Romans scherp als messen

De Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa, winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur, is een rasverteller. Als geen ander ontleedt hij de perverse mechanismen van geweld en ideologieën.

Dat de Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa (Arequipa, 1936) gisteren de Nobelprijs voor de Literatuur in de wacht sleepte, kwam niet helemaal als een verrassing. De auteur van romans als ’De stad en de honden’ of ’Het feest van de bok’ behoorde al jarenlang tot de favorieten. Toch is het al twintig jaar geleden dat een andere Spaanstalige auteur de Nobelprijs won: die eer viel de Mexicaanse dichter en essayist Octavio Paz te beurt in 1990, hetzelfde jaar waarin Mario Vargas Llosa zich kandidaat stelde voor de presidentsverkiezingen in zijn geboorteland Peru.

De politieke stellingnames van Mario Vargas Llosa hebben in het verleden al heel wat stof doen opwaaien. In zijn jonge jaren was hij een enthousiast aanhanger van de marxistische ideeën die Latijns-Amerika toen in hun greep hadden. Samen met andere vooraanstaande schrijvers als Carlos Fuentes, Julio Cortázar, Gabriel García Márquez bejubelde hij de overwinning van Fidel Castro en zijn strijdmakkers toen ze het regime van Batista in 1959 definitief omverwierpen.

Daar kwam in 1971 een abrupt einde aan, met het zogenaamde ‘geval Padilla’. De Cubaanse autoriteiten hadden de Cubaanse dichter Heberto Padilla er namelijk toe gedwongen om in het openbaar schuld te bekennen omdat hij een dichtbundel had geschreven die zogezegd contrarevolutionaire principes huldigde. Toen Vargas Llosa daarvan hoorde, kwam hij onmiddellijk in actie en schreef met Jean-Paul Sartre, Simone de Beauvoir en een heel aantal andere vooraanstaande linkse intellectuelen een lange protestbrief aan Fidel Castro. Het belang van deze brief, opgesteld door Vargas Llosa zelf, kan moeilijk overschat worden: het werd een mijlpaal in de intellectuele geschiedenis van Cuba.

Toch zijn er weinig andere schrijvers die daarna zo radicaal van koers veranderden als Vargas Llosa. Dat hij de censuur in Cuba niet goedkeurde, was niet zo vreemd. Maar dat hij in de loop der jaren steeds meer tegen de andere pool van het politieke spectrum ging aanschurken, deed heel wat linkse intellectuelen de wenkbrauwen fronsen. In 1990 stelde Vargas Llosa zich bijvoorbeeld kandidaat voor de verkiezingen in Peru als vertegenwoordiger van de liberale partij, met als belangrijkste campagnepunt steun aan de vrijemarkteconomie en de privatisering van bedrijven. Ondanks zijn uitstekende resultaten in alle polls van dat moment, behaalde zijn tegenstrever Alberto Fujimori, die op dit moment wordt vervolgd voor fraude en schending van de mensenrechten, uiteindelijk de overwinning. Zoals blijkt uit het aangrijpende en indringende relaas over deze nederlaag in Vargas Llosa's autobiografie ’De vis in het water’, besliste hij kort daarna om definitief met zijn geboorteland Peru te breken: in 1993 vestigde hij zich in Madrid, waar hij zelfs de Spaanse nationaliteit aanvroeg.

Ook al lijkt het er sterk op dat hij door deze geste definitief een punt heeft gezet achter zijn politieke ambities, hij blijft wel geregeld columns en reportages publiceren in El País waarin hij zijn politieke opinies steeds op een uitdagende en gedurfde manier uiteenzet.

Bij ons is Vargas Llosa in de eerste plaats natuurlijk bekend door zijn romans, waarin hij zijn politieke ideeën, die niet altijd vrij zijn van dogmatisme, ver achter zich laat en hij zich ontpopt tot een ware meester van de subtiliteit. Bij de officiële bekendmaking van de Nobelprijs verklaarde de Zweedse Academie dan ook dat zij Vargas Llosa de prijs toekent omwille van zijn indringende beelden van individueel verzet.

In het merendeel van zijn werk ontleedt hij uiterst precies de werking van machtsstructuren. In zijn vroege meesterwerk ’De stad en de honden’, dat hij schreef toen hij pas 27 was, schept hij bijvoorbeeld een vlijmscherp beeld van de verziekte sfeer onder de leerlingen van de militaire kadettenschool Leoncio Prado, waar Vargas Llosa trouwens zelf ook op heeft gezeten, op aandringen van zijn vader. In het jaar voor hij moest afstuderen, ontsnapte hij aan de verstikkende sfeer en werd journalist bij een lokale krant.

Ook het geweld en de perversie van dictatoriale regimes vormen een terugkerend onderwerp in zijn werk. En zijn kritiek bleef niet beperkt tot Peru.

In ’Gesprek in de kathedraal’ vormt de dictatuur van de Peruaanse Generaal Odría nog de spil van het verhaal, later tilt Vargas Llosa zijn romans steeds verder over de landsgrenzen heen. In ’Het feest van de bok’, dat in 2000 in het Spaans verscheen, schetst hij een bikkelhard beeld van de dictatuur waarmee Trujillo de Dominicaanse Republiek tijdens de jaren dertig en veertig in zijn greep hield.

De romans van Vargas Llosa worden in het algemeen hoger gewaardeerd dan zijn essays of columns, ze zijn genuanceerder, boeiender en ook complexer. Die complexiteit maakt ze overigens niet minder leesbaar, want Vargas Llosa is een rasverteller die net als Gabriel García Márquez ver buiten de Spaanstalige wereld lezers heeft gevonden. Ook in Nederland zijn zijn belangrijkste romans vertaald en veel gelezen. Maar de afgelopen jaren is het literaire werk van Vargas Llosa hier wat in de vergetelheid geraakt. Deze prijs kan daar verandering in brengen. En dat zou meer dan terecht zijn, want Vargas Llosa's boeken blijven je bij, als geen ander laat hij je wegzinken in een wereld van fictie waarbinnen de gewelddadige realiteit des te harder toeslaat. Maar weinig andere Spaans-Amerikaanse schrijvers kunnen zich beroemen op een zo fijnmazige ontleding van de perverse mechanismen van geweld, van ideologie, van utopie en idealisme.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden