven aan kalmoes en kaneel, aan de mirreberg, aan de wierookheuvel. En de minnares roept de zwoele wind aan om in haar hof te waaien en zijn balsems te laten geuren. Even bestaan er voor deze twee mensen maar twee mensen - zijzelf.

Hartstocht mag dan een oerervaring zijn die door de eeuwen heen in vergelijkbare toonaarden bezongen is, de liefde ('een kalme passie', volgens de Schotse filosoof Hume) verandert in de loop der tijden regelmatig van kleur en vorm. Een van de oudste vertellingen over de liefde is afkomstig uit het 'Symposion' van Plato. Socrates en zijn vrienden besluiten voor een keer over de liefde te práten in plaats van haar te bedrijven. Aan de gemeenschappelijke dis doet Aristophanes de 'mythe van de bolvorming' uit de doeken.

Tweeslachtig
Een wonderlijk verhaal over de oorspronkelijke kogelronde natuur van de mens, verkrijgbaar in een mannelijke, een vrouwelijke en een tweeslachtige variant, met vier benen, één hoofd met twee gezichten en twee geslachtsorganen. Op het moment dat de bolvormige wezens het lef hebben de strijd met de goden aan te binden, snijdt Zeus hen doormidden, en ter compensatie van het leed dat deze amputatie teweeg brengt, verplaatst hij de geslachtsorganen van achter naar voren, zodat ze in het orgasme voor een moment verlichting kunnen vinden. (Daarvoor plantten deze wezens zich voort door hun zaad in de aarde te storten).

"Ieder van ons", zegt Aristophanes, "is dus als het ware een ontbrekende helft omdat de mens is doorgesneden als een schol. En ieder is dus altijd op zoek naar de helft die bij hem past." De Franse schrijver Michel Houellebecq verzuchtte eens dat het 'Symposion' het meest verfoeilijke boek is ooit geschreven, omdat het mensen voorgoed heeft opgezadeld met een ongeneeslijke, verslavende nostalgie.

In de twaalfde eeuw ziet een wonderlijke, nieuwe minnevariant het licht. De hoofse liefde wortelt volgens de overlevering deels in 'De kunst van de liefde' van Ovidius, een verleidingsgids voor dummies avant la lettre. Belangrijke representant van deze stroming is Dante Alighieri. Als hij negen jaar oud is, ontmoet hij de achtjarige Beatrice en haar aanblik is als een bliksemflits die hem blijvend verandert.

Hij zal haar nog slechts één keer ontmoeten maar deze karige momenten van samenzijn ten spijt wordt zij zijn geïdealiseerde geliefde, zijn muze. Levenslang. Ook na haar vroege dood. Ook tijdens zijn huwelijk met Gemma Donati. Niet ongebruikelijk, want net als bij de Grieken bestaat er in deze middeleeuwse cultus een strikte scheiding tussen huwelijk en liefde. Daarbij is het huwelijk een plicht, en de hoofse liefde met haar spirituele dimensie van een hogere orde.

Pas in de zestiende eeuw gaat het in het huwelijk niet meer alleen om de zaak maar ook om het meisje. Het ideaal van die ene partner met wie je tafel, bed, ziel, zaligheid, lief en leed deelt wint aan kracht en floreert tijdens de Romantiek. Jean-Jacques Rousseau, de profeet van het romantische ideaal, droomt van een harmonieus universum rond twee geliefden en van een 'transparante ander'. Maar dat is een visioen dat gedoemd lijkt schipbreuk te lijden.

Schopenhauer, tien jaar na Rousseaus overlijden geboren en vermaard filosofisch zwartkijker, is de volstrekte tegenpool van de dichter van het Hooglied. Liefde beschouwt hij als een reeks van belachelijke gebaren die worden uitgevoerd door twee menselijke wezens. Het is de ondoorgrondelijke, alles beheersende 'wil tot leven' die hen daartoe aanzet, met als enig doel de instandhouding van de soort. In Schopenhauers ogen is de combinatie van liefde en geluk uiterst zeldzaam.

Op de golfslag van de tijd breekt het Victoriaanse tijdperk aan en begint een ijzige wind door het amoureuze leven te waaien. Elkaars naaktheid aanschouwen, is uit den boze voor echtelieden, de hartstocht wordt in de ban gedaan, en als een man een vrouw het hof maakt, mag zij daarop slechts reageren - aldus de Encyclopedia Brittanica anno 1842: met een 'schuchter blosje', of een 'uiterst zwak glimlachje'.

Ruim een eeuw later, als de ijzige wind is gaan liggen, zoeken vrijdenkers als Jean Paul Sartre en Simone de Beauvoir de oplossing voor de angels en voetklemmen van het minnespel in de vrije liefde. Maar ook het open huwelijk blijkt niet de hemel op aarde en na de jaren zeventig sluipt het romantisch ideaal op kousenvoeten terug de tijdgeest in. Luister maar naar de popliedjes, lees de teksten op dating-sites, kijk naar reclame-uitingen: opnieuw verlangen we hartstochtelijk naar die ware, gaan we koortsachtig op zoek naar onze verloren wederhelft.

Maar hoe lang nog? Want haaks op dat romantische verlangen staan de kille cijfers. Eén op de drie huwelijken sneuvelt. Meer mensen hebben inmiddels ervaring met seriële monogamie dan met een gouden bruiloft. Polyamorie (het hebben van meer liefdes naast elkaar) doet haar intrede. Zijn we, zoals de Poolse-Engelse socioloog Zygmunt Bauman het wat mismoedig formuleerde, 'liefdesconsumenten' geworden op een 'liefdesmarkt'?

Volgens filosoof Jan Drost wordt het tijd om ons beeld van de liefde bij te stellen, want het ideale leven kan het echte leven uithollen. Als we de liefde een kans van slagen willen geven, moeten we de jubel over hartstochtelijke eenheid smoren in het veel ontroerender besef van gescheidenheid.

Dat vindt ook Mark Mieras, auteur van 'Liefde. Wat hersenonderzoek onthult over de klik, de kus en al het andere'. Kennis van de fysiologie haalt volgens hem de mystiek uit de liefde.

Of toch niet? Want zijn we niet ongeneeslijke romantici?

Thema-avond over de liefde 'Wat is wijsheid?'. Met Jan Drost en Mark Mieras. O.l.v. Colet van der Ven en Daan Roovers (hoofdredacteur Filosofie Magazine). De Nieuwe Liefde in Amsterdam, 2 oktober. Aanvang 20 uur. Toegang 10 euro. Reserveren: www.denieuweliefde.com

Klassiek geworden slotkus van Audrey Hepburn en George Peppard in de Amerikaanse film 'Breakfast at Tiffany's' (1961).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden