Romano Guardini

'Zwaarmoedigheid is zo iets smartelijks, ze tast de wortels van het bestaan zo diep aan dat we het niet aan de psychiaters mogen overlaten haar te bestuderen.'' Zo begint Romano Guardini zijn beschouwing over de betekenis van de melancholie.

De Duitse priester, cultuurtheoloog en -filosoof, fijnzinnig stilist en zielzorger stierf in 1968. In het Nederlands zijn zijn beroemde werken niet meer te krijgen. Maar je hoort hem weer noemen en de heruitgave van dit meditatieve essay uit Guardini's late jaren kan peilen of de geesten weer rijp zijn.

Vom Sinn der Schwermut heet het en een mooie vertaling zou zijn 'de zin der zwaarmoed', maar dat mag niet van Van Dale. Zwaarmoedigheid, somberheid, depressie, depressiviteit, melancholie -er zijn goede redenen die precies te onderscheiden of tegen elkaar af te zetten. Guardini doet dat niet, hij schrijft over de spiritualiteit van de zwaarmoedigheid, zonder definities. Van hem is bekend dat in de avond van zijn leven de 'demon van de middag' hem overviel -misschien uit een intens doorleefde desillusie. Hij had zijn beste jaren gewijd aan het lering trekken uit de catastrofe van de Eerste Wereldoorlog. Toen kwam er weer een oorlog: en opnieuw moest hij vaststellen dat ook die niet tot geestelijke ommekeer had geleid.

Maar Guardini zelf blijft in zijn boekje de grote onzichtbare. Hij hangt zijn beschouwing niet direct op aan eigen ervaring maar aan teksten van de Deense filosoof Kierkegaard. Nou, die kan er wat van. ,,Het ganse bestaan beangstigt mij, van de kleinste mug tot de geheimen der incarnatie; alles is onverklaarbaar voor me, ikzelf het meest; heel het bestaan is voor mij bedorven, ikzelf het meest. Groot is mijn leed, grenzeloos, niemand weet het, behalve God in de hemel, en Hij wil me niet troosten.'' En: ,,Van kinds af leefde ik onder de druk van een vreselijke zwaarmoedigheid en de hevigheid ervan was evenredig aan de behendigheid waarmee ik bij machte was deze zwaarmoedigheid te verbergen achter het masker van een voorgewende opgewektheid en levenslust.''

En Kierkegaards fraaie parabel over Achtwegenhoek in het Gribwoud (waarom toch die Duitse benamingen?): ,,De eenzaamste plaats op aarde, alsof de mensheid over deze acht wegen is uitgezwermd en één mens vergeten heeft. 'Goed heeft geleefd wie zich goed heeft verstopt', zegt de dichter.'' (In de uitgave staan die woorden in fout Latijn, onvertaald).

De vlucht in de verborgenheid is typerend voor, maar niet de kern van het zwaarmoedig hart. Die kern ziet Guardini in het verlangen naar liefde en schoonheid, naar het absolute -in de ervaring van de pijn der vergankelijkheid, dat de beminde wordt weggenomen, dat ware schoonheid voorbijgaat. En, vult hij aan: ,,In het besef dat dat verlangen ijdel is'', zichzelf als het ware ondermijnt, misschien omdat het absolute te haastig wordt begeerd.

Guardini zet dan vrij bruusk de wissel om en schakelt van het abstracte 'absolute' over naar God. Of de zwaarmoedige dan wel de luchtige lezer die stap kan meemaken is een vraag. Maar ook wie dat niet doet kan nog gerust even verder lezen. ,,De zwaarmoedigheid is de pijn der geboorte van het eeuwige in wie is voorbestemd dit besef, deze weeën dieper te ervaren. (...) De zwaarmoedigheid is de verontrusting van de mens door zijn verwantschap met het eeuwige, wat zowel geluk inhoudt als dreiging.''

Ware wijsheid houdt in dat je tijdig de bananenschil op het verheven pad ontwaart. Voor de zwaarmoedige als spiritueel mens wijst Guardini op de verleiding van tenondergaan in de macht van het religieuze, de onjuiste relatie tot het absolute: ,,Als een onbegrensdheid welke men zonder meer moet bereiken, als een voltooiing welke men direct moet smaken, als een geheim waarin men onophoudelijk binnendringt.'' Hier moet wel ervaring spreken -de bittere ervaring van 'toch geen God te zijn, geen stuk van Hem, geen orgaan van zijn stromende geest, maar een schepsel dat bij alle wegen naar God het besef heeft van de oneindige afstand en van vrees en beven'.

De beroemde priester, kunsthistoricus en mediapersoonlijkheid dr. Antoine Bodar maakt de laatste maanden de lezers van het Katholiek Nieuwsblad in zijn column Terloops deelgenoot van zijn depressies die hem kwelden en hem enkele jaren geleden naar studieverlof te Rome dreven; hij zegt er nu van te zijn genezen. De ontboezemingen lossen het raadsel van Bodars Achtwegenhoek niet op, maar ze maken wel nieuwsgierig naar zijn visie op Guardini's Schwermut. De in mis- en overmoed immer erudiete Bodar noemt Augustinus, Petrarca, Sartre, Cicero en Gregorius de Grote, maar niet -nog niet- Guardini wiens werken hij zonder twijfel goed kent. Net als Guardini wil ook Bodar de -in zijn geval- depressies niet overlaten aan de prozac- of seroxat-verschaffers. Beiden verkennen vooral het geestelijke spoor, al is er een verschil, omdat bij Guardini het element rancune ontbreekt. Misschien komt Bodar nog wel eens over Guardini te spreken. Mooier was trouwens geweest, als uitgever Ten Have hem en/of anderen van portee dit boekje had laten in- of uitleiden. Nu dobbert Guardini's meditatie over de melancholie lukraak, en gehavend door slordigheden tussen haar kaften.

Ondertussen verkeren de liefste zwaarmoedigen in hun Gribwoud en komt hun uit het donker te zelden een lichtgestalte tegemoet.

R. Guardini, Over de melancholie; uitg. Ten Have, fl30,80.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden